04-05-2020 10:05 | Door: Hidde Middelweerd

Bioplastic wordt al jarenlang aangedragen als duurzaam alternatief voor fossiel plastic. De ambitie in het Nederlandse Grondstoffenakkoord liegt er dan ook niet om: 15 procent van al het plastic moet in 2030 biobased zijn. Maar hoe groot is de duurzame impact van bioplastic eigenlijk? En wat moet er gebeuren om bovenstaande ambitie daadwerkelijk te behalen? Deze longread brengt je volledig up-to-date.

1. Bioplastic: de feiten

Eerst even dit: wat is bioplastic eigenlijk? De term dient eigenlijk als verzamelnaam voor een groep uiteenlopende plastics, die in ieder geval over één van de volgende twee eigenschappen beschikken:

  • Ze zijn gemaakt van biologische en hernieuwbare grondstoffen, zoals suikerriet, mais of tarwe;
  • Ze zijn biologisch afbreekbaar, wat betekent dat micro-organismen ze kunnen afbreken tot water en koolstof.

PBAT-plastic is bijvoorbeeld niet biobased, maar wel biologisch afbreekbaar. Bio-PA is op zijn beurt wél biobased, maar kan weer niet gecomposteerd worden. PLA (polymelkzuur) is zowel biobased als bio-afbreekbaar. Ondanks deze verschillen, vallen zowel PBAT als Bio-PA en PLA onder de categorie ‘bioplastic’.

And the list goes on: de biobased tegenhanger van PE is Bio-PE, gemaakt van suikerriet. Het fossiele PET kan op zijn beurt vervangen worden door Bio-PET, dat voor 30 procent uit biobased grondstoffen bestaat. Een duurzamere concurrent van PET staat echter ook al in de startblokken: PEF. Bij PEF wordt het fossiele tereftaalzuur (de T in PET) vervangen door het uit suiker gewonnen FDCA (de F in PEF), resulterend in een CO2-reductie tot wel 50 procent. Veelbelovend, maar experts verwachten dat het zeker nog vijf jaar duurt voordat PEF op industriële schaal geproduceerd wordt.

Bekijk hier onze infographic over bioplastic

Hoe ontwikkelt de markt zich?

En dan hebben we het nog niet eens gehad over Bio-PTT, zetmeel blends, of PHA (dat zelfs in zee goed afbreekt!). Met andere woorden: soorten bioplastics zijn er genoeg. Het marktaandeel is vooralsnog echter klein: ongeveer 1 procent van de totale plasticmarkt. Daar staat tegenover dat bioplastics sterk in de lift zitten, zegt François de Bie, senior marketing director van Total Corbion PLA BV en voorzitter van belangenvereniging European Bioplastics. “De PLA-markt groeide vorig jaar bijvoorbeeld met 15 tot 25 procent. Dit jaar verwachten we een vergelijkbare stijging.”

Ook in de komende jaren zal het marktaandeel van bioplastics blijven stijgen, verwacht hij. “Je hoeft de krant maar open te slaan en het gaat over plastic soep, plasticvervuiling en CO2-uitstoot. Dat zijn belangrijke problemen en steeds meer consumenten en bedrijven willen hun steentje bijdragen. Met bioplastic is dat mogelijk.”

Dat steeds meer bedrijven die handschoen daadwerkelijk oppakken, bewijst de fabriek van Total Corbion PLA in Thailand. Sinds de opening van de fabriek in 2018 is de vraag naar PLA namelijk stukken groter dan de productiecapaciteit van de fabriek (75.000 ton per jaar).

Tekst loopt door onder de Mojo case. 

Case Mojo: 'We willen de biobased economy een slinger geven'

Mojo Concerts werkt sinds 2003 al op kleine schaal met bekers gemaakt van het bioplastic PLA. Vorig jaar besloot de concertorganisator er een forse schep bovenop te doen en PLA-bekers op álle evenementen in te zetten. Maarten van Lokven, projectmanager bij Mojo Concerts: “We willen de biobased economy een slinger geven.”

Mojo Concerts gebruikt op jaarbasis inmiddels ruim tien miljoen biobased drinkbekers, geproduceerd door het Finse bedrijf Huhtamäki. De bekers worden apart ingezameld en gesorteerd op het evenement in kwestie en aangeboden aan Looplife Polymers. Dit Belgische bedrijf is momenteel de enige partij in de Benelux die PLA hoogwaardig en op grote schaal recyclet (zie praktijkcase 2).

