20-03-2018 07:55 | Door: Rianne Lachmeijer

De businesscase voor circulariteit in de voedselsector is bewezen. Toch zetten nog relatief weinig bedrijven erop in. Daar willen Rabobank, Wageningen University & Research en Three-sixty verandering in brengen. Dat doen zij niet alleen, want samenwerking vormt de sleutel tot succes.

In 2015 moest Sharon Dijksma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, rapporteren hoeveel voedselverspilling was teruggedrongen. Het doel: een reductie van 20 procent. De conclusie: er is niets gebeurd. “Dat was het moment dat ik contact zocht met Toine Timmermans en de Verspillingsfabriek startte”, zegt Bob Hutten.

Ondernemer Hutten is naast oprichter van de Verspillingsfabriek ook de oprichter van Three-sixty, een innovatiecentrum voor circulaire economie. “Wij realiseerden ons dat er geen plek was waar mensen terecht konden die voedselverspilling tegen willen gaan”, vertelt hij.

'6 procent van CO2-uitstoot ontstaat door productie van voedsel dat niet wordt gegeten.'

“Een plek met informatie om voedselverspilling te voorkomen, reduceren en reststromen te verwaarden. Onze conclusie was dat er een consortium moest komen van grote partijen die zich allemaal uitspreken tegen voedselverspilling.”

Dit idee groeide uit tot Three-Sixty en de Taskforce Circular Economy in Food. “Eigenlijk zijn Bob Hutten en ik de grote aanjagers van dit verhaal,” zegt Toine Timmermans. Hij is programmamanager circulariteit in food bij Wageningen University & Research (WUR) en houdt zich al vijftien jaar met het thema bezig.

Taskforce Circular Economy in Food

De Taskforce is een initiatief van WUR en is in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en de Alliantie Verduurzaming Voedsel tot stand gekomen. Leden uit de hele voedselketen, van mkb-bedrijven tot multinationals, zijn erbij aangesloten. Ook Rabobank is vanaf het begin bij het initiatief betrokken. “Rabobank is een fantastische bondgenoot om schaarste en verspilling aan te pakken”, vindt Hutten.

“Landbouw is altijd al circulair geweest.' 

Rabobank sloot zich graag aan bij de Taskforce, omdat het past bij de eigen missie 'Growing a better world together' en de Banking for Food-strategie. In haar SDG Rapport 2017 laat Rabobank haar bijdrage zien aan de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties.

Dit jaar focust Rabobank op de thema’s klimaatvriendelijke landbouw en vermindering van voedselverspilling. “Meer voedsel op meer land produceren gaat niet werken, in plaats daarvan moeten we waarde uit food waste halen. Food waste is smart business. Daarom moeten bedrijven in beweging komen.” 

Daar ziet Alain Cracau, director Sustainable Business Development & Advisory bij Rabobank, ook de belangrijkste rol voor de bank: “Wij kunnen bedrijven uit de gehele voedselketen bij elkaar brengen, omdat we iedereen spreken.” Hij is blij met mooie ambities van bedrijven en de overheid, maar hij vindt actie nu het belangrijkste: “Er zit zoveel potentieel, maar we moeten het nu wel echt gaan doen.”

Voedselverspilling: symptoom van een slecht functionerend systeem

Eén van de problemen van voedselverspilling is dat het probleem ‘van niemand is’, merkt Cracau op. Bij bijna elk bedrijf in de voedselsector is sprake van verspilling. Het is zo vanzelfsprekend dat het is opgenomen in onze economische modellen, stelt Hutten. Tegelijkertijd is het onderwerp lange tijd taboe geweest, vult Timmermans aan: “Er werd niet over gesproken.”

Inmiddels is voedselverspilling in Noord-Amerika opgelopen tot 50 procent, weet Hutten. In Nederland ligt de teller tussen de 30 en 33 procent. Dat betekent dat circa een derde van ons voedsel bij het afval belandt. Het gaat bijvoorbeeld om groenten die niet aan de schoonheidseisen voldoen: zij zijn kwalitatief in orde, maar zien er gek uit. voedselverspilling, consumenten

Deze voedselverspilling heeft ook impact op het milieu, zegt Timmermans: “Zes procent van de CO2-uitstoot ontstaat door de productie van voedsel dat niet wordt gegeten.” Tegelijkertijd gaan dagelijks nog steeds 800 miljoen mensen hongerig naar bed.

