19-09-2018 15:46 | Door: Martijn van der Donk

ICT levert een grote bijdrage aan de klimaattransitie, stelt Jeroen van der Tang, Manager Duurzaamheid en Milieu bij branchevereniging Nederland ICT. Tegelijkertijd wacht diezelfde ICT-sector een enorme uitdaging om zelf ook volop aan die verduurzaming mee te doen. 

Wat is in een woord de bijdrage die digitalisering levert en/of gaat leveren aan de transitie?

Het zorgt voor een betere efficiency en daarmee energiebesparing in alle sectoren van de economie. Met behulp van ICT kunnen we bijvoorbeeld realtime het energieverbruik van machines monitoren. Een gedetailleerd inzicht in het verbruik is niet alleen een tool om mogelijk energie te besparen, het is ook een middel om het productieproces zelf te verbeteren. Neem zoiets als een waterzuiveringsinstallatie. Als voor dat proces geleidelijk het energieverbruik stijgt kan dat duiden op een pomp die moet worden schoongemaakt. Door in dit geval dus nauwkeurig het energieverbruik te monitoren kun je enerzijds besparen op energie en anderzijds het productieproces verbeteren. Daarnaast is ICT cruciaal voor het slim afstemmen van vraag op het steeds grotere aanbod van duurzame energie. Om in de waterwereld te blijven; het moment dat een gemaal wordt aangezet kun je afstemmen op het aanbod van duurzame energie. Door het toepassen van “slim malen” kan een deel van de vraag van het energieverbruik verschoven worden.

In welke sectoren kan digitalisering het grootste verschil maken?

Uit onderzoek van het Global e-Sustainability Institute (GeSI) blijkt dat de potentie bij de industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit het grootst is. Recent onderzoek in opdracht van RVO laat zien dat bij de industrie de combinatie van efficiënte elektrische aandrijving en digitalisering een CO2-reductie kan opleveren van 18 tot 26 procent. Daarnaast kan ook in de gebouwde omgeving nog veel winst behaald worden. Denk aan sensoren die meten waar in een kantoor mensen aanwezig zijn en daar vervolgens het energieverbruik op afstemmen. Voor de optimalisatie van logistieke systemen wordt al veel gebruik gemaakt van ICT, maar ook voor optimaal weggebruik is ICT onmisbaar.

Digitalisering is dus een belangrijk middel in de transitie. Daar staat tegenover dat de ICT-sector zelf erg energie-intensief is. Wat doet de sector zelf?

Allereerst heeft het genoemde GeSI-onderzoek aangetoond dat ICT bijna tien keer meer energie kan besparen dan de sector zelf gebruikt. Dat wil niet zeggen dat we als sector op dat vlak geen uitdagingen hebben. De verwachting is dat door de vestiging van nieuwe grote datacenters (oa Google, Microsoft, red.) het verbruik zal toenemen. Maar tot nu toe slaagde de sector er in om met behulp van efficiencyverbeteringen de energievraag nagenoeg stabiel te houden. Afgezet tegen een jaarlijkse datagroei van 40 procent is dat een knappe prestatie. In de Meerjarenafspraken die we met de overheid hebben vastgelegd zit de sector op koers. Al in 2015 heeft de sector de doelstellingen voor 2020 gehaald. Zo is 80 procent van het stroomverbruik van de sector duurzaam. De helft daarvan is in Nederland opgewekt. Ook het slimme gebruik van restwarmte van datacenters biedt veel duurzame kansen. 

Lees ook: ICT-sector heeft ambitieuze plannen voor energie-efficiëntie tot 2020

Een jaarlijks datagroei van 40 procent, dat is gigantisch. In hoeverre is het beperken van het dataverkeer een mogelijkheid om die energiebehoefte iets te temperen? 

Beperken is lastig. Ik denk niet dat we tegen de consument kunnen zeggen: “We zitten aan ons datalimiet. U kunt nu even geen Netflix gebruiken. Wel is de technologie sterk in ontwikkeling om de datagroei te blijven ontkoppelen van energieverbruik. Voor de verdere toekomst is de toepassing van fotonica bijvoorbeeld veelbelovend. Daarnaast is er ruimte om het dataverkeer beter te spreiden. Welk datacenter pakt welke datastromen op. Of neem batch verwerkingen die je kunt plannen op een optimaal tijdslot. Bijvoorbeeld de verwerking van PIN-betalingen. Die hoeven niet in alle gevallen realtime verstuurd te worden, maar kun je ook prima ’s nachts verwerken. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden waarin data niet meteen nodig is. Hiermee is er een stuk flexibiliteit die op termijn een rol kan gaan spelen in het slim afstemmen van de vraag op het meer flexibele aanbod van energie.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Lees volgende week meer over de kansen van digitalisering  in een interview met Marlous Agterberg, Research & Valorisation manager bij het KIN Center for Digital Innovation.

Eerder verschenen in deze serie:

 

Afbeelding: Shutterstock