Bovenstaande opzet klinkt misschien gemakkelijk, maar er komt veel bij kijken. En rendabel is het ook (nog) niet. “Toch voelen we ons geroepen om hierop in te zetten”, zegt Van Lokven. “We willen een aanjager zijn van de biobased economy.”

Zelf inzamelen en sorteren

Om die rol te vervullen, moest Mojo Concerts de inzameling en sortering van de duurzame drinkbekers zelf voor zijn rekening nemen. “Afvalverwerkers bieden die dienst helaas nog niet aan”, verklaart Van Lokven. “Dat begrijp ik ergens ook wel. De afvalverwerkingsindustrie verwerkt gigantische afvalstromen, waardoor de aparte inzameling en verwerking van relatief kleine hoeveelheden bioplastic vooral als lastig wordt ervaren.”

Dan doen we het zelf maar, besloot Mojo Concerts. Maar om dat te kunnen doen, moest de hoeveelheid PLA-bekers die Mojo gebruikt fors omhoog. ““Festivalbekers vormen slechts 2 procent van het afval op een festival; voor een festival als Lowlands praat je dan over zo’n twee- tot drieduizend kilo. Als je biobased bekers slechts op een paar festivals per jaar inzet, is het praktisch gezien dus onhaalbaar om dat apart in te zamelen en te sorteren”, aldus Van Lokven. “Door de PLA-bekers op al onze evenementen in te zetten, wordt het wél behapbaar. Al blijft het verre van rendabel.”

Recyclingpercentage van 68 procent

Vorig jaar werden de PLA-bekers voor het eerst op alle evenementen ingezet, waarbij een gemiddeld recyclingpercentage van 68 procent werd behaald. “We zijn tevreden met de eerste resultaten, maar in de aankomende jaren willen we dat percentage natuurlijk verhogen”, aldus Van Lokven. Het publiek speelt daar een belangrijke rol in. Als zij hun drinkbekers in de daarvoor bestemde afvalbakken doen, neemt het recyclingpercentage immers toe.

Ook daar is Van Lokven tevreden over. Hij merkt op dat publiek steeds bewuster consumptiegedrag vertoont, al wisselt dat per evenement: “Op een driedaags festival heb je bijvoorbeeld veel invloed op het gedrag van bezoekers en is de sociale controle groot. Daar zijn de voorscheidingspercentages dan ook stukken hoger dan bij een concert van anderhalf uur, waar de focus juist op nascheiding ligt.”

Een kwestie van willen

Hoewel de eerste resultaten goed zijn, hoopt Van Lokven dat Mojo de inzameling en sortering van bioplastic op den duur toch kan overdragen aan afvalverwerkers. “Ik hoop dat de afvalverwerkende industrie in de aankomende jaren pro-actiever bijdraagt aan de biobased economy”, besluit hij. “We zijn het er met z’n allen over eens dat we minder fossiele grondstoffen moeten gebruiken en biobased producten kunnen daar (deels) voor zorgen, zeker als we ze zoveel mogelijk recyclen. In technologisch opzicht is dat gewoon mogelijk, dus het is een kwestie van willen. Ik hoop dat die wil in de aankomende jaren ook wordt getoond, want Mojo is op zoek naar partners om dit verder te ontwikkelen.”

2. Bioplastic: de duurzame kansen

De toenemende interesse in en vraag naar bioplastic is niet verwonderlijk. Het is immers een kans voor bedrijven om hun product (of de verpakking ervan) te verduurzamen. “Wat onze PLA-fabriek aanbiedt, is duurzaamheid; een kans voor bedrijven om de CO2-voetafdruk van hun product te verlagen”, aldus De Bie. “Sterker nog: het feit dat steeds meer bedrijven op deze manier willen verduurzamen, is de belangrijkste reden dat we überhaupt klanten hebben.”

De duurzame winst die met bioplastic te behalen valt, komt door verschillende factoren. Twee daarvan steken er echter met kop en schouders bovenuit:

  • Bioplastics verlagen de vraag naar fossiele plastics (en daarmee de vraag naar fossiele grondstoffen);
  • Bioplastics dragen bij aan een lagere CO2-uitstoot.

