09-05-2018 10:00 | Door: Britt van den Elshout

De Verspillingsfabriek in Veghel heeft afgelopen maand haar tweejarig bestaan gevierd. Hoe gaat het met de fabriek en waar staan we op het gebied van voedselverspilling? Initiatiefnemer Bob Hutten: “Het thema verspilling is groter geworden, maar er is nog een lange weg te gaan.”

Enkele jaren geleden sprak Bob Hutten, algemeen directeur van cateringbedrijf Hutten, op een congres over de mogelijkheden om minder voedsel te verspillen. Eén van de voorbeelden die hij gaf was het maken van soepen en sauzen met rest- en bijstromen uit de supermarkt. “Vanuit dat idee is de Verspillingsfabriek eigenlijk ontstaan”, vertelt Hutten.

In een ‘verspild’ fabriekspand in Veghel heeft Hutten vervolgens koel- en productieruimtes geïnstalleerd. De soepen, sauzen en ketchups worden in grote productieketels gemaakt van de reststromen die aan de andere kant van de fabriek worden binnengebracht. Vervolgens worden de producten gepasteuriseerd, verpakt en klaargemaakt voor bezorging. Daarnaast beschikt de fabriek over een proeflokaal waar reststromen worden beoordeeld en recepten worden getest en ontwikkeld.

Reststromen als basis voor nieuwe producten

De basis van de Verspillingsfabriek lijkt dus simpel: er worden reststromen gebracht vanuit de voedselketen die in de fabriek worden verwerkt tot nieuwe producten. In de werkelijkheid verloopt het proces iets moeizamer. “Veel mensen denken dat er bij ons van alles binnenkomt en dat wij daar mee aan de slag kunnen. We krijgen inderdaad veel aangeboden, maar we kunnen niet alle producten verwerken. Ik moet wel monden hebben om te voeden anders raken we de producten niet kwijt. Dan schieten we er niets mee op”, legt Hutten uit. 

Wat er dan voor reststromen binnenkomen bij de fabriek? “Op dit moment gaat het bijvoorbeeld om tomaten, aardappels en uien”, zegt Hutten. “Simpelweg omdat daar aan de andere kant vraag naar is.” Andere producten zijn misvormde courgettes, paprika’s die niet de juiste kleur hebben of imperfecte champignons. Het grootste gedeelte wordt verwerkt tot soepen en sauzen.

Moeizame start

De opbouw van de Verspillingsfabriek ging niet zonder slag of stoot. Allereerst was de fabriek later operationeel dan gepland. “Wij hadden besloten om met mensen te gaan werken die een achterstand op de arbeidsmarkt hebben. Hierdoor hadden we langer de tijd nodig om alle processen en procedures in te richten en uit te leggen. Daarnaast was de animo van bedrijven om mee te doen erg laag aan het begin.”

Na het doorstaan van enkele andere tegenslagen, bijvoorbeeld op productiegebied, verwacht Hutten dat de fabriek tegen het einde van het jaar quitte zal draaien. Wel geeft hij toe dat het zonder het cateringbedrijf Hutten nooit was gelukt om de Verspillingsfabriek op deze manier op te bouwen. “We hebben er zoveel geld in geïnvesteerd, dat zou je normaal als startup niet overleven.”

Het gaat dus de goede kant op, maar Hutten ziet de fabriek niet als dé oplossing tegen voedselverspilling. “Ik denk zeker dat er ruimte is voor veel Verspillingsfabrieken in Nederland, maar dat is niet mijn bedrijfsmodel. Ik wil dat de verspilling volledig wordt opgelost en de Verspillingsfabriek is eigenlijk maar één tienduizendste deel van de oplossing.”

Voorkomen, verminderen en dan pas verwaarden

“Het eerste jaar kwamen er meteen zoveel producten op ons af, dat we deze voor een groot deel niet konden verwerken”, gaat Hutten door. “Ik kwam toen tot de conclusie dat we wel iets kunnen doen met het verwaarden van reststromen, maar dat we ook aan de slag moeten om verspilling te voorkomen en te verminderen. ”

'We willen vanuit Three-Sixty een organisatie opbouwen om verspilling vanuit één punt aan te pakken'

Hutten is gaan kijken of boeren, supermarkten en andere voedselverwerkers informatie konden krijgen over het beperken van hun voedselverspilling, maar zo’n adres bestond niet. Vanuit die gedachte is Hutten innovatiecentrum Three-Sixty gestart, een plek met informatie om voedselverspilling te voorkomen en te reduceren en om reststromen te verwaarden.

Systematisch werken is volgens Hutten de manier om vooruit te komen. “Fragmentatie is op dit moment het grootste probleem. Er gebeurt vrij veel, maar iedereen doet kleine dingen en niemand communiceert met elkaar. Zo worden we niet slimmer. Mijn grootste uitdaging is daarom om iedereen dezelfde taal te laten spreken zodat we geen dubbele dingen doen.”

