03-06-2020 17:18 | Door: Jaime Donata

Kan de mens na het overlijden dienen als duurzame supercompost? Die discussie werd onlangs aangezwengeld door een uitvaartondernemer. Het roept de vraag op wat er kan en mag met een stoffelijk overschot. De Gezondheidsraad besloot vorige week geen bezwaren te zien tegen alkalische hydrolyse (het oplossen van menselijke resten in een chemisch alkali-vloeistof). Maar het composteren van een mens is nog een brug te ver.

Al jaren wordt er door de Nederlandse uitvaartbranche gepleit voor nieuwe, duurzame uitvaartalternatieven. Vorige week heeft de Gezondheidsraad groen licht gegeven aan minister Ollongren om de toepassing van alkalische hydrolyse toe te laten. Onderzoek heeft uitgewezen dat 52% van de Nederlanders openstaat voor deze nieuwe duurzame manier van 'lijkbezorging' – en 21% zou hiervoor kiezen als het gelegaliseerd is.

Maar volgens Susanne Duijvestein, onafhankelijk uitvaartondernemer, kan het nog veel duurzamer: menselijke resten laten composteren als basis voor plantleven: “Alkalische hydrolyse is een scheikundig proces waar veel technologie en chemicaliën bij komen kijken. Voor composteren heb je alleen een stuk grond nodig, wat houtsnippers, bladeren en compostculturen. Het resultaat: voedzame humus waarmee nieuwe natuur kan worden aangeplant.”

Een lichaam wordt op een bed van houtsnippers en bladeren gelegd, vermengd met regenwater en compostculturen

Ervaringen uit de VS

Samen met designer en kunstenaar Rosalie Bak onderzoekt Duijvestein de praktische mogelijkheden rondom het composteren van stoffelijke resten van mensen: “We zijn aan het peilen of er interesse voor is bij consumenten, maar we kijken vooral ook naar de veiligheidsaspecten. Ondanks legalisering in de Amerikaanse staat Washington en praktijkervaring in België is humaan composteren nog onvoldoende wetenschappelijk onderzocht. We weten bijvoorbeeld nog weinig over de afbraak van micro-organismen die infecties of toxiciteit kunnen veroorzaken.” Recentelijk sprak de Gezondheidsraad zich nog uit over het composteren van menselijke resten. De conclusie: meer onderzoek is nodig om zeker te weten dat het veilig is.

Lees ook: Duurzame uitvaart populair in de VS

Natuurgetrouw

Desondanks is composteren volgens Bak en Duijvestein één van de meest natuurgetrouwe manieren van lijkbezorging die je kunt bedenken: “Net als in de natuur wordt het lichaam opgenomen door allerlei organismen en dient het weer als basis voor nieuw leven. Cyclisch dus, of circulair. Een lichaam wordt op een bed van houtsnippers en bladeren gelegd, vermengd met regenwater en compostculturen. Met ditzelfde materiaal wordt het lichaam ook bedekt. Vervolgens komt er een proces op gang van vertering door micro-organismen.”

De ervaringen van de Belgische Stichting Metamorfose - die het composteren van dode dieren onderzoekt – wijzen in de richting dat het natuurlijk composteren van een menselijk lichaam ongeveer een jaar duurt. Volgens Duijvestein wordt hiermee al een enorme winst geboekt ten opzichte van regulier begraven, waar een wettelijke grafrust geldt van 10 jaar: “Ruimte is in Nederland een schaars goed en dat vraagstuk wordt de komende jaren alleen maar groter.”

Supercompost

Hoe verhoudt het composteren als duurzame lijkbezorging zich tot die andere trend van ecologisch begraven, in bio-afbreekbare grafkisten? Duijvestein: "Afbreekbare kisten zijn een goede zaak. Maar ook al lig je in een afbreekbare kist, je wordt begraven op 1,5 meter diep. Op die diepte is amper bodemleven. Dus wat je in een afgesloten kist diep onder de grond krijgt, is een geïsoleerd ontbindingsproces."