Bijdragen aan de circulaire economie met bioplastic

De eerste factor spreekt voor zich: hoe meer we inzetten op biobased (en dus hernieuwbaar) plastic, hoe minder fossiele grondstoffen we gebruiken om aan de plasticvraag te voldoen. Hiermee levert bioplastic een directe bijdrage aan de circulaire economie, zegt Geert Bergsma, manager ketenanalyse bij CE Delft en hoofdauteur van verschillende onderzoeken over bioplastic. “In de transitie naar een circulaire economie is het allereerst belangrijk dat we ons plasticgebruik terugdringen, om vervolgens zoveel mogelijk plastic te recyclen en hergebruiken. Maar de vraag naar nieuw plastic zal altijd blijven bestaan. Daarom is het zaak om een steeds groter deel met biobased (lees: hernieuwbare, lees: circulaire) grondstoffen te produceren.”

Download het rapport 'Biobased plastics in a circular economy' van CE Delft

Download rapport

CO2-reductie met bioplastic

Bioplastics zorgen in veel gevallen namelijk voor een forse CO2-reductie ten opzichte van hun fossiele tegenhangers. Een kanttekening is daarbij wel op zijn plaats: de CO2-reductie die met bioplastic te behalen is, varieert enorm. In sommige gevallen leidt het gebruik van bioplastic zelfs helemaal niet tot CO2-reductie. Bergsma: “De CO2-reductie varieert van 0 tot 80 procent, afhankelijk van het type bioplastic en (met name) de toepassing ervan.”

Stephan Roest, director business development bioplastics bij Corbion, licht toe: “In sommige gevallen is het bijvoorbeeld duurzamer om een verpakking van het fossiele PP (polypropeen) te gebruiken dan een verpakking van PLA. PP is relatief sterk en licht materiaal, waardoor een hele dunne verpakking (en dus heel weinig grondstoffen) bij sommige toepassingen volstaat. Daar kunnen de milieuvoordelen van PLA niet tegenop boksen, dus heeft het ook geen zin om die transitie te maken.”

In de meeste gevallen zijn de duurzame voordelen van bioplastic echter wél dubbel en dwars aanwezig. “Bijna alles dat van PS (polystyreen) gemaakt wordt, zoals frietbakjes en drinkbekers, kun je één-op-één vervangen met PLA”, zegt Roest. “Dat leidt hoe dan ook tot CO2-reductie. Hetzelfde geldt voor de vervanging van PE met Bio-PE. De eigenschappen van deze plastics zijn precies hetzelfde, afgezien van het feit dat Bio-PE van natuurlijke grondstoffen gemaakt is en daarom een lagere CO2-voetafdruk heeft.”

Hoe hoog de CO2-reducties exact zijn, is soms lastig te berekenen. De productie van fossiele plastics wordt bijvoorbeeld al tientallen geoptimaliseerd, terwijl de productie van bioplastic relatief jong is. Daarnaast is de productieschaal van traditionele plastics vele malen hoger, wat ook een CO2-voordeel oplevert. Dat maakt het lastig om de materialen an sich met elkaar te vergelijken. De Bie trekt de cijfers van de fossiele plasticindustrie daarnaast in twijfel: “Die zijn wel beschikbaar, maar je kan je afvragen hoe representatief die zijn. Ze gaan uit van de schoonste fossiele plasticfabrieken ter wereld, maar dat zegt weinig tot niets over de milieu-impact van fabrieken die al twintig jaar draaien. Je kunt ervan uitgaan dat de CO2-uitstoot daar fors hoger ligt.”

Hoe dan ook: zelfs in vergelijking met de schoonste fossiele plasticfabriek komen verschillende bioplastics goed uit de bus. Total Corbion PLA deed bijvoorbeeld onderzoek naar de CO2-uitstoot van PLA uit hun Thaise fabriek en liet de bevindingen onafhankelijk beoordelen. De Bie: “Per kilo geproduceerd PLA wordt 500 gram CO2 uitgestoten. Bij fossiele plastics praat je over 1.800 tot 2.500 gram CO2 per kilo. Met andere woorden: PLA zorgt voor een gemiddelde CO2-reductie van ongeveer 75 procent.”