Inzichten en innovaties dankzij een nieuw systeem

Hutten is daarom samen met Toine Timmermans van Wageningen University & Research het Taskforce Circular Economy in Food begonnen. “We hebben besloten om met een aantal grote partijen kartrekker te zijn tegen voedselverspilling en inmiddels doen al dertig bedrijven met ons mee. We willen vanuit Three-Sixty een organisatie opbouwen om ervoor te zorgen dat de verspilling systematisch en vanaf één punt wordt aangepakt.”

“Het is belangrijk dat we voedselverspilling écht in kaart brengen”, vult Hutten aan. “We moeten weten wie wat wanneer en waar verspilt, voordat we met oplossingen kunnen komen. We willen in Three-Sixty bijvoorbeeld teams opzetten die voortdurend kijken hoe er slimme verbindingen kunnen worden gelegd binnen de keten. Dat het ene bedrijf aan de slag kan met de reststromen van een ander bedrijf.”

Ook moeten er volgens Hutten oplossingen worden bedacht die systematisch gemaakt kunnen worden. Hutten geeft een voorbeeld: “Kunnen we een paar tomatenboeren maximaal onderzoeken om te kijken waar de verspilling zit? En kunnen we die tips vervolgens delen met de rest de van boeren? Dat is de insteek van het systeem. Als wij zo’n systeem goed uitwerken, is het ook te reproduceren in andere landen.”

De basis voor het gehele systeem moet binnen een paar maanden staan en Hutten denkt zo’n twee jaar nodig te hebben om een grote klapper te maken.

Investeren om voedselverspilling terug te dringen

De overheid zet zich ook in voor minder voedselverspilling en investeert daarom € 7 mln om de ambitie van de taskforce, het halveren van de voedselverspilling in 2030, te ondersteunen. De investering van het kabinet kan daar volgens Hutten zeker aan bijdragen, maar het is nog niet genoeg voor alle ideeën die Three-Sixty heeft. “Het is een mooi begin, maar uiteindelijk zal het bedrijfsleven ook moeten investeren. Er moeten bijvoorbeeld ketenonderzoeken worden gedaan die ontzettend veel geld kosten.”

“Daarnaast is er geld nodig voor bedrijven om onderzoek te doen naar hun verspilling. In eerste instantie weet een boer bijvoorbeeld niet of hij de kosten van zo’n onderzoek terug gaat verdienen, al gaat dit uiteindelijk wel gebeuren. Bedrijven kunnen zeker aan het begin veel kosten besparen als ze goed letten op hun verspilling. Het gaat echter wel een crime worden om goede overzichten te krijgen, want mensen geven niet zomaar inzicht in hun gegevens. Toch zie ik op dit moment geen andere oplossing”

De wereld verspillingsvrij?

Volgens Hutten is een wereld zonder voedselverspilling niet mogelijk, maar er kunnen wel grote stappen gemaakt worden om verspilling aan te pakken. “We eten allemaal drie keer per dag dus de kans is klein dat we nooit meer iets verspillen. Een halvering zou al heel erg mooi zijn.”

'We hebben hier te weinig respect voor voedsel'

“Ik denk dat het nu erg belangrijk is dat ondernemers buiten het bedrijf durven te kijken. Ik vind dat bedrijven zich eerst moeten realiseren dat ze maatschappelijk relevant moeten zijn voordat ze echt geld mogen verdienen. Dat is echter een compleet nieuwe gedachte. Al een jaar of 30 gaan bedrijven alleen maar voor de winst, zonder op de omgeving letten. De laatste 10 jaar wordt echter steeds duidelijker dat dit een ontzettend destructief effect heeft.”

Een taak voor de consument

Uiteindelijk moet de consument ook meehelpen om voedselverspilling te voorkomen. “We hebben te weinig respect voor voedsel. We hebben het hier heel goedkoop gemaakt, waardoor het voor jou als consument niet uitmaakt of je voedsel weggooit of niet.

Hutten is van mening dat mensen zich moeten realiseren dat een duurzame voedselproductie met aandacht voor mensen in de maatschappij nooit heel goedkoop wordt. “Ik hoop dat de markt een keer zo rijp wordt dat ik mensen kan uitleggen dat onze soep hartstikke lekker is, beter voor het milieu en beter voor de inclusiviteit. Dan vind ik eigenlijk dat je niet eens moet vragen om de tweede zak soep gratis.”

Geen gemakkelijke opgave dus, maar met deze insteek denkt Hutten dat een halvering van de voedselverspilling in 2030 haalbaar moet zijn.  

Lees ook:

Interview | Foto's: De Verspillingsfabriek