07-03-2018 12:03 | Door: Hidde Middelweerd

Het verhaal van Ioniqa leest als een jongensboek: het jonge bedrijf startte in 2012 in het laboratorium. Zes jaar later staat de eerste fabriek op de planning, die 10 kiloton PET-plastic grondstoffen op continue basis kan upcyclen. Dit succes is niet verwonderlijk, want Ioniqa heeft een regelrechte ‘gamechanger’ in handen.

In het haven- en industriegebied De Botlek Rotterdam, midden tussen de AkzoNobels en de ExxonMobils van deze wereld, staat Plant One Rotterdam: een testomgeving waar innovators hun wellicht baanbrekende technologieën op demonstratieschaal kunnen testen.

Op deze plek laat Ioniqa momenteel zien dat het een gamechanger voor de circulaire economie in handen heeft. Tonnis Hooghoudt, CEO en oprichter van het bedrijf: “Ons proces haalt de onzuiverheden, zoals kleurstoffen, uit gebruikt PET-plastic. Wat je overhoudt, is een pure grondstof, identiek aan en met dezelfde kwaliteit als plastic op basis van olie.”

Circulaire economie

Dit is inderdaad een gamechanger, want tot op heden bestaat er geen recyclingtechniek die gebruikt PET-plastic weer om kan zetten naar een pure grondstof en daarin kan concurreren met traditionele vormen van plasticproductie. Niet alleen kan Ioniqa dat wél, het kan dit proces ook nog eens eindeloos herhalen. “We maken plastic op deze manier duurzaam”, zegt Hooghoudt.

Want duurzaam is het veelgebruikte materiaal momenteel absoluut niet, benadrukt hij: “We maken er met zijn allen een rotzooi van. Er wordt zo’n 320 miljoen ton plastic per jaar geproduceerd en slechts 10 tot 20 procent daarvan wordt gerecycled. De rest verdwijnt in de verbrandingsoven, op stortplaatsen of, erger nog, in de oceaan.”

“Maar ik ben optimistisch”, vervolgt hij. “Ik geloof dat we deze puinhoop ook weer op kunnen ruimen, met technologieën zoals die van ons. De kunst is echter om op te schalen naar een industrieel proces, waarbij zowel de prijs als het volume van het geupcyclede plastic in de bedrijfsmodellen passen van de industrie.”

Het belang van de businesscase

Juist daar wringt de schoen voor velen, stelt Hooghoudt. Technieken als die van Ioniqa steken vaker de kop op, maar stranden vervolgens op de businesscase. Ioniqa verwacht dit probleem te vermijden. Het bedrijf werkt namelijk met een slimme vloeistof waarmee het niet alleen verschillende componenten van plastic uit elkaar kan trekken, maar dit proces ook nog eens kan versnellen. “De vloeistof werkt als een katalysator, waardoor ons proces erg energie-efficiënt is en uiteindelijk ook betaalbaar”, legt hij uit. “Dit stelt ons in staat om PET-grondstoffen van virgin kwaliteit te leveren, tegen een concurrerende prijs.”

Die concurrerende prijs is essentieel, weet Hooghoudt uit ervaring: “Als je geen prijs kan bieden die in de buurt komt van de huidige standaard, keert de markt heel opportunistisch terug naar olie als bron van plastic.”

Interesse is er momenteel echter in overvloed, al reageert de markt ook nog enigszins afwachtend. “De kunstenaar Daan Roosegaarde verwoordde het mooi”, zegt Hooghoudt. “Wanneer je een innovatie brengt, zegt de markt eerst: ‘Dat kan niet.’ Wanneer je laat zien dat het wel kan, is de reactie: ‘Dat mag niet’. Tot slot wordt de vraag gesteld: ‘Waarom is het er nog niet?’ Dat is waar we nu staan.”

“Toen wij begonnen stond de term ‘circulaire economie’ nog in de kinderschoenen. Dat is nu wel anders”, vervolgt hij. “Het plasticprobleem is een hot topic. Zelfs de Britse koningin maakt zich er druk om. Wat dat betreft hebben we de wind mee.”

De eerste fabriek

Hooghoudt is er van overtuigd dat Ioniqa een concurrerende prijs kan leveren wanneer het eenmaal grote volumes draait. Dat komt doordat Ioniqa niet afhankelijk is van dure en beperkt beschikbare feedstock, ofwel de grondstoffen die het nodig heeft voor haar proces. Ioniqa maakt immers gebruik van afval dat niet verwerkt wordt en dat is relatief goedkoop.

