03-07-2019 15:18 | Door: Bas Joosse

Windparken op land moeten volgens het Energieakkoord eind 2020 6 gigawatt aan energie leveren. Dat doel zal niet gehaald worden. Dit stelt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in de monitor Wind op Land, die recent naar de Tweede Kamer gestuurd is. Naar verwachting is er eind 2020 4,2 gigawatt aan capaciteit beschikbaar.

In het Energieakkoord is afgesproken dat in 2020 6 gigawatt aan windenergie op land beschikbaar is. Doordat de aanleg van de parken langer duurt, gaat dat cijfer niet gehaald worden. Vorig jaar gaf de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) al eenzelfde waarschuwing af.

Download de monitor

Eind 2018 stond in Nederland ruim 3,3 gigawatt aan operationeel vermogen windenergie op land. Dat is 133 megawatt meer dan de capaciteit eind 2017. Voor eind 2020 voorspelt de RVO dat de capaciteit op 4,2 gigawatt uitkomt. De organisatie verwacht ook dat er nog 516 megawatt ‘geheel of gedeeltelijk’ gerealiseerd wordt. De onduidelijkheid over die capaciteit zit in de procedures die langer kunnen duren.

Toename van capaciteit

In 2023 moet er wel meer windenergie opgewekt worden dan eerst gepland. Vorig jaar werd in de monitor Wind op Land nog rekening gehouden met een vermogen van 6.900 megawatt, nu is dat bijna 7,2 gigawatt. “Deze toename kan hoofdzakelijk worden verklaard door de toename van het vermogen per turbine”, schrijft minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer.

In de monitor staat dat de capaciteit van windturbines waarvoor een SDE+-subsidie aangevraagd wordt, de afgelopen jaren steeg van 3 tot 3,5 megawatt naar 4 tot 4,5 megawatt per turbine. Windturbinebouwers ontwikkelen ondertussen steeds krachtigere turbines; Siemens heeft al een turbine met een capaciteit van 12 megawatt, in Denemarken wordt een testcentrum voor turbines van 16 megawatt ontwikkeld.

 

 

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Afbeelding: Adobe Stock