19-11-2018 09:30 | Door: Martijn van der Donk

Meino Zandwijk staat als mede-oprichter van dutch aan de wieg van een flink aantal duurzame ondernemingen. Wat is er volgens deze succesvolle ondernemer echt nodig om de transitie te versnellen? Zandwijk heeft een duidelijke visie en laat zich daarbij niet in een hokje plaatsen. Een boeiend gesprek over de rechter hersenhelft, de noodzaak van permanent onderwijs en wat we kunnen leren van Justin Bieber.

meino zandwijk dutch

Resultancy; ofwel de combinatie van resultaatgerichtheid en ondernemerschap. Met die insteek wil dutch zich onderscheiden van de concurrentie. Vanaf 2008 heeft dutch zich ook sterk geprofileerd met duurzaam ondernemen. Zo stond het bedrijf aan de wieg van De Groene Zaak en heeft ze in Nederland, B-corp (mede)-ontwikkeld als country-partner. Daarnaast is dutch ook betrokken bij duurzame ondernemingen als Willem&Drees, Waar en Vibers.

In 2015 verscheen jouw boek de Directiefluisteraar, een inspiratieboek voor ondernemers waarin interviews staan met creatieve mensen. Wat kunnen (duurzame) ondernemers daarvan leren?

“De grote inspiratiebron voor mij om dat boek te gaan schrijven was het boek A Whole New Mind van Daniel Pink. De Amerikaan beschrijft dat het huidige informatietijdperk, waarin analytisch denken en ratio de boventoon voert, zijn einde nadert. Daarvoor in de plaats komt wat hij noemt het conceptuele tijdperk. Daarin worden de functies van de rechter hersenhelft veel belangrijker. Dan heb ik het over creativiteit, intuïtie, empathie, verbinding. De mensen die ik in mijn boek geïnterviewd heb, beschikken allemaal over die eigenschappen en zijn daarmee succesvol geworden. Daar kunnen we als ‘gewone’ ondernemers veel van leren.”

Waar schiet het huidige ondernemerschap in jouw ogen dan nog tekort?

“Het centralistische top-down-denken zit nog teveel in ons systeem. In een tijdperk waarin iedere energieconsument ook energieproducent wordt, voldoet die denkwijze niet meer. Kijk naar platforms als Uber en Airbnb, die hebben al lang afscheid genomen van dat model. Bottom-up, verbinding zoekend met elkaar; dat is het ondernemerschap van de toekomst. Het is ook de manier waarop ik zelf al mijn duurzame ondernemingen heb opgezet. Neem Willem&Drees, dat is opgezet als coöperatie waarin boeren, burgers, bedrijven, banken een even belangrijke bijdrage leveren aan gezonde, biologische voeding. En recenter is daar natuurlijk de Coalition of the Willing die we deze zomer hebben opgericht. Ook daar is samenwerking een belangrijk middel in het terugdringen van CO2 en het halen van de klimaatdoelen. Bijvoorbeeld door Nederlandse woningen aardgasvrij te maken. Van groot, groter, grootst, naar klein, beter, best.”

Lees ookDuurzame wijk pioniert met energie; zelfvoorzienend, delend, as-a-service

Toch werken de grote corporates nog wel op de traditionele top-down-manier. Moet hun businessmodel volledig op de schop?

“Nee, die denk- en handelswijze zit in het DNA van die ondernemingen. Wat die bedrijven wel kunnen doen is op arms length een startup-achtig bedrijf oprichten dat wel op de conceptuele manier werkt. In de bank- en verzekeringswereld heb je bijvoorbeeld Knab dat onderdeel is van Aegon en Inshared dat eigendom is van Achmea. In de energiewereld is Powerpeers, als onderdeel van Nuon een goed voorbeeld of IT-bedrijf EXE als onderdeel van Alliander.”

Waarom kunnen bedrijven dat model niet toepassen onder hun eigen paraplu?

“Ik zie dat traditionele bedrijven nog te veel aan oude producten en systemen vastzitten om werkelijk te vernieuwen. Dan neem ik weer als voorbeeld de financiële wereld. Zoek je als huiseigenaar financiering om je huis te verduurzamen dan kom je al snel uit op een groene hypotheek. Terwijl daarvoor tegenwoordig ook interessante nieuwe financieringsvormen zijn. Zo is daar de object gebonden financiering die niet gekoppeld is aan de persoon, maar aan het object. Dat houdt in dat de aflossing van de verduurzaming door opeenvolgende huis-eigenaren kan plaatsvinden. De traditionele banken bieden dat echter niet aan. Hun businessmodel is daar niet op ingericht.”

