12-07-2018 16:55 | Door: Rianne Lachmeijer

Het Klimaatakkoord op hoofdlijnen is een feit: Nederland wil aan de slag met de klimaattransitie. Aan vijf sectortafels spraken het bedrijfsleven, de overheid en maatschappelijke organisaties over de mogelijkheden. Wat zijn de kansen voor het bedrijfsleven? De vijf voorzitters van de sectortafels geven hun visie. Pieter van Geel, landbouw en landgebruik, trapt af.

In 2050 moeten we zo goed als klimaatneutraal zijn om aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Het nationale Klimaatakkoord speelt daarop in door een tussendoelstelling op te stellen voor 2030. “We zijn niet ambitieuzer dan de rest van Europa”, aldus Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, “we sorteren alleen alvast voor en dat kan ons een voorsprong geven”. Wat die voorsprong inhoudt verschilt per sector. Wat zijn de kansen?

DuurzaamBedrijfsleven sprak met de voorzitters van alle sectortafels. Vandaag Pieter van Geel. Hij is voorzitter van de sectortafel landbouw en landgebruik. "Toen ik gevraagd werd als voorzitter zei men: 'Ach die landbouw hoeft niet veel te doen, die heeft maar een beperkte taakstelling.’ Maar die taakstelling is wel degelijk serieus."

Lees ook: Klimaatakkoord: 'In 2030 kwart woningen aardgasloos verwarmd'

Waarom is die taakstelling lastiger dan verwacht?

“Ik illustreer het graag aan de hand van een vergelijking met het elektrificeren van auto’s. Een auto is simpel. Hij stoot nu CO2 uit, we elektrificeren hem en vervolgens stoot hij nul uit. We hebben net zoveel koeien als auto’s, maar hoe doe je dat met een koe?”

“Daarvoor zijn andersoortige oplossingen nodig die veel meer ingrijpen in de bedrijfsvoering van boeren. Of je gaat rücksichtslos alle koeien eruit zetten. Dat lost het probleem ook op. Nee, het is in werkelijkheid natuurlijk een complexer verhaal: Duizenden familiebedrijven in plaats van zes autofabrikanten. Boeren die allemaal een hypotheek hebben, het is ingewikkelder.”

Nederland is natuurlijk internationaal koploper op het gebied van agrifood. Kunnen we die positie nu benutten?

“Jazeker, absoluut. Als wij technieken ontwikkelingen voor het op grote schaal verbeteren van stalsystemen, mest-scheiden, voerconversie, maar ook op het gebied van landbouwpraktijken zoals het scheuren van grasland, koolstof toevoegen en omgaan met veenweidegebieden: daar ontbreekt nog heel veel kennis en ervaring, die moet gewoon toegevoegd worden.”

Is een deel van die kennis er al?

“Op het gebied van koeien en stalsystemen is er al veel kennis, dat moeten we nu vooral goed uitrollen met elkaar. Maar op het gebied van opslag van koolstof in de bodem en ook wat we moeten doen met het vernieuwen van groen, daar is nog veel kennis nodig.”

Wat zijn de kansen voor anders verbouwen? Bijvoorbeeld quinoa op zilte grond?

Dat zit ook in het pakket voorstellen: ideeën voor bepaalde gebieden die nat zijn of ziltig zijn; dat je daar andere gewassen moet gaan kweken. Dat geldt voor het gras, maar ook voor veenweidegebieden: De uitgestrektheid van die koeienweiden met slootjes ertussen als je daar bomen gaat planten dan blijft van dat landschap niets over. Vandaar dat ik ook de spanning genoemd heb met het landschap en biodiversiteit. Dus simpele oplossingen zijn er niet.

Bent u er wel van overtuigd dat een akkoord gaat lukken dit najaar?

“In ieder geval dat we eind van het jaar weer verder zijn, maar ik waak er ook voor om te optimistisch te zijn. Het hangt niet af van een maand, als er maar voortgang wordt geboekt. En je hoeft ook niet te wachten tot er in januari een akkoord is. De dingen waar we het nu over eens zijn daar kun je volgende maand al mee beginnen. Daar is geen enkele reden voor om dat niet te doen.”

Heeft u een voorbeeld van wat nu al kan?

“Nou de projecten starten voor de veenweidegebieden zou kunnen.” (Veenweidegebieden kunnen worden vernat, soms met technische maatregelen, red.)

Welke rol kan het bedrijfsleven spelen?

“We hebben het over boeren, maar een hele belangrijke rol spelen natuurlijk ook alle toeleverende en verwerkende bedrijven. Er wordt in de agrosector het meest verdiend buiten de primaire landbouw. Dat zijn de Friesland Campina's, diervoederproducenten, supermarkten.”

“Supermarkten kunnen bijvoorbeeld een rol spelen bij het tegengaan van voedselverspilling, maar ook bij het aanbod van producten van plantaardige eiwitten in plaats van dierlijke. Als je iets wil realiseren op dat terrein, dan is het een kwestie van vraag en aanbod. Aan de aanbodkant moeten er producten zijn van plantaardige oorsprong en aan de vraagkant moet de consument daarop reageren, misschien via voorlichting."

Dit is het eerste artikel in een serie over de kansen van het Klimaatakkoord voor de sectoren: agrifood, gebouwde omgeving, energie, industrie en mobiliteit. Morgen Diederik Samsom over de kansen voor het bedrijfsleven op het gebied van de gebouwde omgeving.

Afbeelding: Adobe Stock