08-01-2019 16:00 | Door: Joyce de Thouars

De gaskraan in Groningen gaat dicht en kolencentrales moeten sluiten of overschakelen op een andere brandstof. Nederland stapt over naar duurzame energiebronnen zoals zon, wind en biomassa. De ambities, maar ook de uitdagingen, zijn enorm. Hoe pakt Lamb Weston/Meijer, die in Europa jaarlijks 1,7 miljoen ton aardappels verwerkt tot frites en andere producten, dat aan?

“Ver vooruit kijken, een duidelijke visie hebben, goed focus houden en leiderschap tonen met de VN Sustainable Development Goals (SDGs) als kompas”, vat Jolanda Soons, sustainability program leader bij Lamb Weston / Meijer, de richting van hun energiestrategie samen. “We verkennen op dit moment oplossingsrichtingen, maar de ambitie is duidelijk: wij willen sectorleider zijn in verduurzaming.”

Het bedrijf is al sinds 2011 intensief en integraal met duurzaamheid bezig. Soons vertelt: “We hebben er toen bewust voor gekozen om stevige doelstellingen voor de lange termijn te stellen. Zo willen we in 2020 een reductie behalen van 30 procent in energieconsumptie per ton geproduceerd eindproduct en 30 procent minder uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 2008.” Door verder vooruit te kijken neemt Lamb Weston / Meijer de tijd die nodig is om de doelstellingen ook te realiseren.

Nu begint de tijd voor iedereen echter te dringen. Zo gaat de gaskraan in Groningen eerder dicht en dat heeft een directe impact op een van de productielocaties van het bedrijf. De Nederlandse doelstellingen om de absolute uitstoot van broeikasgassen terug te dringen zijn ook niet mals: 49 procent per 2030 en 95 procent per 2050 ten opzichte van 1990.

Jullie nieuwe energiestrategie wordt volgend jaar gepresenteerd. Kunt u alvast de contouren schetsen?

“In onze strategie kijken we weer ver vooruit. We willen opnieuw een ambitieuze doelstelling neerleggen voor 2030. We willen iets neerzetten wat we vervolgens ook weer gaan waarmaken. De SDGs gebruiken we daarbij als ons kompas. Deze doelstellingen geven aan waar je heen moet, maar niet hoe je er moet komen. Voor de energietransitie zijn betaalbare en schone energie (SDG 7), klimaatactie (SDG 13) en verantwoorde consumptie en productie (SDG 12) van belang. Daar gaan we specifieke doelstellingen aan hangen, net zoals we voor voedselverspilling doen. We moeten daarbij wel oog houden voor wat haalbaar en betaalbaar is. Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven en onze fabrieken moeten wel blijven draaien om onze klanten te bedienen.”

Er is een verschuiving van fossiele naar hernieuwbare brandstoffen. Hoe zijn jullie van plan dit in te vullen?

“Om de CO2-uitstoot te verlagen moeten we uiteindelijk allemaal naar klimaatneutraal en circulair. Dat betekent dat wij ons aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen gaan verhogen. Dit is nu 14 procent via de inkoop van groene stroom en productie van biogas op onze waterzuiveringen. Om het aandeel uit hernieuwbare bronnen te verhogen hebben we robuuste, betrouwbare technologieën nodig.

"Warmtepompen kunnen een deel van de oplossing zijn om van het aardgas af te gaan"

Voor onze fabrieken hebben wij elektriciteit nodig en warmte om stoom mee te maken. Voor de stoomketels gebruiken wij nu aardgas, dat niet de meest vervuilende energiebron is. Kolen zijn vele malen vervuilender en er zijn landen die nu pas van kolen naar gas overstappen. Elektriciteit kunnen we makkelijk verduurzamen. In vijf van onze zes Europese fabrieken gebruiken we al 100 procent groene stroom, die we nu via ‘Garantie van Oorsprong’ (GvO) certificaten inkopen. We kijken ook naar mogelijkheden om lokaal, samen met anderen, kringlopen te sluiten, mogelijk zelf energie op te wekken en onze restwarmte maximaal te hergebruiken. Mogelijkheden zoals zonneparken, windmolens, geothermie, biomassa gestookte stoomketels, en warmtepompen worden allemaal geïnventariseerd. Volgend jaar moet het conceptplan er staan.”