“Voedselverspilling is het symptoom van een slecht functionerend voedselsysteem”, concludeert de programmamanager circulariteit in food bij WUR. Daarmee is het terugdringen van voedselverspilling verweven met een systeemverandering. Ook Hutten en Cracau zien voedselverspilling als onderdeel van een transitie naar een circulair voedselsysteem.

Het gemengd bedrijf als circulair voorbeeld

Volgens Cracau is circulariteit in de landbouw niet nieuw. “Landbouw is altijd al circulair geweest. Toen ik jong was en bij mijn familie op de boerderij werkte, gebruikten we alles. Mijn familie had een gemengd bedrijf,” zegt hij.

Na de Tweede Wereldoorlog is volop ingezet op schaalvergroting om honger uit te bannen. “Dat is de boeren zo goed gelukt dat we nu een overschot hebben en Nederland de tweede exporteur ter wereld is.” In dat proces is circulariteit gesneuveld. Volgens Cracau kan het gemengd boerenbedrijf nu als voorbeeld dienen voor de inrichting van een circulaire keten.

“Wat je wilt, is een gesloten systeem bouwen”, beaamt Hutten. “Waarom wil je dat? Omdat het maximaal duurzaam is: je benut alles zoals je het wilt benutten.” Daardoor komen voedselverspilling reduceren en een circulair voedselsysteem opbouwen in de praktijk dicht bij elkaar.

De businesscase

Volgens Cracau en Timmermans levert voedselverspilling tegengaan winst op. “Iedere euro die wordt geïnvesteerd levert 14 euro op”, zegt Timmermans. Toch zetten bedrijven hier vaak niet op in, omdat kennis ontbreekt, complete processen veranderd moeten worden of het voordeel zich voordoet op een andere plek in de keten.

' Iedere euro die wordt geïnvesteerd in tegengaan voedselverspilling levert 14 euro op' 

“Als voedselverspilling wel wordt aangepakt, gebeurt dat vaak fragmentarisch op verschillende fronten, terwijl de opgedane kennis niet wordt gedeeld. Daarom biedt een gezamenlijke aanpak zoals bij de Taskforce een uitkomst. Bedrijven kunnen daarin van elkaar leren en elkaar stimuleren.”

Sectorambassadeurs

Iedere deelnemer heeft een of twee concrete doelen opgesteld die hij gaat oppakken. Daarnaast moet ieder nieuw lid bereid zijn om ambassadeur te worden voor zijn sector. “Het mooiste voorbeeld is Lamb Weston/Meijer, dat bedrijf heeft alle bedrijven in de sector meegekregen”, zegt Timmermans. Het gezamenlijk doel is om in 2030 voedselverspilling te hebben gehalveerd.

Subdoelen Taskforce

Er zijn vier subdoelen opgesteld. De eerste daarvan is meten hoe de Taskforce ervoor staat. Het tweede is innoveren in de keten, waarbij bedrijven die dat nog niet doen worden geholpen door de koplopers. Het derde is consumentengedrag veranderen door middel van campagnes. En het vierde doel is de ‘spelregels veranderen’, waardoor voedselverspilling niet langer de norm is. Hierbij kan wetgeving een rol spelen.

Toch legt Timmermans de nadruk op de rol van bedrijven: “Bedrijven moeten de lead nemen. Als die niet gaan bewegen, gaat het niet werken.” De bedrijven die zich aangesloten hebben bij de Taskforce durven die rol op zich te nemen: “Het zijn allemaal koplopers die voedselverspilling aanpakken en andere bedrijven daarbij willen betrekken.”

'Bedrijven moeten de lead nemen.'

Cracau hoopt dat nog meer bedrijven die circulariteit in de voedselsector willen vormgeven zich bij de Taskforce aansluiten: “Voor bedrijven die circulariteit concreet willen maken is dit de juiste weg.”

Internationale voorbeeldfunctie

Op het gebied van voedselverspilling doet Nederland het momenteel niet per se beter dan andere landen, maar wij zijn wel het eerste land met een serieuze taskforce, zegt Timmermans. “Ondanks dat we er nog niet zo veel over communiceren, zie je dat steeds meer partijen naar Nederland kijken als voorbeeld.”

Timmermans heeft goede hoop dat de Taskforce voor verandering in de voedselsector gaat zorgen: “Nu is het voor het eggie: nu moeten we voedselverspilling gaan oplossen.”

Lees ook: Waarom voedselverpakkingen onmisbaar zijn

Afbeeldingen: Adobe Stock