De eerste stap richting grote volumes wordt inmiddels gezet. In 2019 moet de eerste fabriek namelijk een feit zijn. “De output van de fabriek moest eerst verkocht worden voordat we hem daadwerkelijk konden bouwen. Dat is nu gelukt. De fabriek staat aan het einde van dit jaar, zodat we begin 2019 kunnen proefdraaien. Als alles goed verloopt, kunnen we daarna echt van start gaan.”

“Het mooiste compliment dat we ooit gekregen hebben, ging over deze fabriek”, herinnert Hooghoudt zich. “Iemand zei: ‘Het is leuk om over circulaire economie te praten, maar stukken leuker als er daadwerkelijk iets gebeurt.’ Hij noemde Ioniqa vervolgens als voorbeeld.”

"In het begin ben je voornamelijk op je intuïtie aan het pionieren"

Stapje voor stapje

Het gaat dus uitstekend met Ioniqa, maar net als elke andere start-up had het jonge bedrijf te maken met obstakels. “In het begin ben je voornamelijk op je intuïtie aan het pionieren”, vertelt Hooghoudt. “We hadden een samenstelling van vloeistoffen ontdekt met veel potentie, maar de vervolgvraag is: wat kan je er mee? Je hebt een hoefijzer, maar nu moet je op zoek naar een paard.”

Ioniqa kwam al snel bij PET uit. PET is een groot segment van de plasticindustrie en leent zich het beste voor de techniek van Ioniqa. “Het is een polymeer dat zich gemakkelijk laat afbreken tot monomeer”, legt Hooghoudt uit. “Het afbreken van plastic is niets nieuws, maar het was lastig om dat zuiver en met name betaalbaar te doen. Toen wij er achter kwamen dat onze vloeistof dat kon doen, wisten we dat we een gamechanger in handen hadden.”

Vervolgens was het een kwestie van opschalen. In de tussentijd moest Ioniqa er echter wel voor zorgen dat het bleef bestaan. Met andere woorden: er moest geïnvesteerd worden. “Dat was niet altijd even gemakkelijk”, zegt Hooghoudt. “Maar iedere keer kwamen we een stapje verder omdat er marktpartijen waren die geïnteresseerd waren in ons proces. Daarom is het zo essentieel dat je meteen een markt zoekt bij de technologie die je in ontwikkeling hebt. Partijen die dat niet doen, gaan het uiteindelijk niet redden. Wij hebben dat denk ik goed gedaan, door constant rekening te houden met de spelers in de waardeketen: wat hebben zij aan ons product?”

Logistieke uitdaging

Ook nu ziet Hooghoudt nog genoeg uitdagingen op zich af komen. Vooral bij de inzameling en organisatie van de feedstock ziet Hooghoudt een potentiële bottleneck: “Bijna 90 procent van het gebruikte plastic verdwijnt momenteel gewoon. Dat is zonde, want voor ons is het een grondstof. Dat moet anders en beter georganiseerd worden.”

Hooghoudt pleit daarom voor grote hubs waar stromen van afval samenkomen en gescheiden worden in monostromen, zoals PET. “Hier in de Rotterdamse haven komt bijvoorbeeld ook plastic afval binnen uit landen als Italië en China, maar het gaat zo de verbrandingsoven in. Als je daar een scheidingsinstallatie voor zet, stel je meteen honderden kilotonnen aan feedstock beschikbaar. Daarmee kan Nederland een belangrijke positie in de circulaire economie verwerven.”

Hier ligt ook een belangrijke taak weggelegd voor de politiek, die met heldere regelgeving het verschil kan maken. Hooghoudt: “Ministeries als Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat trekken en duwen er al hard aan. Dat is een goed teken en absoluut noodzakelijk voor de toekomst.”

Opschalen

Hooghoudt hoopt dat de geplande fabriek de eerste van velen is. “Daar zit echter geen rol voor ons”, benadrukt hij. “Het opzetten van nieuwe en grotere fabrieken is een taak voor kapitaalkrachtigere  wereldwijd opererende partijen. Daarom licenseren we onze technologie meteen. Anders zitten we zelf verdere opschaling in de weg. Daarnaast is het runnen van megafabrieken op 24/7 basis gewoon een hele andere tak van sport.”

Dit betekent echter niet dat Hooghoudt volgend jaar achterover gaat leunen: “Ons proces is niet alleen toepasbaar op PET, maar op vele verschillende vormen van plastic. Daar gaan we zo snel mogelijk mee aan de slag.”

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Circulaire Economie. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Afbeeldingen: Ioniqa