11-01-2019 09:25 | Door: Rianne Lachmeijer

Van vervuilende, fossiele brandstoffen verschuift de nadruk in het energiesysteem naar schone, hernieuwbare bronnen. Die transitie heeft impact op bedrijven zoals Shell die van oudsher groot zijn in de fossiele industrie. Om ertoe te blijven doen in die nieuwe werkelijkheid neemt de grote olie en gasmaatschappij een nieuwe rol aan in de energietransitie.

In 2017 presenteerde Shell als eerste internationale gas- en oliemaatschappij ambities om de CO2-uitstoot van haar producten te verminderen. Vervolgens stelde Shell eind 2018 concrete klimaatdoelen voor de korte en middellange termijn op en maakte het bedrijf bekend het beloningssysteem van de top gedeeltelijk afhankelijk te maken van deze klimaatdoelen.

Lees ook: Shell maakt klimaatdoelen onderdeel van het beloningssysteem

Energietransitie in verschillende landen

De Nederlandse Maike Boggemann en de Duitse Jens Mueller-Belau leiden de energietransitie van Shell in die landen. “Jens Mueller-Belau en ik werken in Duitsland en Nederland, maar in vele andere landen in de wereld hebben meer collega’s dezelfde opdracht als wij.”

Deze aanpak maakt onderdeel uit van de manier waarop Shell op lokaal niveau betrokken wil zijn bij energietransitie-ontwikkelingen, legt Boggemann uit. “Om mee te helpen met een bottom-up transitie, in tegenstelling tot top-down belangenbehartiging over onderwerpen zoals CO2-beprijzing, strategieën en scenario's.”

Nog geen fossielvrij toekomstscenario

Die laatste werkwijze past Shell ook toe. Zo ontwikkelt de olie- en gasmaatschappij vanuit de realiteit van vandaag verschillende toekomstscenario’s. Deze scenario's helpen bij het opstellen van de bedrijfsstrategie. In het meest recente scenario genaamd Sky valt op dat Shell verwacht dat in 2070 fossiele energiebronnen nog steeds deel uitmaken van de energiemix. Zo komt het oliegebruik uit op vijftig tot zestig miljoen vaten per dag. energietransitie, shell, boorplatform

Volgens Mueller-Belau is het belangrijk om te realiseren dat Sky een mondiaal scenario schetst.

“Wereldwijd zal de energievraag blijven groeien, omdat landen zich op verschillende plekken op verschillende tempo’s zullen ontwikkelen. Dat is waarom in dit soort scenario’s fossiele energiebronnen nog onderdeel uitmaken van de energiemix. Zij het dat het aandeel wezenlijk lager is.”

Mueller-Belau verwacht dat de transitie in Europese landen er anders uit zullen zien dan landen in andere regio’s om uiteindelijk te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. “Als Shell zullen wij mee gaan met verschillende lokale initiatieven die vaak om geografische redenen verschillen per regio. Waar het past stappen wij actief over van fossiele naar hernieuwbare energie voor onze particuliere en zakelijke klanten.”

“En voor onszelf”, vult Boggemann aan. Een Nederlands voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van het zonnepark in Moerdijk. Door middel van dit initiatief verlaagt Shell de CO2-uitstoot van de eigen activiteiten. “Een veelbelovend project dat we nu ook snel, in zeg anderhalf jaar, voor een paar andere Nederlandse organisaties kunnen en zullen realiseren.”

‘Elke markt is anders’

Vanwege hun vergelijkbare rollen in Duitsland en Nederland kunnen Mueller-Belau en Boggemann de energie-ontwikkelingen goed met elkaar vergelijken. “Elke markt is anders. Daarom bevindt Shell zich op verschillende plekken op verschillende punten in de energietransitie”, zegt Mueller-Belau. Ook legt het bedrijf verschillende focuspunten.

Volgens Mueller-Belau is één van de ambities van Shell om op lokaal niveau voorbereid te zijn op de energietransitie. Zodra Shell merkt dat een land een bepaalde kant op beweegt, kan het bedrijf daarop inspelen met de lessen die het opdeed in een ander land.

Een vergelijking tussen twee buurlanden

Mueller-Belau en Boggemann vergelijken Nederland en Duitsland. Op welke manier verschillen Nederland en Duitsland van elkaar?

'Geografie speelt, misschien onverwacht, een relatief grote rol.'

Mueller-Belau: “Het begint met waar de energie vandaan komt. Ik ben er vrij zeker van dat de primaire energiebronnen in Duitsland en Nederland van elkaar verschillen. Zo gaan de debatten in Duitsland momenteel veel over bruinkool. Beleidsmakers pakken dat momenteel op. Dus daar begint het mee: de basisgrondstof. Elk land probeert een weg te vinden van de primaire energiebronnen naar schonere energie.”

