16-08-2018 13:30 | Door: Rianne Lachmeijer

Goede landbouwgrond levert meer voedingswaarde op en is beter bestand tegen klimaateffecten als langdurige droogte en hoosbuien. Toch is het momenteel slecht gesteld met onze landbouwgrond. ASR, Rabobank en Vitens willen daar verandering in brengen met de ontwikkeling van een landelijke bodemindex.

Een index die in één oogopslag weergeeft hoe het met de landbouwgrond is gesteld. Verzekeraar ASR, de Rabobank en waterbedrijf Vitens willen het in de toekomst mogelijk maken. Als bodemcoalitie nemen zij het initiatief om tot een bodemindex te komen die inzicht geeft in de huidige kwaliteit van de bodem en passende maatregelen om de bodemgesteldheid te verbeteren.

Als coalitie werken zij sinds 2016 samen aan een bodemlabel waarbij boeren op basis van maatregelen een duurzaamheidskwalificatie krijgen, zoals wanneer een boer de mest uitrijdt, hoe hij dat doet en hoe hij zijn rotatieschema voor gewassen heeft ingericht. Het bodemlabel is niet het enige initiatief op dit thema. Andere voorbeelden zijn het bodempaspoort en de Soil Health Index.

‘Behoefte aan een uniforme index’

“Er zijn ongelooflijk veel van die initiatieven en dat zorgt voor fragmentatie”, stelt Dick van den Oever, directeur Landelijk Vastgoed bij ASR. dick van den oever, asr “Als bodemcoalitie concludeerden we dat er toch ook behoefte is aan een uniforme index die op een hele eenvoudige manier vertelt hoe de bodem nu is.” Daarom nemen zij daartoe nu zelf het initiatief.

Zij zoeken nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen die informatie verzamelen over de bodem, zodat ze gezamenlijk een grote database kunnen ontwikkelen. Onderlinge concurrentie wil de bodemcoalitie voorkomen.

“Wat mij betreft mag ieder initiatief het landelijk meetinstrument worden. Dat hoeft niet per se het bodemlabel van de bodemcoalitie te worden. Het moet gewoon een goede index zijn die makkelijk hanteerbaar is en betaalbaar voor de boer. Een index die de boer helpt de juiste dingen te doen.”

De huidige gezondheid van de grond

Van den Oever wil toe naar een meetinstrument dat inzicht geeft in de drie eigenschappen van de bodem: fysisch, biologisch en chemisch. Volgens hem zijn dat de drie factoren die ertoe doen en die nu nog niet in één index worden gevat.

Met de balans tussen die factoren is het nu vaak slecht gesteld. Zo zetten boeren nu veelal in op de chemie-kant met kunstmest. Dit houdt de voedingswaarde van de grond hoog zodat productie wordt gewaarborgd, maar de structuur en biologie van de grond kunnen door deze eenzijdige focus verslechteren waardoor verschraling en verdichting optreedt.

Hoge grondprijzen en krappe marges

Hoge grondprijzen door schaarse landbouwgronden en een landbouwsysteem met krappe marges stimuleren de verdergaande intensivering van de productie van gewassen. Dit zet de bodemkwaliteit meer en meer onder druk. Niet alleen boeren zijn zich hiervan bewust, maar ook in politiek is de noodzaak voor verandering inmiddels doorgedrongen.

In een bodembrief aan de Tweede Kamer stelt Carola Schouten, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dat het tijd wordt om de bodemkwaliteit te verbeteren. In het regeerakkoord staat bijvoorbeeld dat in 2030 1,5 megaton klimaatwinst moet worden behaald door slimmer landgebruik. Ook moet er extra CO2 in de bodem worden opgeslagen.

Vanaf 2021 wordt koolstof-vastlegging meegerekend in de verplichte nationale boekhouding van CO2-uitstoot en opslag. Volgens Schouten heeft de landbouw een sleutel in handen om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem.

“Als je kijkt naar de opdracht die er ligt dan is het absoluut noodzakelijk om veranderingen door te voeren”, stelt Van den Oever. “In 2030 moeten boeren met veel minder hulpmiddelen gaan werken.” Als de voedingswaarde bijvoorbeeld niet langer met kunstmest chemisch kan worden verhoogd, dan moeten boeren inzetten op andere manieren.

