25-09-2018 08:55 | Door: Hidde Middelweerd

Voor het tweede jaar op rij presenteert DNV GL de Energy Transition Outlook (ETO). In dit rapport schetst het technisch adviesbureau een uitgebreid beeld van het wereldwijde energielandschap in 2050. Wat zijn de belangrijkste conclusies? En wat betekenen die voor Nederland?

In 2017 was de allereerste ETO een feit. Theo Bosma, hoofd research power & renewables bij DNV GL en medeauteur van het rapport: “Ongeveer 70 procent van onze business, van gas en olie tot de maritieme wereld, is afhankelijk van energie. Het is dus essentieel voor ons om te weten hoe de energiemarkt en bijbehorende technologieën zich ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor onze klanten; we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Daarom besloten we in 2016 om een eigen voorspelling te maken, vanuit onze eigen expertise, en die ook te presenteren aan de buitenwereld.”

“De ETO is een fantastische leidraad om je voor te bereiden op het energiesysteem van de toekomst”, vult Jillis Raadschelders, directeur energietransitie bij DNV GL, aan. “Iedereen moet met energie aan de slag, ook bedrijven bij wie energie niet de core business is. Het kan je een belangrijk concurrentievoordeel opleveren. Daarom is het essentieel om een beeld te hebben van de ontwikkelingen, zodat je weet welke rol je in deze transitie kan vervullen. Achterover leunen is geen optie meer.”

"Iedereen moet met energie aan de slag; achterover leunen is geen optie meer"

De energietransitie

In 2050 ziet de wereld van energie er namelijk heel anders uit, stelt DNV GL in het rapport. De auteurs kozen er bewust voor om het gehele energielandschap mee te nemen in hun model, om die vervolgens op een geintegreerde manier te benaderen. Bosma licht toe: “Wij verwachten bijvoorbeeld dat de elektrische auto tot en met 2050 een enorme vlucht neemt. Dat betekent minder olie, dus minder pijplijnen en wellicht ook minder maritiem transport van olie. In het wereldwijde energiesysteem hangt alles met elkaar samen. Om een goede voorspelling van de toekomst te doen, is het dus belangrijk om de sector als geheel te benaderen.”

In de ETO doet DNV GL verschillende belangrijke voorspellingen. “We besteden veel aandacht en mankracht aan dit onderzoek, maar het blijft natuurlijk het resultaat van modellering, op basis van onze educated guess”, nuanceert Raadschelders. “Hierbij zijn de geprognotiseerde ontwikkelingen gebaseerd op de best value for money: waar gaat het naartoe als techniek, economie en bestaande trends doorgezet worden?” Een kort overzicht:

  • De wereldwijde energievraag bereikt een piek rond 2035 en neemt daarna licht af richting 2050;
  • De consumptie van elektriciteit neemt in rap tempo toe, naar 45 procent van de totale energievraag in 2050;
  • De elektriciteitsproductie wordt in 2050 gedomineerd door duurzame energiebronnen: 80 procent van het totaal. Zonne- en windenergie zijn hierin de grootste drivers;
  • In 2050 is de wereldwijde energiemix 50/50 verdeeld tussen fossiele en niet-fossiele bronnen;
  • De helft van alle nieuw verkochte auto’s in Europa heeft in 2025 een elektrische aandrijving. In Noord-Amerika, Australië en China is dit net voor 2030 het geval. India volgt net na 2030. De rest van de wereld bereikt dit punt rond 2040.

Download het volledige rapport hier

"Het behalen van de doelstellingen van het klimaatakkoord is een en-en-en-scenario"

Niet genoeg voor het klimaatakkoord

Hoewel duurzame energie en elektrische auto’s een vlucht nemen tot en met 2050, is er alsnog veel werk te verzetten. Als de energiewereld zich ontwikkelt zoals de ETO voorspelt, is dat bijvoorbeeld niet genoeg om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te behalen. Ditlev Engel, CEO van DNV GL Energy, roept in de introductie van de ETO dan ook op tot ‘verschillende, gesynchroniseerde acties’ om de energietransitie te versnellen.