Boggemann: “Een ander verschil zit hem in de manier waarop de energie wordt gebruikt. En geografie speelt, misschien onverwacht, een relatief grote rol. Zo heeft Nederland een grote industriële sector die aan de kust ligt, terwijl die van Duitsland meer in het binnenland ligt. Ik denk dat dit een fundamenteel verschil oplevert in de manier waarop het energiesysteem is opgebouwd en dat het ook een rol zal spelen in de manier waarop landen invulling geven aan de energietransitie; offshore wind is daarom bijvoorbeeld veelbelovend voor Nederland.”

Wat houdt dat in voor de invulling van de energietransitie?

Boggemann: “In Duitsland zorgt de aanwezigheid van veel autoproducenten voor een opstapje voor een mobiliteitstransitie.”

Mueller-Belau: “Een voorbeeld daarvan is H2 Mobility. Een gezamenlijke onderneming waarin Shell met zeven partners, waaronder een aantal OEM’s (Original Equipment Manufacturers, red.) werkt aan de bouw van een waterstoftankstation-infrastructuur. Shell draagt daarmee bij aan de voorbereiding op, en het leggen van de basis voor, een nieuwe mobiliteitsinfrastructuur. De lessen die we leren in Duitsland kunnen we vervolgens toepassen in andere landen wanneer het erop lijkt dat daar een waterstof markt ontstaat.”

Wat is een interessante Duitse ontwikkeling voor toepassing in Nederland?

Boggemann: “Het is interessant om te zien wat er gebeurt in de industriële sector. In Duitsland vindt een project plaats waarbij elektrolyse wordt ingezet in de industrie (Met behulp van elektrolyse kan duurzame elektriciteit worden omgezet naar waterstof, red.). Ik denk dat Nederland dat binnenkort zal oppakken. Waterstof speelt namelijk niet alleen een rol in de mobiliteitssector, maar ook in de industrie.”

Mueller-Belau: “Wij verwachten dat elektrolyse gaat groeien. Het gaat dan vooral om de omzetting van elektriciteit naar waterstof voor energieopslag. In de Rheinland raffinaderij in Keulen bouwen we een tien megawatt electrolyser, de grootste ter wereld van zijn soort. En dat is een begin. Maar om eerlijk te zijn hebben we natuurlijk veel meer nodig, we moeten naar driecijferige vermogens. En er zijn projecten aangekondigd in Duitsland die inderdaad die kant opgaan.”

Mueller-Belau: “Als Shell vinden we dit om twee redenen interessant. Ten eerste denken wij dat niet alle geproduceerde elektriciteit in Nederland, Duitsland of Europa over het elektriciteitsnet zal gaan. Dat maakt opslag noodzakelijk. Ten tweede gebruiken wij in onze raffinaderijen per definitie veel waterstof. Daarom is het een kans voor ons om meer groene waterstof toe te passen in onze processen; dat vermindert de CO2-footprint van onze producten.”

Wat kan Duitsland leren van Nederland?

Mueller-Belau: “Nederland was verder op het gebied van LNG als brandstof voor wegverkeer. Wegtransport van goederen is een pan-Europese activiteit. Wij hebben nu ook het eerste openbare tankstation in Duitsland geopend, met een Nederlands station als voorbeeld. En we zullen dat netwerk verder uitbreiden.”

‘Nederland zet in internationale context echt een nieuwe standaard neer.’

Boggemann: “En misschien een heel voor de hand liggend voorbeeld: windenergie. Ik denk dat Nederland in internationale context echt een nieuwe standaard neerzet in de manier waarop met name offshore wind aanbestedingen in de markt worden gebracht. De Nederlandse overheid heeft een grote rol gespeeld in de vormgeving van dit soort projecten, waarbij de vergunningen en alle bijbehorende voorwaarden, inclusief de stroomaansluitingen, onderdeel uitmaakte van het aanbestedingsproces. Die inrichting van de hernieuwbare energiesector wordt internationaal als best practice erkend.”

Zal de energiemix van landen in de toekomst meer op elkaar gaan lijken?

Boggemann: “Voor Nederland en Duitsland kan ik me dat voorstellen, vooral op het gebied van hernieuwbare energie en waterstof. Ook zullen de energiesystemen vanuit een Europese context meer integreren, maar het is mogelijk dat de verschillen mondiaal groot blijven.”

Mueller-Belau: “Daar ben ik het mee eens. Beide landen zijn importlanden. In het geval van Duitsland zullen we doorgaan met het importeren van bepaalde energiebronnen, maar mondiaal zullen er landen zijn waar lokale hulpbronnen beschikbaar zijn. Die landen zullen die bronnen gebruiken.”

Boggemann lacht: “Misschien gaat Duitsland wel Nederlandse windenergie van de Noordzee importeren.”

Mueller-Belau: “Haha. Precies. Zoals we dat vandaag de dag doen met gas, kan dat in de toekomst windenergie zijn. De eerste effecten daarvan worden al zichtbaar.”

Lees meer over de energietransitie op onze themapagina.

Afbeeldingen: Adobe Stock