Voedselverspilling tegengaan met bioplastic

Hebben bioplastics nog andere voordelen? Sommigen wel, zegt Roest. PEF kan bijvoorbeeld ook een rol spelen in het tegengaan van voedselverspilling. Dat heeft met een specifieke eigenschap te maken. “PEF heeft een hogere barrière voor gas dan fossiele plastics. Dit zorgt ervoor dat de voedselproducten die je ermee verpakt langer houdbaar blijven.”

Ook de biologische afbreekbaarheid van bepaalde bioplastics wordt vaak aangewezen als een duurzaam voordeel. Niet iedereen is het daar echter mee eens, want dat eventuele voordeel kent genoeg haken en ogen. Dat is illustrerend voor bioplastic in het algemeen: de duurzame kansen zijn groot, maar uitdagingen zijn er ook in overvloed.

Tekst loopt door onder de Looplife Polymers case.

Case Looplife Polymers: 'Recycling van bioplastic heeft een businesscase'

Looplife Polymers is vooralsnog de enige afvalwerker in de Benelux die PLA mechanisch en op industriële schaal recyclet. Het Belgische bedrijf wil de businesscase die erachter zit bewijzen. Dat gaat de goede kant op.

“We hebben inmiddels ruim 5.000 ton bioplastic gerecycled en verkocht”, zegt Steve DeJonghe, sales manager bij Looplife Polymers. “Vergeleken met conventionele afvalstromen is dat natuurlijk een kleine hoeveelheid, maar voor bioplastic is het erg veel.” Het bedrijf verwerkt tegenwoordig zo’n 120 ton bioplastic per maand tot granulaat. Deze korrels worden doorverkocht aan partijen die er weer nieuwe producten van maken.

“Per afvalstroom bepalen we hoe we het gaan verwerken”, zegt DeJonghe. “Wat kunnen we ermee? Hoeveel onzuiverheden bevat het? Kunnen we het bioplastic wassen of shredden om de afvalstroom zuiverder te maken? En welke toepassingen kan het na recycling hebben? De helft van het werk zit meestal in de voorbereiding.”

Een closed-loop systeem

Looplife Polymers verwerkt momenteel vooral post-industriële bioplastics, afkomstig uit bijvoorbeeld de voedingsindustrie. DeJonghe verwacht echter dat post-consumer stromen in de aankomende jaren veel interessanter worden. Het recyclingbedrijf werkt daarom nu al samen met verschillende concert- en festivalorganisatoren, om PLA (polymelkzuur) te recyclen dat direct afkomstig is van festivalterreinen. Bijvoorbeeld de drinkbekers die Mojo Concerts gebruikt (zie bovenstaande case).

“Dat is heel interessant voor ons. Festivalterreinen zijn namelijk closed-loop systemen”, zegt DeJonghe. Dat wil zeggen: PLA wordt op het festivalterrein niet alleen gebruikt, maar ook weer ingezameld en gesorteerd. Dit zorgt voor zeer zuivere afvalstromen, wat er op zijn beurt voor zorgt dat PLA ook na recycling zijn hoge kwaliteit behoudt.

Kip-ei probleem oplossen

De afvalstromen van festivals vormen vooralsnog een klein onderdeel van de bedrijfsvoering van Looplife Polymers (zo’n 15 tot 20 ton per jaar). Maar ze zijn wel erg belangrijk, benadrukt DeJonghe: “Juist omdat de PLA-stromen van festivals zo’n hoge zuiverheid hebben, kun je er na recycling prachtige dingen mee doen. Post-consumer afval wordt op die manier omgetoverd tot nieuwe producten van topkwaliteit. Die zijn extra duurzaam, want ze bestaan uit biobased én gerecycled materiaal. Daar vertel je een prachtig duurzaam verhaal mee.”

Deze closed-loop systemen kunnen daarnaast een kip-ei probleem oplossen, die de opkomst van PLA momenteel in de weg staat. Vanwege het kleine marktvolume van PLA, waagt bijna niemand zich aan de recycling ervan. Maar omdat het vooralsnog nauwelijks gerecycled wordt, is het gebruik ervan ook minder interessant. DeJonghe: “De duurzame winst die je met PLA behaalt, valt natuurlijk deels in het water als het niet gerecycled wordt. Daarom zijn die closed loop-systemen zo belangrijk. Daarmee kunnen we aantonen dat de (mechanische) recycling ervan mogelijk is én een businesscase heeft. Op die manier nemen de volumes op de markt (hopelijk) ook toe en wordt de recycling ervan interessanter.”

