11-03-2018 12:15 | Door: Rianne Lachmeijer

De circulaire economie is hip: ook in de bouwsector. Ondanks deze populariteit komen projecten moeizaam van de grond. De koplopers die al inzetten op circulariteit komen nog veel hindernissen tegen. Welke ontwikkelingen zijn noodzakelijk voor een succesvolle circulaire bouwsector?

Bouw verantwoordelijk voor 5 procent van Nederlandse klimaatimpact

De bouwsector is verantwoordelijk voor 5 procent van de totale Nederlandse klimaatimpact. Daarnaast komt 50 procent van het materiaalgebruik op rekening van de bouw, aldus bouwbedrijven Finch, Heijmans ONE en NEZZT.

Zij overhandigden concrete adviezen aan het transitieteam Bouw voordat deze zijn transitieagenda Circulaire Bouweconomie publiceerde. In die transitieagenda staat dat de Nederlandse gebouwde omgeving uiterlijk in 2050 circulair is.

Lees ook: Circulair bouwen in de praktijk: “We staan aan het begin”

Hoe de circulaire economie in de bouwsector vorm krijgt

Ambitie is belangrijk, want er is nog een lange weg te gaan. In een whitepaper van Radboud Universiteit Nijmegen; in een praktijkstudie van Economic Board Utrecht en door Sam Muirhead, mede-oprichter van Open Source Circular Economy worden aanbevelingen gedaan om circulariteit in de bouw te versnellen.

Vijf van deze aanbevelingen komen regelmatig terug in gesprekken met mensen die werkzaam zijn in de bouwsector: modulariteit, standaardisatie, kennisdeling en samenwerking, open data en passende wet- en regelgeving.

Modulariteit: demontabele producten

In een circulaire economie staat het sluiten van kringlopen centraal. Dat betekent dat producten, materialen en grondstoffen zo lang mogelijk hun waarde behouden. Dat wordt mogelijk wanneer de componenten waaruit een product zoals een auto, huis of telefoon bestaat weer met gemak in- of uit elkaar worden gehaald en opnieuw kunnen worden gebruikt.

“Een materiaal heeft recht op puurheid”, stelt architect Thomas Rau. Hij pleit ervoor dat materialen niet dusdanig mogen worden bewerkt dat zij niet meer teruggebracht kunnen worden naar hun oorspronkelijke vorm. Mede daarom heeft hij de Universele Verklaring voor Rechten van het Materiaal opgesteld.

Standaardisatie: elk onderdeel dezelfde afmetingen

Bestaande gebouwen zijn een bron van herbruikbaar materiaal, maar de componenten van het ene gebouw kunnen niet altijd één op één worden overgenomen in een ander gebouw.

Aanpassing van deze componenten kost energie, daarom kan standaardisatie een oplossing bieden. Als onderdelen hetzelfde worden vormgegeven kunnen componenten van het ene gebouw zonder aanpassingen in een ander gebouw worden geïnstalleerd.

Er zijn al verschillende voorbeelden van gebouwen waarin elementen van een ‘oud’ gebouw opnieuw worden gebruikt. Zo zijn de raamkozijnen van de vergaderruimten in het circulaire paviljoen Circl van ABN AMRO afkomstig uit een oud kantoor van Philips. Toch zijn hier nog grote stappen in te maken.

Samenwerking maakt een circulaire economie mogelijk

Niet alleen oneindig hergebruik van bestaande materialen, producten en grondstoffen is belangrijk. Ook circulaire alternatieven voor veelgebruikte componenten zoals bakstenen, beton en wanden zijn van groot belang, aldus Economic Board Utrecht en Alliantie Cirkelregio Utrecht.

Hierbij is samenwerking tussen fabrikanten, kennisinstellingen, opdrachtgevers en bouwpartners cruciaal. Hier liggen kansen, denken de organisaties: ‘Mede gezien de voorhoederol van Nederland voor wat betreft circulariteit hebben dergelijke producten internationale potentie.’

Innovatie is onontbeerlijk om tot een circulaire economie te komen, maar investeren in innovaties levert risico’s op. Samenwerking zorgt voor risicospreiding en door kennisdeling maken andere ondernemers niet dezelfde fouten. Daarnaast vraagt circulariteit om het sluiten van kringlopen. Hiervoor is samenwerking binnen de keten én daarbuiten onontbeerlijk.

Open data: een materialenpaspoort en opslaglocaties

In  een circulaire economie bestaat afval niet. Het enige dat bestaat zijn reststromen. Nu is het nog een opgave om herbruikbare materialen en componenten te vinden. Madaster biedt daarvoor een oplossing. Dit materialenpaspoort maakt inzichtelijk welke materialen, grondstoffen en onderdelen gebruikt zijn in een gebouw of product.

 Daarnaast is de inrichting van fysieke locaties met donormateriaal nodig, zodat materiaal tijdelijk kan worden opgeslagen. Hier zijn nu nog extra kosten aan verbonden. “Nu is het duurder om een product zoals een plank op te slaan, dan om deze te verbranden”, aldus architect Tom Bokkers.

Passende regelgeving versnelt de transitie

De overheid speelt een grote rol in de transitie naar een circulaire economie: als opdrachtgever en als wetgever. De overheid kan opdrachten circulair uitvragen en wet- en regelgeving invoeren of versoepelen. De overheid zet hier al op in. Zo krijgen bedrijven door harmonisatie van internationale regelgeving en procedures toegang tot buitenlandse reststromen en sinds begin 2018 is het huren van gevels juridisch mogelijk.

Toch is er nog een weg te gaan. Zo pleitten Finch, Heijmans ONE en NEZZT onder andere voor versoepeling van het vergunningstraject. Ook voor het duurzame hotel QO zou versoepeling helpen. Het hotel wil frituurvet gebruiken als brandstof,  maar wordt gehinderd, omdat zij hiervoor eerst een afvalverwerkingsbedrijf moet worden. Daarnaast kan de overheid ervoor zorgen dat circulair bouwen aantrekkelijker wordt door de invoering van grondstoffenbelasting. 

Tot slot kan de overheid de bouwsector stimuleren om te focussen op levensduurkosten van een gebouw in plaats van de eenmalige bouwkosten. Levensduurverlening van materialen, producten en grondstoffen  is immers datgene waar de circulaire economie om draait.

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Circulaire Economie. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Bronnen: Radboud Universiteit Nijmegen, Economic Board Utrecht, Doughnut Economics | Afbeelding: Adobe Stock | Iconen: Ivo van IJzendoorn