De businesscase voor de boer en het klimaat

Van den Oever ziet nu al voorbeelden van boeren die hierop inzetten. Boeren die bijvoorbeeld met tussen-gewassen en rust-gewassen gaan werken of de bodem ‘groen’ bemesten. Dit levert nu al positieve resultaten op. “Boeren vertellen dat zij minder vaak hoeven te beregenen of dat hun product kwalitatief beter wordt waardoor het beter vermarkt kan worden.”

 'In 2030 moeten boeren met minder hulpmiddelen  werken' 

Wanneer de kwaliteit van de grond verbetert, kan de bodem meer water absorberen, en tegelijkertijd kan de grond langere perioden van droogte aan. “Als het heel veel regent dan blijven op een grond van slechte kwaliteit overal plassen staan, waardoor het gewas niet groeit. Of als het langer droog is dan heeft de bodem niet de vitaliteit om de vochtigheid vast te houden.”

Een goede, gezonde bodem kan langere perioden van regen en droogte beter aan. Volgens Van den Oever draagt een gezonde bodem ook bij aan een andere maatschappelijke opdracht: het opslaan van koolstof. “Als je een goede bodem hebt met veel organische stof dan sla je uiteindelijk ook meer CO2 op in de bodem.”

Wageningen University & Research stelt dat er verschillende manieren zijn om meer koolstof op te slaan in landbouwgrond. Voorbeelden daarvan zijn weinig omploegen, het terugbrengen van gewasresten in de bodem en gebruikmaken van geschikte gewasrotaties.

Financiële ondersteuning

Van den Oever merkt dat bij veel boeren geen gebrek is aan wil, maar dat zij soms financieel niet in staat zijn om de omslag te maken. Daarom denkt ASR na over manieren waarop zij boeren financieel kunnen ondersteunen tijdens de inkomstendip die gepaard gaat met een omslag. Hij ziet ook mogelijkheden voor gestapelde voordelen in combinatie met de andere partijen uit de coalitie.

“Als een boer de bodem echt serieus neemt en zich goed certificeert, dan zou je voordelen kunnen stapelen. Bijvoorbeeld dat hij bij de bank een wat betere rente krijgt, dat hij bij ASR een wat hogere financiering of een wat lagere kavelprijs krijgt en een waterbedrijf zegt: Wij geven de agrariër een bonus want wij hoeven nu minder kosten te maken om te zuiveren.”

Een betere grondkwaliteit levert namelijk niet alleen waarde op voor de boer en het klimaat, maar ook voor de bank die financiert, de verzekeraar die de grond verpacht en het waterbedrijf dat het grondwater moet zuiveren.

De financiële waarde van gezonde grond

“Als ASR willen wij eeuwigheidswaarde creëren: voor ons is het belangrijk om de onderliggende waarde van de grond heel stabiel te laten ontwikkelen”, legt Van den Oever uit. ASR is de grootste belegger in grond in Nederland en eindigt ook op wereldwijde lijstjes in de top-5. Investeren in landbouwgrond doet ASR vanuit een duurzame motivatie, maar ook vanuit een financieel oogpunt: investeringen in grond zorgen voor balans in de portefeuille en hebben een mooie risk-reward verhouding.

'Een goede bodem blijft waarschijnlijk in waarde veel stabieler'

De verzekeraar is dus gebaat bij een gezonde grond: “Een goede bodem blijft waarschijnlijk in waarde veel stabieler en de earnings capacity van de grond blijft ook goed.” Aangezien ook Rabobank en Vitens baat hebben bij een gezonde grond, zetten zij hun werk aan de bodemindex de komende maanden voort.

Een ‘bodemhack’

Aan het einde van dit jaar vindt er een hackaton plaats waar de bodemcoalitie met hulp van Farmhack alle data van de Nederlandse bodeminitiatieven die mee willen doen in een grote database wil combineren en vervolgens analyseren.

De bodemcoalitie en partners hopen te ontdekken welke factoren bepalend zijn bij de bodemontwikkeling en bij welke maatregelen en in welke mate verbetering optreedt. “Dus we proberen echt om op een andere, nieuwe manier naar die data te kijken en uiteindelijk een dynamische bodemindex te creëren die een boer kan helpen zijn bodem te verbeteren.”

De ondertekening van de intentieverklaring. V.l.n.r. Ruud Huirne, directeur Rabobank Food & Agri, Jelle Hannema, CEO drinkwaterbedrijf Vitens en Dick van den Oever, directeur Landelijk Vastgoed bij ASR.

Lees ook: 

Afbeeldingen: Adobe Stock en ASR