Hoe zuiverder, hoe beter

Dat zou overigens een logische ontwikkeling zijn, besluit DeJonghe. De vraag naar PLA is namelijk nu al groter dan het aanbod. Met andere woorden: de recycling ervan is sowieso interessant. De zuiverheid van afvalstromen speelt daar echter wel een sleutelrol in, benadrukt hij: “Hoe zuiverder de afvalstroom, hoe hoger de kans op een gezonde businesscase. Efficiënte inzameling en sortering zijn dus heel belangrijk in dit verhaal. We hoeven als recycler dan immers minder voorbereidende stappen te nemen.”

3. De belangrijkste uitdagingen

Hoe zit het met landgebruik?

Een toename van bioplastic gaat gepaard met een toename van landgebruik. De gewassen waar het van gemaakt wordt, moeten immers ergens vandaan komen. Dat roept een belangrijke vraag op: gaat de productie van bioplastic niet ten koste van voedselproductie? De Bie ziet daar geen problemen: “Momenteel wordt minder dan 0,02 procent van de wereldwijde landbouwgrond gebruikt voor bioplastic. Als het marktaandeel van bioplastic met een factor 50 toeneemt, praat je dus alsnog over 1 procent van de landbouwgrond. Ik zie daar geen problemen.”

Bergsma sluit zich daarbij aan: “Maar we moeten er natuurlijk wel alert op blijven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat we vooral suikergewassen, zetmeelgewassen en (als het kan) afvalstromen gebruiken voor de productie van bioplastic. Die zijn het meest efficiënt en hebben daarom de minste impact op landgebruik. Bioplastics op basis van eetbare oliën scoren daar juist minder goed op.”

Is bioplastic (te) duur?

Een andere uitdaging is de prijs, zegt De Bie: “Die ligt voor alle bioplastics tussen de 20 en 50 procent hoger dan de prijs voor fossiel plastic. Momenteel is dat geen probleem, want de vraag naar bioplastic ligt hoger dan het aanbod. Maar wanneer het aanbod toeneemt, kan het een snellere opkomst van bioplastic in de weg staan.”

Volgens Roest is stimulering en financiële ondersteuning vanuit de overheid daarom onmisbaar. In het Actieplan Biobased Kunststoffen, dat binnenkort gepubliceerd wordt en waar Roest een van de kartrekkers van is, wordt het belang hiervan benadrukt. “We willen naar 15 procent biobased plastic in 2030: een vervijftienvoudiging van het huidige volume in minder dan tien jaar. Dat is niet niks en met het huidige prijsverschil gaat dat waarschijnlijk niet lukken”, aldus Roest.

Tegelijkertijd moet stimulering vanuit de overheid niet lukraak plaatsvinden. In het actieplan wordt daarom ook gepleit voor duurzaamheidscriteria, waar bioplastics aan moeten voldoen voordat ze in aanmerking komen voor subsidie. Bergsma: “Die duurzaamheidscriteria zijn nog niet marktbreed bepaald, maar je kan je voorstellen dat het uitvoeren van een life cycle assessment voor bioplastics verplicht wordt. Als die een CO2-reductie van (bijvoorbeeld) 30 procent of hoger aantoont, komt het bioplastic in kwestie in aanmerking voor subsidie.”

“Zonder die financiële steun wordt het denk ik lastig om die 15 procent biobased plastic in 2030 te behalen”, denkt ook Bergsma. “Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat we ervoor gaan. Een marktaandeel van 15 procent kan een halve megaton CO2-uitstoot per jaar schelen en het aandeel kan in de toekomst gemakkelijk groter worden.”

Wordt bioplastic goed gerecycled?

Ook op het gebied van recycling is nog een wereld te winnen. Veel bioplastics belanden nog ‘gewoon’ in de verbrandingsoven. Dat geldt overigens niet voor alle bioplastics. Bio-PE heeft, afgezien van de natuurlijke grondstof, bijvoorbeeld exact dezelfde eigenschappen als fossiel PE. De uitsortering en recycling ervan is daarom geen enkel probleem, zegt Fons Potters, woordvoerder van Vereniging Afvalbedrijven: “Dat kunnen we prima verwerken.”

