10-10-2018 09:33 | Door: Martijn van der Donk

Wat is de werkelijke prijs van ons voedsel als we ook de kosten van milieubelasting meerekenen? Overschakelen naar een nieuw prijsmodel waarin deze 'werkelijke kosten' worden meegenomen, is volgens diverse experts een belangrijke voorwaarde om de voedselproductie te verduurzamen. Recent Duits onderzoek ondersteunt die bewering.

Volgens de studie van de universiteit van Augsburg is er in de Duitse markt een groot gat tussen de huidige voedselprijzen en de prijzen die producenten zouden moeten rekenen als ze de werkelijke kosten in rekening zouden brengen. Zo zouden traditionele vleesproducten volgens de onderzoekers bijna drie keer zo duur moeten zijn als de huidige prijzen. Voor traditionele zuivelproducten geldt dat ze bijna twee keer zo duur zouden moeten zijn als alle milieukosten in de prijs worden meegenomen.

Werkelijke kosten

Dat steekt schril af tegen biologische producten van plantaardige aard. Daar zou volgens de rekenmethode van de Duitse onderzoekers nog een premie van 6 procent bovenop moeten komen als alle milieukosten worden meegewogen.

Bij de gangbare veehouderij zijn de externe kosten voor een belangrijk deel te verklaren door het hoge energiegebruik. Daarbij gaat het om de productie van veevoer en de verwarming en ventilatie van de stal. Dat zorgt voor veel extra uitstoot van ammoniak en broeikasgassen, zeker in vergelijking tot plantaardige productie.

Falen prijsmodel

Volgens onderzoeker Tobias Gaugler legt dit onderzoek het falen bloot van het huidige prijsmodel. “Op basis van onze resultaten en het 'de vervuiler betaalt'-principe van de VN, zouden vooral producten van de conventionele veehouderij aanzienlijk meer moeten kosten dan nu het geval is in Duitsland.”

Gaugler staat niet alleen in zijn pleidooi om de werkelijke kosten van voedsel te verdisconteren in de prijs. In Nederland spant Nature & More, dochterbedrijf van Eosta (distribiteur van biologisch groente en fruit), zich in om de werkelijke kosten transparant te maken.  

Lees ook: 

Bron: universiteit van Augsburg | Afbeelding: Shutterstock