Dan komen we toch weer uit op de term verbinding, weg van het individuele. Wat moet er gebeuren om dat voor elkaar te krijgen?

"Ik gebruik vaak de metafoor van artiest Justin Bieber. Die is door Youtube in  tien weken tijd bekender geworden dan Michael Jackson en Madonna samen in tien jaar. Die verder gaande digitalisering maakt ook andere transities mogelijk, zoals de ketenverkorting tussen burger en consument. Zo gebruiken ze in Finland Facebook om producten van boeren rechtstreeks te verhandelen aan de consument.

Technisch gezien is alles wel mogelijk. Ik zie dat vraagstukken veel meer van persoonlijke of sociologische  aard zijn. Het meekrijgen van burger/consument is veel belangrijker geworden."

Wat bedoel je met sociologisch en persoonlijk?

“Laat ik een concreet voorbeeld geven. In Nederland moeten alle woningen in 2050 van het gas af zijn. Dat is de doelstelling die de overheid heeft neergelegd bij de burgers. Je ziet nu al een voorhoede van mensen en organisaties die daarmee aan de slag gaat. Maar hoe zorg je ervoor dat je ook die gepensioneerde vrouw die al 60 jaar op gas kookt meekrijgt? Sturing door het verhogen van de CO2-belasting is een middel. Verleiden of ‘nudging’ is echter ook een manier. Denk aan het aanbieden van nieuwe keuken met een flinke korting waarin uiteraard een inductieplaat zit. Om iedereen met je mee te krijgen moet je goed weten hoe je welke doelgroep moet benaderen.”

“Dat bereik je niet door vast te blijven houden aan een systeem waarin ego’s, hebzucht en een gebrek aan empathie de dienst uitmaken. Daarom ook de oproep om meer rechts-breinig te gaan denken en acteren. De transformaties moeten meer plaatsvinden vanuit het DNA van onze samenleving. We moeten het met zijn allen willen.”

Wat moet er naast verbinding en samenwerking gebeuren om de transitie van de grond te krijgen?

“Ik geloof dat er op het gebied van kennisontwikkeling nog veel kan verbeteren. Laatst was ik op een congres waar een persoon het constant had over SGD in plaats van SDG. Ik denk dat er een besef moet komen dat er nog heel veel onwetendheid is over duurzaamheid. De volgende stap is om die kennis permanent aan te bieden. Het huidige onderwijssysteem waarin je studeert tot je 25e, gevolgd door hooguit nog een cursus of training; dat is toch echt wel achterhaald.”

‘Duurzaam doen’ is één van jouw slogans. Wat bedoel je daar precies mee?

“De regie over de transitie ligt in Nederland vooral bij overlegorganen, zoals bijvoorbeeld de Klimaattafel. Dat leidt in veel gevallen niet tot een grote actiegerichtheid. Neem de verduurzaming van de woningen als voorbeeld. Veel gemeentes wachten met hun duurzaamheidsplannen tot er meer duidelijkheid is over de plannen die uit de Klimaattafel naar voren komen. Ik zou tegen die gemeente willen zeggen: begin gewoon met verduurzaming van woningen en wacht niet op mogelijk weer een nieuwe regel uit Den Haag of een nog betere zonnepaneel. Er is naar mijn idee te veel angst om de businesscase niet rond te kunnen krijgen. Men vergeet dan dat er door die aanpak ook kansen kunnen worden benut. Neem als voorbeeld de maaltijdbox Beebox van Willem&Drees. Die is gelanceerd met een simpele flyeractie op een streekmarkt. Inmiddels zijn er 20.000 klanten.”

“Ik daag elke ondernemer of bedrijf met duurzame ambities uit om een keer met mij de discussie aan te gaan. Kijken hoe we met anders denken en vooral anders doen iedereen kunnen helpen. Zowel economisch als ecologisch als sociaal. Business as a force for good. Ik maak daar graag tijd voor vrij.”

Waar ben je terugkijkend op je loopbaan als duurzaam ondernemer het meeste trots op?

“Ik heb gedurende de jaren een groot netwerk van bedrijven opgebouwd. Dat netwerk heeft zich ontwikkeld tot uitgebreid ecosysteem waarin organisaties, relaties, collega’s ook onderling met elkaar verbinding maken om zo waarde en betekenis te kunnen toevoegen.” 

Afbeeldingen Shutterstock en dutch