24-12-2018 17:00 | Door: Rianne Lachmeijer

Oneindige economische groei afschaffen en streven naar een compleet circulaire economie. Dat is wat Kate Raworth voorstelt in haar nieuwe economische model waarin de markt ondergeschikt is aan de planeet. Dat model lijkt verdacht veel op een donut. “Maar het is wel de enige gezonde donut”, aldus Raworth.

Raworth pleit voor een equilibrium waarin de economie balanceert tussen een ecologische bovengrens en een sociale ondergrens. Die ondergrens wordt gevormd door mensenrechten zoals veiligheid, gezondheid en voldoende eten. De ecologische bovengrens gaat over zaken als luchtvervuiling, klimaatverandering en bodemuitputting.

Daarmee stelt haar model harde grenzen aan groei. Een confronterende boodschap voor beleidsmakers en economen die economische groei als basis stellen van een gezond systeem. Daarom krijgt zij naast lof ook kritiek. “Sommige economen zeggen dat ik de economie schaad en dat zij daarom mijn boek niet willen lezen.”

Buiten de economisch-wetenschappelijke wereld is haar boek Donuteconomie echter razend populair. Raworth sprak op het World Economic Forum in Davos, zit met multinationals aan tafel en haar lezingen worden druk bezocht. Nergens is het enthousiasme echter zo groot als in Nederland. “Er is internationaal veel aandacht voor mijn boek, maar in geen enkel land ontmoet ik tegelijkertijd zo veel enthousiaste en boze mensen als in Nederland.”

Wat wilde u bereiken met dit boek?

“Ik heb het boek geschreven dat ik had willen lezen toen ik een student was. Als student aan de universiteit had ik het gevoel dat de stof die ik leerde de onderwerpen waar ik het meest om gaf marginaliseerde. Het ligt vast aan mij, dacht ik. Als ik doorleer komt er vast een moment waarop het kwartje valt. In het begin stelde ik nog vragen tijdens college, maar op een bepaald punt stopte ik daarmee. Na mijn opleiding keerde ik de economie gefrustreerd de rug toe.”

“Hetzelfde geldt voor de studentenbeweging die je nu ziet. Na de financiële crisis is een studentenbeweging ontstaan van mensen die zich net zo voelden als ik 25 jaar geleden. Het verschil is dat zij internet hadden om elkaar te vinden en zich te verenigen. Ik hoop dat mijn boek bij hun ideeën aansluit en aantoont dat er wel degelijk economische theorieën zijn, buiten de syllabus, die aansluiten bij de kwesties waar zij om geven en over willen leren.”

Kijk: De Donuteconomie in zeven stappen

Wanneer realiseerde u dat het huidige economisch systeem niet werkt?

“Dat realiseerde ik me voor het eerst toen ik een essay moest schrijven voor een vak over economie in ontwikkelingslanden. De vragen die ik moest beantwoorden waren wat ontwikkeling is en hoe ontwikkeling het best gemeten kan worden. Dat was een openbaring voor mij. Na twee jaar economische opleiding was het voor het eerst dat mij een vraag werd gesteld over zingeving. En wat mij nog meer verbaasde was dat ik niet eens had gemerkt dat dit miste in het curriculum.”

“Nu ik terugkijk op mijn carrière tot nu toe besef ik me dat ik de afgelopen 25 jaar min of meer constant bezig ben geweest met het beantwoorden van die essay-vraag.”

Het Planetary Boundaries framework van het Stockholm Resilience Centre vormt de buitenste cirkel van uw donut. Het model is niet ontwikkeld door economen. Hoe komt dat?

“Herman Daly, een ecologisch econoom, heeft gezegd dat economen de economie moeten tekenen binnen de grenzen van de planeet: een cirkel. Mainstream economie zal dat echter nooit doen. Dat is veel te radicaal. En natuurwetenschappers hebben vervolgens gezegd: Als de economen de biosfeer waarin de economie bestaat niet weergeven, dan doen wij het.” 

“Toen ik het beeld van het Planetary Boundaries framework zag schoot de adrenaline door mijn lijf. Ik dacht letterlijk: dit is het begin van een nieuwe economie.”

“In dat model staat de planeet centraal in plaats van de markt, zoals in het economisch model van de vorige eeuw het geval is. De economie van de 21ste eeuw heeft de planeet als basis. De vraag is vervolgens welk economisch systeem daar het beste bij aansluit. Zodat we binnen de mogelijkheden van de planeet kunnen voorzien in de behoeften van iedereen.”

En uw economisch model sluit daar het beste op aan?

“Alle modellen zijn fout, maar sommige zijn nuttig. Dat is mijn favoriete citaat van statisticus George Box. Dus mijn model bevat ook fouten, net als de modellen die hiervoor zijn bedacht, maar ik denk dat mijn model nuttiger is dan de voorgaande modellen.”

“En het enthousiasme waarmee veel mensen op mijn boek reageren, bewijst voor mij dat het aansluit bij een gevoel van mensen dat er lange tijd iets miste. Maar nogmaals, het model is niet perfect. Het moet zich verder ontwikkelen, maar het idee dat we binnen de mogelijkheden van de planeet moeten voorzien in de behoeften van iedereen is een krachtig principe dat stand houdt.”

In 2011 tekende u de donut voor het eerst, dat was voordat de Sustainable Developments Goals bestonden. Waarin verschilt uw donut met de duurzame ontwikkelingsdoelen?

“De sociale kant van de donut is bijna identiek aan de duurzame ontwikkelingsdoelen. Het verschil zit hem vooral in de buitenste cirkel. Ik heb de daadwerkelijke data uit het Planetary Boundaries framework gebruikt. De klimaatdoelstellingen in de duurzame ontwikkelingsdoelen zijn daar een soort slap aftreksel van. Het Braziliaanse ministerie van Financiën wilde dit framework namelijk niet gebruiken als basis van de duurzame ontwikkelingsdoelen, omdat het economische groei limiteert.”

