08-01-2019 07:46 | Door: Rianne Lachmeijer

Voor een duurzame energietransitie zijn grote investeringen cruciaal. De risico’s en kosten van dit soort investeringen zijn vaak te groot voor één particulier bedrijf. Op een bedrijventerrein in Venlo vond men daar een oplossing voor. Daar maakt een publiek-private samenwerking (PPS) de ontwikkeling van een duurzame energie-infrastructuur mogelijk. “Ik vind het een heel geslaagde mix; een heel gezonde formule.”

Aan het woord is Ruud van Heugten. Hij is de huidige directeur van het regionale gebieds-ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Greenport Venlo werkt tot 2034 onder andere aan de ontwikkeling van een bedrijventerrein van 450 hectare, een campus op het gebied van gezonde voeding, tuinbouwgebieden, een railterminal, en 400 hectare aan natuur en landschap.  

Bij gebiedsontwikkeling gaat het om zaken als aankopen van gronden, wegen en riolering aanleggen en bedrijfskavels verkopen. In dit gebied kreeg het ontwikkelbedrijf Greenport Venlo er nog een taak bij: de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening. “Het was de opdracht om een werklandschap te ontwikkelen met duurzame energieprojecten daarin.”

Het ontstaan van een publiek-privaat energie-ontwikkelbedrijf

Aandeelhouders van de gebiedsontwikkelaar zijn de gemeente en de provincie. De toenmalige directeur besloot het bedrijfsleven bij de duurzame taak te betrekken, omdat bedrijven al veel kennis en ervaring hebben op het gebied van energieprojecten.

'Private partners 'getriggerd' om de energieprojecten tot succes te maken.'

De keuze viel op netwerkbeheerder Alliander DGO vanwege de kennis over energietransport, advies- en ingenieursorganisatie Arcadis vanwege de vele ervaring op het gebied van energieprojecten en het kleinere adviesbureau Ekwadraat vanwege haar juridische kennis. Het team werd compleet met de toevoeging van een energieleverancier: Greenchoice. Samen met Greenport Venlo vormden deze private partijen het publiek-private energie-ontwikkelbedrijf Etriplus.

Deze partijen zijn allen aandeelhouder van Etriplus en leveren kennis en expertise voor het initiëren en uitvoeren van energieprojecten. Van Heugten ziet voordeel in deze samenwerkingsvorm in tegenstelling tot het inhuren van advies. “Op deze manier worden die vier private partners 'getriggerd' om de energieprojecten ook echt van de grond te krijgen: tot succes te maken.”

Grote investeringen betaalbaar

Van een zonnedak tot een duurzaam warmtenet gevoed door een geothermiebron: Etriplus realiseerde al verschillende duurzame energieprojecten. Het zijn grotere investeringen die je doet in een gebied, vertelt Yoeri Schenau van Arcadis: “Als je de energievoorziening wil verduurzamen dan kost dat al snel miljoenen.”

Voor een individueel bedrijf is een dusdanige investering vaak te risicovol én te duur. Welke individuele ondernemer kan en durft bijvoorbeeld een voorinvestering te doen van meer dan € 1 mln voor de ontwikkeling van een windpark? Daar biedt Etriplus een uitkomst. Zo zette het bedrijf de handtekening onder een overeenkomst met de gemeente Venlo, de provincie Limburg en de energiecoöperaties voor de ontwikkeling van een windpark van minimaal 30 megawatt. Inmiddels is de vergunning voor het windpark verleend.

Ook investeert Etriplus in zonnepanelen op logistieke gebouwen. Die panden beschikken in veel gevallen over vele hectaren aan plat dakoppervlak, maar de dakconstructies zijn vaak (conform het bouwbesluit) niet sterk genoeg om helemaal vol te leggen met zonnepanelen. Om die daken wel geschikt te maken, zijn forse investeringen nodig.

De voordelen van een publiek-private samenwerking

Door de publiek-private organisatievorm vergroot Etriplus de slagingskans van projecten. Zo ontwikkelde het lokale energie-ontwikkelbedrijf een plan voor het realiseren van een zonnedak van maar liefst 8 hectare. Via het netwerk van Etriplus zijn de benodigde garanties geregeld, zodat het bedrijf de voorinvestering in een zwaardere dakconstructie kon doen. Het bedrijf verdient die investeringen vervolgens terug door de exploitatie van de zonnepanelen. “Als Etriplus er niet was, dan was dit project er niet geweest”, aldus Schenau.

'Zonder Etriplus was het waarschijnlijk allemaal veel langzamer gegaan en later gedaan.'

