21-10-2019 07:00 | Door: Emma Rotman

Tien miljard mensen voeden in 2050 én de milieu-impact van de voedselproductie omlaag brengen. Een enorme opgave, die grote gevolgen heeft voor de manier waarop we ons voedsel produceren. Voor Rabobank de reden om met boeren, overheid, startups en partners op zoek te gaan naar oplossingen voor een duurzame landbouw- en voedselsector.

Op een herfstige maandagavond staat de Mauritskazerne in Ede in het teken van het voedsel van de toekomst. Niet alleen als gespreksonderwerp, ook in de vorm van een toekomstbestendig diner. Er wordt afgetrapt met ambachtelijk brood, met een dip van koolzaadolie en zonnebloempitten, wat een CO2-besparing van 64 procent oplevert ten opzichte van een klassieke kruidenboter.

Via het programma Rabo Food Forward gaat de bank in gesprek met boeren en andere ondernemers uit de landbouw- en voedselsector, studenten, consumenten, overheid en partners over verantwoorde voeding met een kleinere impact op het milieu. Het evenement in Ede is één van veertien regionale bijeenkomsten waar aan tafel lokale uitdagingen en oplossingen worden besproken.

Rabobank voerde een scan uit om die lokale uitdagingen en kansen te achterhalen. Op basis daarvan kwamen recreatieve kansen, verlies en verspilling in de fruitteelt en voeding als medicijn naar voren als de belangrijkste thema’s voor het Gelderse Rivierenland.

Lees ook: IPCC bepleit beter landgebruik voor voedselzekerheid

Voedselverspilling: twee vliegen in één klap

Lokale ondernemers spelen nu al handig in op die thema’s. Zo ontdekte Koen Nouws Keij, mede-oprichter en directeur van Stichting Diverzio, dat 30 tot 40 procent van het voedsel in de zorg verspild wordt. Dit terwijl 20 procent van de ouderen in verpleeghuizen ondervoed is en 50 procent ondervoed dreigt te raken. De reden? “Het eten is vaak zó smakeloos, dat bewoners het niet opeten”, aldus Nouws Keij.

Door gezond, duurzaam en lekker eten beschikbaar te maken voor kwetsbare mensen voor wie de voedingskeuze al gemaakt is, slaat Diverzio twee vliegen in één klap. “We hebben nu al tien ton verspilling voorkomen én het eetgenot van bewoners in zorginstellingen verhoogd.”

'We hebben nu al tien ton verspilling voorkomen én het eetgenot van bewoners in zorginstellingen verhoogd'

Ook de Wageningse startup Krusli zag voedselverspilling als kans. Initiatiefnemer Heidi Alemans maakt ontbijtgranen en repen van restjes en afgekeurde ingrediënten, zoals kapotte noten, te kleine granen en gebroken groentechips. Of er wel voldoende aanvoer is voor Krusli om te groeien, vraagt iemand. Absoluut, zegt Alemans, want er is ontzettend veel verspilling: “Helaas is mijn product heel schaalbaar.”

Lees ook: Mijlpaal: 1 miljoen gebruikers voor app tegen voedselverspilling

Recreatieve kansen

Dat de landbouw zichzelf opnieuw moet uitvinden, daar is bijna iedereen het vanavond over eens. Hoe dat eruit moet gaan zien, dat is minder eenduidig. Kan recreatie op de boerderij een manier zijn om de veehouderij in te krimpen? Voor IJsbrand Snoeij, oprichter van Boerderij ’t Paradijs, biedt die oplossing uitkomst. Naast 80 varkens, 40 koeien, leghennen en een tuinderij heeft ’t Paradijs een boerderijwinkel, ruimteverhuur en dagbesteding voor kinderen, volwassenen en ouderen.