“Het gaat om een fundamentele clash of world views: een economisch model dat afhankelijk is van oneindige groei kan niet samengaan met een model dat spreekt van grenzen aan groei. Het Braziliaanse ministerie van milieu, dat de bijeenkomst van de Verenigde Naties organiseerde, was wel enthousiast over het Planetary Boundaries framework.”

In uw boek en lezingen benadrukt u het belang van afbeeldingen. Wat vindt u van de manier waarop de duurzame ontwikkelingsdoelen vormgegeven zijn?

“Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fantastisch dat de duurzame ontwikkelingsdoelen bestaan. Ik zou niet in een wereld willen leven zonder deze doelstellingen, maar de manier waarop ze vormgegeven zijn toont de onderlinge relatie tussen de doelen niet aan.”

“Het is een serie van 17 kleine vierkanten zonder onderling verband. Door twee cirkels te gebruiken, zoals in mijn model, wordt de spanning duidelijk die het voorzien in de behoeften van iedereen binnen de mogelijkheden van de planeet met zich meebrengt.”

In uw boek stelt u dat progressieve bedrijven de transitie leiden. Zijn er bepaalde sectoren die het voortouw kunnen nemen?

“We hebben vooral leiderschap nodig in de voedselsector. Als je de donut bekijkt zie je dat voedsel alle negen planetaire grenzen beïnvloedt. Als we voedselwinning anders kunnen vormgeven dan heeft dat een enorme, positieve impact op die grenzen.”

U zit nu al aan tafel met bedrijven die donut willen integreren in hun bedrijfsvoering. Wat is de grootste bedreiging voor bedrijven die de donut integreren in hun businessmodel?

“Hun aandeelhouders. Bedrijven kunnen hun visie, beleid en netwerk aanpassen, maar het gaat erom wie de eigenaar is van het bedrijf. De meeste bedrijven zijn beursgenoteerd. Dat maakt een bedrijf schizofreen: aan de ene kant wil een bedrijf een positieve impact hebben op de planeet terwijl aan de andere kant de aandeelhouders nog steeds streven naar financieel gewin op de korte termijn. Bedrijven zouden dit kunnen omzeilen door lange termijn aandeelhouders meer stemrecht te geven of door zich helemaal terug te trekken van de beurs.”

“Een ander risico is fair share denken. Ik heb gesprekken gehad met multinationals die naar de donut wezen en zeiden: Wat is mijn aandeel in dat onderdeel? Wat is mijn recht om te vervuilen? Daar komt het op neer. Maar we zijn al lang het punt voorbij waarop we vervuilingsrecht kunnen uitdelen. Vooruitstrevend is een bedrijf dat zegt: "Ik wil het niet minder slecht doen; ik wil het goed doen." Bedrijven zoals Interface en Desso, die de manier waarop zij produceren compleet hebben getransformeerd.”

U wordt uitgenodigd op verschillende faculteiten om te praten over uw boek, maar opvallende afwezige in de lijst is de economische faculteit. Hoe reageren economen over het algemeen op Donuteconomie?

“Op verschillende manieren: van beledigd tot enthousiast. Een hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam zei laatst dat ik politiek activist ben in plaats van econoom, omdat ik waarden integreer in mijn model. Maar mainstream economie is ook gebaseerd op waarden.”

“Neem het vraag-en-aanbod model, daar liggen ook bepaalde principes aan ten grondslag. Ten eerste: economie staat gelijk aan de markt. Ten tweede: behoefte staat gelijk aan prijs. Ik ben het niet eens met deze aannamen. Of een persoon iets kan betalen staat bijvoorbeeld los van zijn of haar behoefte.”

“Er zijn ook economen die positief reageren. Sommige van hen geven alleen aan dat zij niet het gevoel hebben dat ze dit model kunnen doceren, omdat ze aan de syllabus moeten voldoen. En tot slot zijn er mensen die direct willen beginnen met de verandering van de economie.”

Begin dit jaar sprak u bij het Ministerie van Economische Zaken en in juni bent u uitgenodigd in de Tweede Kamer. Wat vindt u van deze politieke interesse?

“Ik heb het boek in de eerste plaats geschreven voor studenten en heb daarom bewust gekozen voor economie van de 21ste eeuw in plaats van de economie van 2020. Ik wilde niet dat de focus lag op wat we vandaag kunnen doen, maar een langetermijnvisie presenteren, omdat anders een mindshift onmogelijk wordt.”

“Ik had  daarom niet verwacht dat mijn verhaal politici zou aanspreken, maar toen ik sprak bij het ministerie voor Economische Zaken bleek de interesse groot. Er was ruimte voor 150 mensen, maar er waren 300 geïnteresseerden. Vanwaar die interesse, vroeg ik me af. De ambtenaar die het evenement had georganiseerd omschreef het als volgt: Het is als water dat op droog land valt.”

“Blijkbaar zijn politici wanhopig op zoek naar nieuwe ideeën. Ik denk dat veel politici aanvoelen dat zij opgesloten zitten in een bepaald vocabulaire wat economische progressie betreft. Daarom hebben ze het nu over inclusieve groei, duurzame groei, veerkrachtige groei. Ze zijn op zoek naar een nieuw vocabulaire, een nieuw beeld van hoe welvaart eruit ziet. Ik hoop dat ik met mijn presentatie in juni een beeld kan schetsen van hoe welvaart er in de 21ste eeuw uit kan zien. ”

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Circulaire Economie. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

den haag

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretfoto: Kate Raworth | Planetary Boundaries: F. Pharand-Deschênes/Globaïa.