Van Heugten vult aan: “Ik denk dat er uiteindelijk ook wel energieprojecten van de grond zouden zijn gekomen. Alleen in de omvang en in het tempo heeft Etriplus erg veel verschil gemaakt. Nu was er echt een actieve drive om energieprojecten te realiseren, terwijl het anders veel meer reactief zou zijn. Waarschijnlijk was het allemaal veel langzamer en later gedaan.”

Naast zonnepanelen op daken en de aanleg van het windpark, werkt het lokaal energie-ontwikkelbedrijf ook aan een warmte-koude net, geothermie- en biomassaprojecten. Op verschillende projecten inzetten, maakt het mogelijk om tegenslagen in het ene project op te vangen met winsten uit een ander project.

Van Heugten denkt dat Etriplus vooral impact heeft op de schaal van deze projecten. “Hier is het grootste zonnedak gerealiseerd. En zo’n windpark is ook een groot project. We lopen al vrij ver voor in de schaal en de realisering van dit soort duurzame energieprojecten.” Volgens hem komt de capaciteit van alle projecten bij elkaar overeen met die van een kleine kolencentrale, maar dan in groene vorm. “Eigenlijk bouwen we bijna ongemerkt een energiecentrale op een bedrijventerrein.”

Lees ook: Grootste zonnedak van Nederland levert eerste stroom

Publiek-private organisatievorm: ‘de sleutel tot succes’

Volgens Schenau vormt de publiek-private organisatievorm de sleutel tot succes. Door de kennis en expertise vanuit de markt te koppelen aan overheidsmiddelen zoals garantiestellingen of subsidies worden grote investeringen mogelijk.

'Je hebt echt de kennis uit de markt nodig.'

Van Heugten is het daarmee eens en vult aan dat publieke beleidsmakers een belangrijke rol spelen in de door-vertaling van groene, duurzame energieprojecten naar draagvlak in de politieke organen die de bestemmingsplannen goedkeuren.

“Aan de andere kant is mij als directeur van het ontwikkelbedrijf gebleken dat je heel veel specialistische kennis nodig hebt. Zulk soort projecten zijn toch niet zo simpel als ze soms van de buitenkant lijken. Dus je hebt echt de kennis uit de markt nodig. En ook de drive om er een betaalbaar en rendabel project van te maken.”

Hij raadt overheden met duurzame energie ambities daarom aan om te onderzoeken of een dusdanige samenwerking voor hen ook meerwaarde heeft. Daarbij moeten de overheden oneigenlijke staatssteun en een ongelijk speelveld voorkomen. “Dat kan lastig zijn, maar als je dat goed hebt afgepeld dan biedt een publiek-private samenwerking meerwaarde.”

Nederlandse energietransitie

Om de Nederlandse economie te transformeren naar een economie die draait op hernieuwbare, schone energie moet er nog veel gebeuren. In die energietransitie kunnen dit soort publiek-private samenwerkingen een rol spelen, denkt Schenau.

'Eén ding is zeker: we gaan een hele grote transitie door.'

“Eén ding is zeker: we gaan een hele grote transitie door. En dat betekent dat we dingen op een andere manier moeten aanpakken. Dat betekent bijvoorbeeld dat een overheid of een netwerkbeheerder moet gaan samenwerken met partijen met wie ze dat eerder niet deed. Zoals in Etriplus. Dat is nieuw. En alles dat nieuw is daarin zijn we voorzichtig, dus dat vertrouwen moet groeien. We hebben geen tijd meer voor wantrouwen.”

Schenau geeft aan dat er ook andere manieren zijn om de energietransitie vorm te geven, maar dat samenwerking een passende aanpak voor Nederland is. “In China doet de overheid bij wijze van spreken alles, maar dat kost de overheid heel veel geld en dat is niet het model dat wij in Nederland hebben gekozen. Hier kiezen we ervoor om ook de markt een rol te laten hebben in de realisatie en exploitatie.”

Lees ook: Arcadis: ‘Het systeem moet 180 graden om’

De laatste samenwerkingspartner: de gebruiker

Van Heugten wijst op nog een partij die in de samenwerking betrokken moet worden: de gebruikers. Dat kunnen bewoners zijn, maar ook het bedrijfsleven. Zo zoekt Etriplus voor het windpark de samenwerking met  lokale energiecoöperaties. Via de coöperaties kunnen omwonenden en bedrijven participeren in het windpark.

Dat adviseert hij ook aan andere partijen die aan energieprojecten werken. “Zorg ervoor dat de omgeving via een coöperatie of via een participatie op een of andere manier meedoet in zo'n project. Dat wil niet zeggen dat de omgeving zijn zin moet krijgen, maar je kunt ze ook niet negeren. Anno 2018-2019 werkt de Omgevingswet zo niet meer.”

Lees meer over de energietransitie op onze themapagina.

Afbeelding: Greenport Venlo