11-07-2018 13:17 | Door: Britt van den Elshout

Windparken op land in Nederland zijn later gereed dan gepland, maar de hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom is straks wel groter dan voorzien. In 2020 zal de productiecapaciteit van 6.000 megawatt (MW), zoals afgesproken in het Energieakkoord, echter nog niet worden gehaald.

Dat concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de Monitor Wind op Land 2017, die vandaag door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Download hier de monitor

Zorgen over doelstelling in het Energieakkoord

De projectcapaciteit van de geplande windparken groeit na 2020 wel naar bijna 6.900 MW. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van circa 9 miljoen huishoudens. Ondanks dit toegenomen vermogen maken partijen in het Energieakkoord zich zorgen dat in 2020 de productiecapaciteit van 6.000 MW nog niet volledig gehaald wordt. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft Minister Wiebes dat hij die zorgen deelt.

“RVO concludeert dat het (vrijwel) zeker is dat eind 2020 minstens 5.153 MW windvermogen operationeel zal zijn in Nederland en dat het aannemelijk is dat daarnaast 71 MW geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd”, aldus Wiebes. Eind 2017 stond in Nederland 3.249 MW aan operationeel windvermogen opgesteld. Dit is goed voor 54 procent van de nationale doelstelling.

Lees ook: Primeur voor Nederland: de eerste windmolens in een bos​

Inzet van een regiegroep

Toch blijven de betrokken partijen zich onverminderd inzetten. Onder leiding van Ed Nijpels (SER) is een regiegroep aan de slag gegaan. Er is afgesproken meer te gaan samenwerken bij het wegnemen van belemmeringen in lopende projecten. Dit wordt op de voet gevolgd, zodat de regiegroep snel kan ingrijpen als partijen onvoldoende voortgang boeken.

De provincies hebben toegezegd dat wanneer de doelstelling voor 2020 niet tijdig wordt gerealiseerd, zij het niet gehaalde deel van de opgave verdubbelen. Dit deel realiseren zij dan in 2021-2023 en kan bestaan uit zowel windenergie op land als andere vormen van duurzame energie. Dat resulteert uiteindelijk in meer duurzame energie in 2023.

Grote verschillen tussen provincies

De Monitor Wind op Land 2017 laat zien dat er grote verschillen zijn tussen de provincies. Het is dan ook voor het eerst dat twee provincies, Zuid-Holland en Noord-Brabant, aangeven dat zij hun provinciale doelstelling niet op tijd zelf zullen realiseren. Utrecht en Limburg lopen ook nog achter.

Groningen heeft juist een grote stap gezet ten opzichte van de monitor van 2016. De bouw van alle benodigde windparken is al in voorbereiding of zelfs al gestart. Ook heeft de provincie in samenwerking met Tennet een scherpe planning afgesproken voor de netaansluiting van de windparken. Naast Groningen zal ook Noord-Holland haar doelstelling tijdig realiseren.

Lees ook:

Bron: Rijksoverheid, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | Foto: Adobe Stock