20-11-2019 08:30 | Door: Emma Rotman

Te veel stikstof, dalende opbrengsten, een gebrek aan opvolgers. Nederlandse boeren staan momenteel voor meerdere uitdagingen. Wat kunnen ontwerpers voor de landbouw betekenen? ‘Boeren zijn creatief, maar ontwerpers kunnen helpen om hun werk over de bühne te brengen.’

Platform Agri meets Design slaat al sinds 2013 een brug tussen de landbouw, de voedselsector en de creatieve industrie. Boeren, ontwerpers, beleidsmakers en bedrijven werken samen aan een toekomstbestendig voedselsysteem. Veel boeren worstelen namelijk met de toekomst van hun bedrijf. Ze willen groeien, maar niet per se in het aantal dieren. Tijdens de Dutch Design Week 2019 presenteerde Agri meets Design de resultaten van zeven jaar co-creatie door boeren en ontwerpers.

Meer dan melk

Melkveehouder Rob Denissen is één van de boeren die zijn bedrijf wilde uitbreiden met minder vee. Het idee voor een open source boerderij kwam van ontwerper Anne Miltenburg, tijdens een eerdere bijeenkomst van Agri meets Design. “Open source betekent voor mij dat ik anderen gebruik laat maken van de assets van mijn bedrijf”, vertelt Denissen. Miltenburg liet hem inzien dat hij meer assets had dan alleen melkproductie.

Inmiddels herbergt de boerderij van Denissen naast 75 koeien de kapsalon van zijn vrouw en Seats2Meet werkplekken. Denissen legde wandelpaden aan rondom zijn boerenerf en organiseert groepsarrangementen en educatieworkshops voor basisscholen. Zo laat hij zoveel mogelijk mensen zien wat het boerderijleven inhoudt en wat de waarde van zijn boerderij is voor de omgeving.

Foto: het ontwerp van de boerderij van Rob Denissen, de Piet van Meintjeshoeve. De boerderij wordt momenteel verbouwd.

In zijn Farmlab nodigt Denissen ondernemers uit om te experimenteren met producten van de landbouw, om te bouwen aan een circulaire economie. “Gas opwekken uit mest, pudding van rauwe melk, een koeien-app of een fancy boomhut: wij nodigen ondernemers uit om hun wildste ideeën te ontwikkelen."

Lees ook: 5 circulaire ideeën die écht impact gaan maken

De Melksalon

Waar Denissen zich realiseerde dat zijn boerderij naast melk nog veel meer te bieden heeft, ontdekte ontwerper Sietske Klooster dat melk veel meer is dan het bulkproduct dat we in de supermarkten vinden. Allerlei factoren zijn van invloed op de melksamenstelling en smaak: of de koe binnen of buiten loopt, wat de koe eet, of ze vroeg of laat in lactatie is en hoeveel vet de melk bevat. De smaak verschilt niet alleen van boer tot boer, maar zelfs van koe tot koe.

“Zuivel is een oud Nederlands cultuurproduct, zowel het landschap als de eetcultuur zijn erdoor gevormd. Die waarde is in de supermarkt verloren gegaan, omdat die zich optimaliseert op één bepaalde kwaliteit melk”, stelt Klooster. Op de boerderij proefde zij de meest uiteenlopende variaties. Dat bracht haar op het idee van de Melksalon, een co-creatieproject waarin die variaties in melksamenstelling tot waarde worden gemaakt door innovaties die daarom draaien.

Foto: In 2015 opende Sietske Klooster in samenwerking met Food Cabinet een pop-up MelkSalon in Amsterdam.

Co-creatie

In de Melksalon bracht Klooster boeren, consumenten, wetenschappers en engineers samen om via proeverijen tot co-creatie te komen. “Omdat zij allemaal een ander perspectief met zich meebrengen, zorgt juist die co-creatie ervoor dat de variatie en verfijning in de smaak van melk verwaard kan worden. In dat proces ontstonden allerlei nieuwe innovaties”, legt Klooster uit.

De Lely Orbiter is zo’n innovatie: een machine die melk verwerken op de boerderij gemakkelijker en betaalbaarder maakt. Daarmee kunnen veehouders hun opbrengsten uit melk vergroten en de weg naar de consument verkorten. Een ander voorbeeld is Mijnmelk, dat melk direct vanaf de boerderij verkoopt. De melk komt van vier verschillende koeienfamilies, die op de fles worden vermeld; elke familie heeft een specifieke melksmaak.

Klooster weet door haar proeverijen ook dat er vanuit de consument vraag is naar die variatie. “Mensen vinden het juist fantastisch om die verschillen te proeven, want dan proeven ze het verhaal van de boer.”

Meaty funghi

Wat maakt de samenwerking tussen ontwerpers en boeren nu zo succesvol? Volgens de deelnemers aan Agri meets Design voegen ontwerpers een andere kijk op de landbouw toe. “Boeren zijn zelf vaak al creatief, maar ontwerpers kunnen met hun verbeeldingskracht de ideeën van de boeren over de bühne brengen”, legt Klooster uit.

Dat ervaarde ook Mariëlle van Lieshout, eigenaar van oesterzwammenkwekerij Van Lieshout, toen zij op zoek ging naar toepassingen voor oesterzwamvoetjes. Tot voor kort bleven die als restproduct over na het afsnijden van de oesterzwammen. “Ik wist dat ze eetbaar zijn, maar had geen idee hoe ik er een product van kon maken”, zegt Van Lieshout. Die opdracht gaf ze aan Doreen Westhal, ontwerper en eigenaar van foodconceptontwikkelaar Botanic Bites.

Het resultaat van die opdracht was ‘meaty funghi’. De voetjes blijken namelijk het meest vlezige stuk van de oesterzwam te zijn. Een ideale vleesvervanger, zowel vanwege de textuur als het hoge eiwitgehalte.

Foto: Doreen Westhal en Mariëlle van Lieshout draaien samen worst van de oesterzwamvoetjes.

Waar zijn de retailers?

Boeren, ontwerpers, bestuurders en beleidsmakers weten elkaar inmiddels te vinden bij Agri meets Design. Toch is er ook een grote afwezige: de retailers. Er zijn in Nederland vijf inkoopcombinaties waarin supermarkten zich verenigen. Zij bepalen wat er in Nederland in de schappen ligt en voor welke prijs: dankzij de grote volumes kunnen zij voor een zo laag mogelijke prijs hun producten inkopen.

Boeren zien de prijs die zij voor hun producten krijgen daardoor nauwelijks stijgen, terwijl verduurzaming van de landbouw wel om investeringen vraagt. Volgens Klooster zijn retailers dan ook deel van de oplossing. “Ik nodig hen van harte uit om bij het platform aan te haken.”

Lees verder:

Beeld MelkSalon: Nichon Glerum | Beeld Meaty Funghi: Botanic Bites / Van Lieshout | Hoofdbeeld: AdobeStock