Waarin zit voor jullie de grootste uitdaging in de energietransitie?

“De warmtebehoefte is een ingewikkeld traject. Wij gebruiken stoom van ongeveer 220 graden Celsius om de plantaardige olie te verwarmen, waarin onze frites worden voorgebakken. Daarvoor hebben wij betrouwbare en bewezen technologieën nodig. We kunnen het ons niet veroorloven om een experimentele technologie toe te passen, omdat de fabriek 24/7 moet kunnen draaien. Biomassa is één van de tussenoplossingen totdat betere technologieën beschikbaar zijn. Dat moet ook verantwoord, dus dan praten we bijvoorbeeld over gecertificeerd houtafval uit Scandinavië. Het is niet de bedoeling om daarvoor bomen te telen en die vervolgens te gaan opstoken.”

In welke technologie zien jullie veel toekomst?

“Wij zijn enthousiast over de ontwikkeling van warmtepompen. Die worden steeds beter en deze ontwikkeling gaat nu heel snel. De warmtepompen van nu kunnen al veel meer dan die van twee of drie jaar geleden. We hopen dat we deze straks in kunnen zetten om ook laagwaardige restwarmte intern te gebruiken en op te waarderen naar temperaturen om onze bakovens te verwarmen. Dit  kan een deel van de oplossing zijn om van het aardgas af te gaan. We houden de ontwikkeling van deze technologie dan ook nauwlettend in de gaten.”

De energietransitie is niet mogelijk zonder samenwerking. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

“Samenwerking is essentieel en we bekijken per productielocatie de mogelijkheden. Het zou prachtig zijn als we in de keten kringlopen kunnen sluiten. Het Solar-programma van FrieslandCampina, waarbij melkveebedrijven worden gestimuleerd om in zonnepanelen te investeren, is een erg mooi voorbeeld van samenwerking in de eigen keten. Samenwerken met buren is ook een interessante optie.

"Niemand twijfelt meer aan de effecten van klimaatverandering"

In onze fabriek in Kruiningen zijn we dit jaar al een restwarmtekoppeling-project gestart met het naastgelegen Wiskerke Onions. Dit soort samenwerkingen smaken naar meer. Sommige projecten kun je simpelweg ook niet alleen oppakken. Neem het plaatsen van windmolens, wat mogelijk mooi bij onze productielocatie in Oosterbierum zou passen. Daar krijg je als individueel bedrijf geen vergunning voor. Of een technologie zoals geothermie die bijzonder risicovol en kostbaar is en ook niet overal mogelijk. Dit kun je alleen samen met andere bedrijven doen.”

Is het tijd dat er CO2-beprijzing komt om investeringen in de energietransitie te stimuleren? 

“De huidige marktprijs voor CO2 ligt rond de € 20 per ton, maar weerspiegelt niet de werkelijke prijs. Als je alle milieukosten meerekent dan kom je op circa  € 110 uit per ton CO2. Sommige bedrijven rekenen voor investeringen nu al met een interne, reëlere CO2-prijs van bijvoorbeeld € 60 per ton. De reis naar duurzame energie gaat geld kosten. Dit is noodzakelijk, omdat nu geen rekening wordt gehouden met alle verborgen milieukosten. Deze wentelen we af op de samenleving. Voor elk bedrijf is het goed om na te denken over interne CO2-beprijzing als middel om de transitie te versnellen.”

Tenslotte, de hete en droge zomer was een tegenslag voor de aardappeloogst. Wat heeft het seizoen gedaan voor de discussie over klimaatverandering?

“Het heeft ervoor gezorgd dat niemand meer twijfelt aan de effecten van klimaatverandering. In het verleden was er nog wel discussie over het aandeel van de mens in klimaatverandering. Maar eigenlijk doet dat er niet toe. Kijk naar de ernstige bosbranden in Californië of zware overstromingen in Zuid-Europa. Wat maakt het dan uit welk deel van de klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt? Feit is dat de aarde opwarmt, we steeds vaker extreem weer ervaren, en dat dit proces steeds sneller gaat. De emmer zit vol en als je niet wil dat die overstroomt, dan moet je nu actie nemen om de impact tegen te gaan.”

Foto: Lamb Weston / Meijer