Bij andere bioplastics is dat een ander verhaal. Neem PLA: een recent onderzoek van CE Delft wees weliswaar uit dat PLA-sortering en -recycling mogelijk is én economisch interessant kan zijn, maar afvalbedrijven zetten er vooralsnog niet op in. Dat heeft met het huidige marktvolume van PLA te maken; die is met 0,5 tot 1 procent van de totale plasticmarkt te klein om de businesscase voor een aparte sorteerlijn rond te krijgen. “We hebben daar bij de CE Delft onderzoek naar gedaan”, zegt Bergsma. “Pas bij zo’n 4 procent wordt het economisch interessant om PLA uit te sorteren uit de verpakkingsafvalstroom.”

Dat zorgt voor een kip/ei-probleem: PLA wordt niet gerecycled omdat de volumes te klein zijn, maar de volumes stijgen minder snel omdat PLA nog niet gerecycled wordt. Door het gebrek aan recycling neemt de duurzame impact van PLA immers af en wordt het een minder interessant alternatief. Hoe doorbreken we die impasse? De Bie heeft wel een idee: “Om de volumes van gerecycled PLA toch te vergroten, zijn closed loop-systemen belangrijk (zie praktijkcase 1 en 2, red.). Festivalterreinen zijn daar een goed voorbeeld van. PLA-bekers worden daar niet alleen gebruikt, maar ook ingezameld en gesorteerd. Dat zorgt voor enorm zuivere stromen, waardoor je de vervolgstappen in de keten (zoals de recycling ervan) ook op poten kan zetten. Zo kan het volume langzaamaan toenemen en wordt voor afvalsorteerders ook interessant.”

De Bie en Roest vinden het echter onverstandig als afvalsorteerders dat moment afwachten. “Met het oog op de toekomst is een actieve houding juist belangrijk”, zegt Roest. “De plasticmarkt gaat onherroepelijk veranderen. Je kunt ervan uitgaan dat er nieuwe businesscases ontstaan, ook rondom de recycling van bioplastic. Als je daarvan wilt profiteren, moet je er eigenlijk nu al mee aan de slag. Anders pakken anderen die handschoen op. Verschillende grote chemiebedrijven in Europa kopen of bouwen bijvoorbeeld zelf recyclingfabrieken. Niet alleen omdat recycling beter is voor het milieu, maar omdat het een economische kans is.”

De afvalsector ziet dat net even anders, zegt Potters. Volgens hem ligt de oplossing voor het kip/ei-probleem niet bij de afvalsector of PLA-producenten, maar bij fabrikanten en supermarkten die er producten en verpakkingen van maken. “Als zij op grotere schaal overstappen op PLA (bijvoorbeeld met behulp van financiële stimulans vanuit de overheid, red.) neemt het afvalvolume toe, resulterend in een sluitende businesscase voor de aparte recycling ervan. Maar het is niet aan de afvalsector om dat percentage te vergroten, die heeft daar geen invloed op. Als de businesscase wél sluitend is, wordt het uiteraard ook interessant om met aparte recycling aan de slag te gaan. Daarvoor helaas niet.”

Composteren of niet?

De Universiteit van Wageningen (WUR) testte eerder dit jaar de bio-afbreekbaarheid van negen bioplasticproducten, bij een composteerinstallatie in Sint-Oedenrode. Die bleken alle negen binnen 22 dagen af te breken. De conclusie van het onderzoek? Composteerbare plastics breken snel genoeg af in de huidige gft-verwerking van Nederland en zorgen dus niet voor vervuiling van compost. De Vereniging Afvalbedrijven trok deze conclusie echter in twijfel en zei verbaasd te zijn over de breed-getrokken conclusie. ‘Het onderzoek is uitgevoerd bij één composteerbedrijf, terwijl geen enkel composteerproces hetzelfde is in Nederland’, stelde de brancheorganisatie in een persbericht. ‘Daarnaast zijn er slechts een paar composteerbare plastics toegevoegd aan het composteringsproces; dat is niet representatief voor bioplastics in het algemeen.’

