08-06-2018 09:22 | Door: Britt van den Elshout

Openbare verlichting is een grote energieverbruiker in ons land. Het Energieakkoord heeft daarom duidelijke doelstellingen geformuleerd: in 2020 moet het energieverbruik van alle openbare verlichting en verkeersregelinstallaties 20 procent lager liggen ten opzichte van 2013. Een uitdaging, aangezien in 2016 de energiebesparing slechts 4,7 procent betrof.

Maar wat moet er gebeuren om die doelstelling te behalen? De subdoelstellingen geven daar antwoord op. Deze spelen met name in op openbare verlichting, aangezien daar de meeste besparing mogelijk is. Zo moet in 2020, 40 procent van alle openbare verlichting voorzien zijn van slim energiemanagement en moet 40 procent van de lampen energiezuinig zijn.

De resultaten van deze subdoelstellingen waren in 2016 wél positief. Van alle openbare verlichting was 25 procent energiezuinig en 25 procent voorzien van slim energiemanagement. Voor de overheid een goede reden om de jaarlijkse monitoring om te zetten naar een tweejaarlijkse controle.

‘Wat we slim noemen, is nog niet slim genoeg’

Volgens Robert Tissing, directeur van Luminext, geen hele slimme zet. Tissing stelt dat met het behalen van de subdoelen namelijk niet automatisch het hoofddoel van de energiebesparing wordt gehaald. “Wanneer de aandelen van slimme en energiezuinige verlichting stijgen van 25 naar 40 procent in 2020, zal de energiebesparing niet opeens van 4,7 naar 20 procent gaan.”

Tissing legt uit dat er met name op het gebied van slim energiemanagement nog een hoop winst te behalen valt. Luminext levert zelf systemen voor dynamische openbare verlichting, ook wel slimme lantaarnpalen genoemd. Dankzij software zijn alle lichtpunten in een netwerk verbonden en individueel dimbaar, zodat er nooit meer verlichting brandt dan noodzakelijk of wenselijk is. Dat is een gedetailleerder systeem dan waar het Energieakkoord om vraagt.

“In het Energieakkoord telt een systeem als slim wanneer het anders schakelt dan de ouderwetse manier, waarbij alle lampen in één keer aan of uit worden gezet. Op deze manier kan je een dimschakelaar opnemen in het systeem die er bijvoorbeeld voor zorgt dat na 12 uur het licht gedimd wordt in een bepaalde wijk. Hiermee bespaar je veel minder dan dat er daadwerkelijk mogelijk is. Wat het Energieakkoord slim noemt, is nog niet slim genoeg.”

Noodzakelijke investeringen

Gemeentes zijn cruciale spelers als het gaat om het behalen van de doelstelling. Zij bezitten namelijk het overgrote deel, 94 procent, van alle openbare verlichting in Nederland. Dit deel is verantwoordelijk voor 85 procent van het totale energieverbruik van de openbare verlichting. Een gemeente kan dus flinke stappen maken op het gebied van energiebesparing, maar de implementatie van slimme verlichting is de afgelopen jaren nog niet hard gegaan.

'Gemeentes moeten sprongen gaan maken aankomende twee jaar om de energiedoelstelling te halen'

“Een lantaarnpaal gaat 30 tot 40 jaar mee”, zegt Tissing. “Op basis van deze levensduur moeten gemeentes ongeveer een dertigste van het areaal per jaar te vervangen. Als je echter op dat tempo werkt, duurt het veel te lang voordat alle lantaarnpalen slim zijn. Er zullen daarom extra investeringen gedaan moeten worden.”

Die investeringen zullen zich uitbetalen volgens Tissing. Naast het feit dat je met slimme verlichtingssystemen energie bespaart en de verlichting kunt dimmen waar en wanneer mogelijk, geeft het systeem ook informatie over de lamp. Zo wordt aangegeven hoeveel stroom er wordt verbruikt en of de lamp brandt of defect is. Op deze manier kunnen gemeentes hun openbare verlichting efficiënter beheren en reparaties snel in gang zetten.

Gemeentes moeten aan de slag

Tissing verwacht binnen nu en vijf jaar wel een enorme versnelling in de implementatie van slimme verlichting. “Je ziet op dit moment steeds vaker dat gemeentes in één keer een groot deel van hun areaal vervangen. Zo worden er binnenkort in drie Brabantse gemeentes circa 5.000 lantaarnpalen opgeleverd die voorzien zijn van slimme ledverlichting. Als we de energiedoelstelling willen halen, is het nu zaak dat meer gemeentes zulke sprongen maken in de aankomende twee jaar.” De combinatie van ledverlichting en dynamische verlichting levert daarbij het meeste voordeel op.

Die vervanging is niet goedkoop, maar gemeentes hoeven niet volledig zelf te investeren in nieuwe verlichting. Tissing geeft een voorbeeld: “Gemeentes kunnen een tender uitzetten waarbij ze voor de komende 15 jaar een partij of meerdere marktpartijen zoeken die de verlichting gaat regelen. De gemeente stelt dan bepaalde eisen en betaalt de betrokken partijen een vast bedrag per jaar. Op deze manier hoeft de gemeente niet in één keer een groot bedrag te investeren. Natuurlijk is de overstap naar slim verlichten nog steeds een grote beslissing voor een gemeente, maar uiteindelijk gaat iedereen erop vooruit door de enorme energiebesparing.”

Lees ook:

Interview | Foto: Adobe Stock, Foto in tekst: Luminext