Zonde, aldus Duijvestein, want net als in de natuur kan het menselijk lichaam circulair worden benut en dienen voor het bevorderen van het plantleven: “Een mensenlichaam is volgens de ervaringen van de Stichting Metamorfose goed voor ongeveer anderhalve kuub aan supercompost. Als je kijkt naar het probleem van wereldwijde bodemverarming en afnemende biodiversiteit, dan zou humaan composteren een goede case kunnen zijn.” In de staat Washington waar humaan composteren al is toegestaan, vindt het proces plaats in gebouwen in de stad. Door het gebruik van cabines wordt het proces versneld en duurt het slechts enkele weken.

Lees ook: Hoe zit het met de duurzaamheid van een crematie?

Omdat er nog te weinig kennis is over het composteren van mensen, willen Bak en Duijvestein een partnership met het Amsterdam UMC en het IBED opzetten. Bak: “Het Amsterdam UMC beheert een tafonomische begraafplaats, waar onderzoek wordt gedaan naar de ontbinding van mensenlichamen, bijvoorbeeld in forensische context. Wij mogen deze locatie gebruiken voor onderzoek naar humaan composteren en dat is bijzonder. Het is de enige plek waar dergelijke research mogelijk is."

"Het is belangrijk dat dit onderzoek plaats vindt op Nederlandse bodem, omdat we ook de lokale bodem en klimaateigenschappen mee moeten nemen. Daarnaast zijn we ook in gesprek met het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics (IBED), een onderzoeksinstituut verbonden aan de UvA en gespecialiseerd in alles wat te maken heeft met ecologie, water, en toxische stoffen.”

Schadelijke stoffen

Een van de vraagstukken rondom het composteren van humane resten is wat te doen met schadelijke stoffen in het menselijk lichaam, zoals oxiderende pacemakers en chemische medicijnresten. Welke invloed hebben deze elementen op bodem? Bak: “We weten nog weinig over de kwaliteit van de remainder soil die achterblijft aan het einde van het humusatieproces. De omgang met reststoffen in de remainder soil is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Hoe en op welke wijze de compost verplaatst zal mogen worden zal aan de hand van die wet getoetst moeten worden. Op dit moment zijn er strenge regels voor het verplaatsen van vervuilde grond. Wij hopen het proces zo te optimaliseren dat het eindresultaat veilig is voor mens en milieu.”

Om menselijke humus in te zetten is er een wetsaanpassing nodig

Een ander vraagstuk dat nader moet worden bekeken zijn de juridische mogelijkheden om menselijke compost te verplaatsen. Bak: “Op dit moment geldt voor begraven een wettelijke grafrust van minimaal 10 jaar, dus om menselijke humus na een jaar ook daadwerkelijk te kunnen inzetten voor het planten van bomen, zou er een aanpassing in de wet nodig zijn.”

Van start met onderzoek

Ondertussen zijn Bak en Duijvestein op zoek naar bedrijven en organisaties die werken met organische reststromen zoals houtsnippers en bladmateriaal. Ook zoeken ze verwerkers van kadavers om mee te denken over toepassingen en uitdagingen. Bak: “We gaan binnenkort aan tafel met een aantal Nederlandse begraafplaatsen om te zien of we ook de grafkelders, nu veelal ongebruikt, kunnen meenemen in dit onderzoek, als een soort 'in between oplossing'. Begraven in de grafkelder, maar bedolven onder compost.”

De grootste prioriteit voor Bak en Duijvestein is op dit moment het starten van het wetenschappelijk onderzoek. Duijvestein: “Alle partners staan klaar om te beginnen zodra de financiering rond is. We zijn nu bezig met een aanvraag voor een aantal (inter)nationale wetenschappelijke fondsen voor het vinden van de juiste financiële middelen.”

Beeld: Susanne Duijvestein