Of het nu kan of niet, een belangrijkere vraag is misschien wel of het wenselijk is. Bio-afbreekbaarheid wordt tegenwoordig veelvuldig gebruikt in de marketing van producten, ook als dat niet het geval is of als de bio-afbreekbaarheid geen enkele meerwaarde heeft. Dat is zonde, want het schaadt de goede naam van bioplastic in het algemeen. “Het is geen hogere wiskunde dat een dikke drinkbeker niet composteerbaar is”, zegt De Bie. “Dat moet je dus ook niet zo vermarkten.”

Volgens Potters (woordvoerder van Vereniging Afvalbedrijven) heeft biologische afbreekbaarheid geen meerwaarde. “We vinden dat bioplastics niet thuishoren in de groenbak. Je lost er namelijk niks mee op. Als je deze plastics composteert, breken ze immers af tot water en koolstof en daar heb je niets aan. Het zorgt bijvoorbeeld niet voor betere compost. Recycling is dus een veel betere optie”, zegt hij. “Daarnaast is de composteerbaarheid van veel bioplastics twijfelachtig; veel composteermachines kunnen de plastics niet afbreken in één composteercyclus. Dat kun je weliswaar oplossen door die cyclus te verlengen, maar waarom zou je? De businesscase voor composteerbedrijven leidt daaronder en het levert je niets op.”

Potters maakt één uitzondering: gft-zakjes. “Daar zijn we wel voor. Het zorgt immers voor meer gft-inzameling en dus meer grondstoffen. Dan heeft het wél een duidelijke meerwaarde.” Die meerwaarde wordt ook wel een co-benefit genoemd. De Bie herkent er nog twee: “Bio-afbreekbaarheid heeft ook meerwaarde als de kans groot is dat een product in de gft-bak belandt. Denk bijvoorbeeld aan theezakjes: door die bio-afbreekbaar te maken, voorkom je eventuele vervuiling van gft-stromen. Daarnaast loont het om producten bio-afbreekbaar te maken die een grote kans hebben om in het milieu te belanden, zoals landbouwfolie of plantenbakjes.”

“Maar voor de rest heeft recycling echt voorrang”, benadrukt hij. “Met het oog op de circulaire economie is het juist belangrijk dat je plastics in de loop houdt. Dat geldt dus ook voor bioplastics. Wanneer je het afbreekt, doe je dat juist niet.”

Hoe gaat de markt voor bioplastics zich ontwikkelen?

Ondanks bovenstaande uitdagingen lijkt de opkomst van bioplastic onvermijdelijk. “De wens van consumenten en bedrijven om op duurzame plastics in te zetten zal hand over hand toenemen”, verwacht De Bie. “Dat is een sneeuwbaleffect die de wereldwijde groei van de markt in de aankomende jaren blijft versnellen.”

Roest sluit zich daarbij aan. “Steeds meer bedrijven willen de overstap maken en dan kan het snel gaan. De vraag naar PLA is nu al vele malen groter dan het aanbod. Dat is veelbelovend”, zegt hij. “Maar in Nederland willen we naar 15 procent in 2030; dat is een gigantische stap. Die nemen we denk ik alleen als de overheid zich ermee bemoeit, door bepaalde dingen te verplichten of juist verbieden.”

Ook Bergsma ziet de overheid als cruciale speler in dit verhaal: “Zonder stimulans en sturing vanuit de overheid wordt het een lastig verhaal. Het is daarom essentieel dat we zo snel mogelijk duurzaamheidscriteria opstellen voor bioplastics, zodat ze op basis daarvan gesubsidieerd kunnen worden. Een andere mogelijkheid zou zijn dat er (liefst Europees) een verplicht aandeel bioplastic (of circulair plastic) wordt ingevoerd voor producenten en importeurs. Stap voor stap kunnen we de doelstelling voor 2030 dan prima behalen.”

“De wil is er in ieder geval”, besluit hij. “We kijken met z’n allen steeds kritischer naar plastic en zijn het er unaniem over eens dat het anders moet. Bioplastic speelt daar zeker een rol in.”

Afbeelding: Total Corbion PLA © (header en onderste afbeelding in tekst), Adobe Stock (overige afbeeldingen)