09-11-2016 07:11 | Door: Erik Verheggen

Stranded assets; wie de energiesector volgt kan de doemscenario’s niet gemist hebben. Maar hoe groot is het probleem dat ons daadwerkelijk boven het hoofd hangt? Twee analisten schetsen los van elkaar een totaal verschillend toekomstbeeld.

Door Eelco Brandes en Erik Verheggen

In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat het wereldwijde gemiddelde klimaat niet met meer dan 2 graden Celsius mag stijgen. Dat betekent dat een derde van de totale vastgestelde voorraden aan fossiele brandstoffen kan worden verbruikt. Twee derde van de fossiele brandstoffen kan dus mogelijk worden beschouwd als stranded assets. Het is waarde die bedrijven mogelijk in de boeken hebben staan, maar misschien wel helemaal niets waard is.

Fossiele aandelen

De impact van stranded assets is groot en nog maar beperkt in kaart gebracht, stelt Rens van Tilburg, analist van het Sustainable Finance Lab. De grootste verliezen worden genoteerd op de fossiele aandelen. Maar de ellende sijpelt ook verder door en gaat de complete economie beïnvloeden.

“Ook sectoren die op fossiele energie zijn ingericht worden hard geraakt, zoals de vliegtuigensector en de automarkt. Daar staat tegenover dat andere markten er juist in positieve zin uitspringen, zoals de elektrische vervoersmarkt.”

Dirk Hoozemans, energie-analist van Robeco, heeft een heel andere visie op de impact van stranded assets. “Het huidige energiesysteem laat zich niet zomaar omvertrekken”, zegt hij. “De enige verandering is een geleidelijke verandering. Dat de grote oliemaatschappijen daarin mee moeten, beseffen zij heus wel.”

Volgens Hoozemans hoeft het vieste jongetje van de klas niet meteen het minst rendabel te zijn. “Bij stranded assets heb je te maken met vaste activa die of om economische of om klimatologische redenen worden afgewaardeerd. Helaas gaat dit niet altijd hand in hand.”

Als voorbeeld wijst hij naar Duitsland.  Dat ging na het sluiten van zijn kerncentrales meer kolen stoken voor het opwekken van elektriciteit, omdat dat rendabeler was dan het verstoken van veel schoner, maar duurder gas.

Hoozemans wil ook een flinke nuance aanbrengen als het gaat om de mogelijke afwaarderingen van fossiele reserves. Dit door vele experts omschreven rampscenario loopt volgens hem met een sisser af. “Er zijn in de energiesector drie soorten reserves: bewezen reserves, waarschijnlijke reserves en mogelijke reserves. Je zet oliereserves pas op de balans als je een investeringsbesluit over de ontwikkeling ervan hebt genomen.”

Gevraagd naar zijn advies aan Shell, heeft Van Tilburg goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is volgens hem dat het bedrijf vooral actief is met olie en gas en dat deze brandstoffen ten opzichte van kolen relatief schoon zijn. “Van alle kolen moeten we echt 90 procent in de grond houden, voor olie ligt dat lager, met 60 procent. Daar komt Shell dus in eerste instantie mee weg.”

Saoedi-Arabië

Echter, driekwart van de wereldwijde olie is niet in handen van private bedrijven, zoals Shell. Maar is eigendom van landen als Saoedi-Arabië en Iran die het veel goedkoper kunnen winnen. “Zij slaan een gat in de grond en de olie spuit er zo ongeveer uit. Dat kost ze niets”, aldus Van Tilburg.

"Voor de financiële stabiliteit hoeven we de energietransitie niet te laten"

De kans is dus heel klein dat de duurdere olie van Shell straks bij de 40 procent zit die de wereld wél mag gebruiken als brandstof, meent hij. “En die klap komt hard aan bij Shell en consorten en hun aandeelhouders.”

Om de mogelijke risico’s van stranded assets voor de financiële sector in kaart te brengen, deed Van Tilburg met het Sustainable Finance Lab en Profundo onderzoek naar de twintig grootste Europese banken en pensioenfondsen. Hoeveel fossiele energiebedrijven hebben zij in hun portfolio en hoeveel kunnen zij verliezen?

Dit mondt uit in twee scenario’s: de low carbon breakthrough, het meest ideale scenario van een snelle transitie, en een langzame transitie.

Van Tilburg: “Als we uitgaan van de snelle transitie zien we een verlies bij de Europese pensioenfondsen en banken van € 350 tot 400 mrd. Is dit iets wat het financiële systeem in Europa kan ontwrichten? Nee. Het is veel geld, maar daarvoor is het toch nog te klein. Kortom: we kunnen het dus bolwerken. Voor de financiële stabiliteit hoeven we de energietransitie niet te laten.”

Het tweede toekomstbeeld is minder rooskleurig. In dit langzamere traject bedragen de wereldwijde kosten om jaarlijks nieuwe fossiele reserves te zoeken maar liefst € 500 mrd. “Dat is in feite weggegooid geld, omdat we weten dat ruim 80 procent van de dure reserves uiteindelijk in de grond moet blijven.”

Shell

Ook Shell gaat de komende tien jaar investeringen doen waarvan volgens Carbon Tracker liefst € 77 mrd kan worden afgeschreven. Dit duizelingwekkende bedrag bedraagt al de helft van de beurswaarde van de oliemaatschappij. “Het advies aan Shell is simpel: stop met investeren in fossiele brandstoffen. Haal de olie omhoog die nu voor handen is, maar laat het daarbij. Als ze dat advies ter harte hadden genomen en niet in Alaska waren gaan boren, had ze dat € 7 mrd bespaard.”

Uiteraard is ook Hoozemans niet blind voor de opkomst van schonere brandstoffen en duurzame energie. “Gas wordt als schoner alternatief steeds belangrijker in de energiemix, Koning Kool is van zijn troon gestoten.”

Teken aan de wand is dat de kosten van zonne- en windenergie steeds lager worden en de efficiëntie ervan steeds hoger. Hoozemans “Zo is deze markt op veel plekken de wereld dusdanig ver dat die kan concurreren met traditionele energie.”

Het nieuwe speelveld is straks gecompliceerder dan ooit, stelt Hoozemans “Politiek versus markt, milieu- versus economische belangen. Technologische innovatie. Voor beleggers zijn vooral die ondernemingen interessant die kostenefficiënte groei combineren met stevige rendementen en zo hun cashflow kunnen laten groeien.”

Hoozemans ziet de toekomst van de oliereuzen niet per definitie donker in. “Voorlopig blijven olie en gas de basis van de energiebehoefte. Deze bedrijven hebben zoveel geïnvesteerd in traditionele winning, daar loop je niet zomaar van weg. Maar met de juiste strategie kunnen ze op de lange termijn deelnemer worden aan de opkomende duurzamere wereld.”

Disruptieve bedrijven

Hoe ze die koerswijziging gaan bewerkstelligen hangt af van de technologische ontwikkeling. En die vernieuwing ontstaat volgens hem vaak juist niet bij de oliemaatschappijen, maar bij kleine disruptieve bedrijven. “Grote spelers gaan deze innovatieve technologieën waarschijnlijk acquireren als deze in een meer volwassen fase terechtkomen. En haken zodoende aan richting een schone toekomst.”

vat olie

Foto header: Glenn Beltz, Creative Commons (cropped by DuurzaamBedrijfsleven) | Foto voet: L.C. Nøttaasen, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)