Daarin is hij niet de enige. Ook Karolien Hupkes heeft aan haar melkveebedrijf De Fuik in Didam, met 85 melkkoeien en 67 stuks jongvee, een recreatieve tak toegevoegd. ‘HippeKoeien’ is een vergader- en excursielocatie waar bezoekers de boerderij kunnen beleven. Voor melkveeboer Edwin Sengers was een tekort aan ruimte om zijn boerderij De Eikenhorst in Wijchen uit te breiden de grootste bedreiging, tot hij deze omzette in een kans. De prachtige omgeving maakte zijn boerderij namelijk de ideale plek voor een theehuis, dat jaarlijks zo’n 30.000 bezoekers aantrekt.

Realistisch beeld tonen

Terwijl de ‘plastic soep’ wordt opgediend – een plantaardige bouillabaisse met zeewier in een eetbaar plastic zakje – praten we verder over recreatieve mogelijkheden op de boerderij. Voor veehouders zeker een kans voor extra inkomsten of verlaging van de milieu-impact van hun bedrijf, maar niet voor allemaal, stellen de boeren aan tafel. “Mijn boerderij bevindt zich op de perfecte locatie voor een theehuis. Op een andere plek had ik dit nooit gedaan”, zegt Sengers. “En je moet het ook leuk vinden om de hele dag met mensen te werken, niet iedereen is daar een persoon voor.”

Hupkes sluit zich daarbij aan: “Het is een volledig ander bedrijf naast je boerderij.” Haar motivatie voor Hippekoeien heeft niet zozeer te maken met extra inkomsten, maar vooral met een realistisch beeld tonen van de landbouw. “De druk om te verduurzamen is groot en veel boeren doen wat ze kunnen, terwijl de prijzen die zij voor hun producten ontvangen niet of nauwelijks stijgen.”

Waarde van voedsel

Die lage prijs hangt samen met de waarde die we toekennen aan voedsel en voedselproductie, concluderen de aanwezige boeren. Inmiddels staat het hoofdgerecht op tafel: biologische Kemper kip in wijn, met een CO2-reductie van 35 procent ten opzichte van een traditionele coq au vin.

Consumenten willen graag dat boeren steeds duurzamer opereren, maar zijn volgens de boeren aan tafel nog niet altijd bereid daar ook extra voor te betalen. Daarom is het belangrijk te laten zien wat er allemaal komt kijken bij voedselproductie, stelt Hupkes. “De consument staat zover van de boer af en weet van de meeste producten helemaal niet wat voor werk er allemaal in gaat.” Met Hippekoeien wil zij daar verandering in brengen.

André de la Porte, eigenaar van fruitbedrijf Bloeiend Merm in Dreumel, vult aan dat consumenten ook gewend raken aan de lage prijzen in de supermarkt. “Als consument weet je niet wat de echte prijs is als producten continu in de aanbieding zijn. Er liggen appels in de winkel voor prijzen waarvoor ik die echt niet kan produceren!”

Geen Apple, maar appel

Hoe kijken deze boeren naar de toekomst? De la Porte stelt dat de landbouw absoluut moet veranderen en verduurzamen. “Het model dat we nu kennen is niet houdbaar. De milieu-impact is te hoog en het economisch rendement te laag.” De bereidheid om te veranderen is er volgens de fruitteler ook zeker bij boeren, maar ze hebben wel steun nodig om investeringen te doen. En stabiliteit, zodat ze zeker weten dat ze investeren in oplossingen voor de lange termijn.

'De consument weet van de meeste producten niet wat voor werk er in gaat'

De waardering van voedsel moet in elk geval omhoog, daar is iedereen het over eens. Terwijl we genieten van het dessert – panna cotta met vanille van Nederlandse bodem – brainstormen we over welke kop we over vijf jaar graag zouden tegenkomen in de krant. Iets waaruit blijkt dat duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel het wint van de nieuwste gadgets. Een student oppert: “Consument vindt appel waardevoller dan Apple.”

Lees ook:

Beeld: Fotostudio Zien