31-07-2020 15:56 | Door: Emma Rotman

De kledingindustrie staat niet bepaald bekend om zijn duurzame karakter. Toch komt ook deze sector langzaam in beweging, mede doordat startups de grote jongens uitdagen met duurzame innovaties. Van deze drie Nederlandse voorbeelden worden wij erg blij.

Plantaardig leer van bladafval

Leer is gewild vanwege de levensduur en stoere look, maar heeft van alle kledingmaterialen de grootste milieu-impact. Met name koeienleer zorgt voor broeikasgasuitstoot. Daarnaast is voor de productie van veevoer veel land nodig, wat leidt tot ontbossing en afname van biodiversiteit. Bovendien worden in de bewerking van leer chemische materialen gebruikt. Deze komen meestal in het milieu terecht en veroorzaken gezondheidsproblemen bij arbeiders.

Daarom startte een consortium van vier bedrijven deze week een pilot om plantaardig leer te maken van Nederlands bladafval dat voorheen werd gecomposteerd. Het materiaal, genaamd Treekind, werd ontwikkeld door Mira Nameth, oprichter en CEO van Biophilica. Familiebedrijf Den Ouden Groep zamelt het bladafval in op 13 locaties in Nederland. Het leer is naast plantaardig ook recyclebaar.

Volgend jaar hopen de partners, die elkaar vonden via biolab BlueCity, een joint venture te starten om het materiaal te produceren en te leveren aan de mode-, meubel- en verpakkingsindustrie.

Labfresh: ‘slimme’, antibacteriële kleding

Wist je dat 70 procent van de ecologische voetafdruk van kleding van het gebruik komt? Met name het wassen kost een hoop energie. Ook gaat de kwaliteit, en daarmee de levensduur erdoor achteruit. Nooit meer je shirts wassen is echter niet bepaald een aantrekkelijke oplossing. De duurzame overhemden van Labfresh zijn wél een oplossing: dankzij een anti-bacteriële en vochtafstotende coating hebben zweet en vlekken geen schijn van kans. Het shirt hoeft volgens Labfresh slechts eens in de drie, vier dagen gewassen te worden.

Oprichter Lotte Vink ziet fast fashion als de kern van het probleem: “Kleding is geen wegwerpproduct, maar zo gebruiken mensen het wel.” Kleding is vaak te goedkoop en van lage kwaliteit, waardoor het na een paar maanden al wordt weggegooid. “Tachtig euro voor een overhemd is nog steeds betaalbaar voor veel mensen. Zeker als je bedenkt dat je minder geld kwijt bent aan wassen en dat het product langer mee gaat.”

MUD Jeans: milieuvriendelijke spijkerbroeken

Een gemiddelde spijkerbroek kost 7.000 liter water, schreef Trouw eerder deze week. Met 2 miljard verkochte broeken per jaar tikt dat behoorlijk aan. Het Nederlandse jeansmerk MUD Jeans doet het anders. Het bedrijf liet voor de tweede keer in vijf jaar zijn milieubelasting doorrekenen. De uitkomst: een MUD Jeans kost gemiddeld 92 procent minder water en 69 procent minder energie.

Het gebruik van gerecycled katoen speelt een grote rol in de waterbesparing. Daarnaast wordt het afvalwater bij de leveranciers van MUD Jeans voor een groot deel hergebruikt en gebruiken zij regenwater in het productieproces. Het lage energieverbruik komt door een duurzame verftechniek genaamd e-flow.

Lees ook: Het businessmodel van de kledingindustrie piept en kraakt: 'We zijn verslaafd aan lage prijzen'

Bron: Trouw / BlueCity | Beeld: AdobeStock