Bosma licht toe: “We verwachten bijvoorbeeld dat de CO2-prijs in 2050 in Europa op $ 60 per ton ligt. Stel nu dat het lukt om deze te verdubbelen. Dan heeft dat een enorme CO2-reductie tot gevolg, maar niet voldoende om de doelstellingen van het klimaatakkoord te behalen. Hetzelfde geldt voor energie-efficiëntie: daarin verwachten we een positieve ontwikkeling van 2,5 procent. Stel nu dat het lukt om dát te verdubbelen. Dan staat dat ook gelijk aan een forse CO2-reductie, maar is het alsnog niet voldoende. Als we de doelstellingen van het klimaatakkoord willen behalen, hebben we meerdere van dergelijke maatregelen nodig, die tegelijkertijd uitgevoerd worden. Het is een en-en-en-scenario.”

Op weg naar een nieuwe energiemarkt

Desalniettemin staat de energiewereld ook in DNV GL’s huidige voorspelling aan de vooravond van drastische veranderingen en dat gaat gepaard met grote gevolgen. Zo moet er fors geïnvesteerd worden in de uitbreiding van infrastructuur, worden zaken als flexibiliteit en energieopslag steeds belangrijker en maakt de energiemarkt in de aankomende decennia een grote transformatie door.

Het grotere aandeel van duurzame energie in de energiemix zorgt bijvoorbeeld voor tijden van overproductie; een fenomeen waar het huidige energiesysteem nog onvoldoende op voorbereid is. Bosma: “Ons systeem is momenteel juist ingericht op het ondervangen van tekorten. Oplossingen voor overproductie worden in de toekomst echter steeds belangrijker. Dat biedt kansen.”

Raadschelders neemt het stokje over: “In het energiesysteem van de toekomst wordt iedereen daarom een energiespeler, ook aan de vraagkant. Zaken als flexibiliteit en energieopslag krijgen namelijk veel meer waarde. Dat kan je je als bedrijf laten overkomen, maar je kan er ook actief een rol in spelen. Een industriële speler die zijn energieverbruik bijvoorbeeld aanpast aan tijden van overproductie, en daarmee zijn energierekening verlaagt, versterkt zijn concurrentiepositie. Er zit in de toekomst heel veel waarde in het aanpassen van je energieverbruik en het slim schakelen tussen verschillende vormen van energie. Ook in Nederland.”

"De Nederlandse energietransitie is een enorme bron van kansen voor het bedrijfsleven"

Wat betekent dit voor Nederland?

De voorspellingen van de ETO sluiten namelijk goed aan bij de situatie in Nederland, weten Raadschelders en Bosma. Sterker nog, de transitie in Nederland kan wel eens veel sneller gaan dan in de rest van de wereld. “Als de energiesector zich ontwikkelt zoals de ETO voorspelt, resulteert dat in een wereldwijde CO2-reductie van ongeveer 45 procent in 2050”, legt Bosma uit. “Dat is ongeveer vergelijkbaar met de doelstelling die Nederland zich voor 2030 al gesteld heeft. Dat is echt ambitieus, maar we hebben ons daar wel aan gecommitteerd.”

Met andere woorden, er moeten in Nederland dus een aantal tandjes bijgeschakeld worden om aan de gestelde doelstellingen te voldoen. “De Nederlandse energietransitie is daarmee een enorme bron van kansen voor het bedrijfsleven”, stelt Raadschelders. “Toegegeven, wie er nu mee aan de slag gaat, krijgt geheid te maken met risico’s. Maar we zijn nu op een punt aanbeland dat niets doen ook risico’s met zich meebrengt. The cost of doing nothing, noemen we dat. En die kan best wel eens groot worden.”

Bedrijfsleven moet aan de bak

Aan de bak dus. Maar hoe? Raadschelders raadt bedrijven aan om kritisch te kijken naar hun huidige positie in het energiespeelveld: “Welke energiebronnen gebruik je? En wanneer? De vervolgvragen zijn dan: hoe kan je dat flexibel maken en voorbereiden op de toekomst? En welke acties moet je daar voor ondernemen? Met deze vragen moeten bedrijven nu aan de slag, want 2030 is dichterbij dan je denkt.”

Bosma vult aan: “Wie met goede oplossingen komt, heeft wellicht ook meteen een exportproduct in handen. Ook buitenlandse spelers kijken namelijk naar Nederland. Ga er maar vanuit dat er veel vraag komt naar goede oplossingen; het klimaatakkoord kan het bedrijfsleven daardoor dus ook veel kansen bieden.”

Lees ook:

Download het volledige rapport hier

Foto: DNV GL