07-10-2019 08:00 | Door: Emma Rotman

Oude zandafgravingen, voormalige vuilnisbelten, de ruimte tussen de start- en landingsbaan van vliegvelden. Op het eerste gezicht niet de meest voor de hand liggende locaties om een zonnepark neer te leggen. Voor Roland Pechtold, CEO van ontwikkelaar GroenLeven, zijn dit soort moeilijke terreinen juist ideaal. En over de uitdagingen van het energienet is hij duidelijk: alleen bouwen op plekken waar het net het sterkst is, is volgens hem niet de enige oplossing.

GroenLeven ontwikkelt grootschalige zonnedaken en -parken op locaties met een dubbelfunctie: locaties die naast zonnebronnen ook een andere functie hebben. Margriet Bouwer-Bolink, een van de oprichters van GroenLeven, groeide zelf op in een boerengezin en zag een businesscase. “Zij maakte mee hoe je een agrarisch bedrijf runt. Met energie als grote kostenpost werd in de jaren ‘90 al gekeken naar de mogelijkheden van zonnepanelen op boerderijdaken”, vertelt Pechtold.

Ook kwam het gebruik van akkerbouwgrond voor het aanleggen van zonneparken steeds meer ter discussie te staan. “Een paar jaar geleden was het nog vrij eenvoudig om een stuk grond van een boer te huren om daar zonnepanelen op te zetten. GroenLeven zag toen al dat dit niet houdbaar was en dat we op zoek moesten gaan naar plekken die al in gebruik zijn. Wij noemen dat de dubbelfunctie”, zegt Pechtold.

Van TT Assen tot vliegveld Eelde

Daken zijn het bekendste voorbeeld van die dubbelfunctie. GroenLeven is hofleverancier van FrieslandCampina en Agrifirm en legt zonnepanelen op daken van hun leden. Maar er zijn nog veel meer geschikte locaties. Zo installeerde GroenLeven zonnepanelen op de carports van TT Assen, die energie produceren terwijl ze 14.000 motoren beschermen tegen slechte weersomstandigheden. Bij fruittelers, boven zachtfruit als frambozen, plaatst GroenLeven zonnepanelen die voldoende licht doorlaten voor de vruchten om te groeien. En in Tynaarlo realiseerde het bedrijf het grootste drijvende zonnepark van Europa.

De meest unieke locatie is misschien wel het zonnepark bij Groningen Airport Eelde. In de driehoek tussen taxi-, start- en landingsbaan ontwikkelt GroenLeven, terwijl de dagelijkse gang van zaken op de luchthaven doorgaat, een bron die 6.200 huishoudens van energie kan voorzien. Deze grond kan nergens anders voor worden gebruikt en krijgt nu een duurzame bestemming.

Foto: het zonnepark op de carports bij TT Assen.

Veengebieden

Waar Pechtold ook kansen ziet, is de grond in de veengebieden. Dankzij het zakkende waterpeil en de oxiderende grond stoten die steeds meer CO2 uit; bovendien kampen boeren er met mislukte oogsten. “Als wij daar zonnepanelen mogen neerleggen, kunnen we de waterdaling tegengaan, de natuur een kans geven en tegelijkertijd energie opwekken. Ik vind dat wij als industrie niet overal bovenop moeten springen en we moeten absoluut zorgvuldig omgaan met landbouwgrond. Maar tegen dit soort gebieden moet de landbouwsector geen nee zeggen.”

Ook bij zonneparken die eerder gerealiseerd zijn op minder ideale plekken, kan de dubbelfunctie alsnog gecreëerd worden, stelt Pechtold. Bijvoorbeeld door bepaalde soorten vegetatie aan te brengen die de biodiversiteit bevorderen. “Dat zie je nu al langs de randen van akkerlanden. Waarom dan niet bij de zonneparken?”

Energienet onder druk

Om de energietransitie te laten slagen, moet Nederland veel meer inzetten op zonne-energie, stelt de CEO. Tegelijkertijd geven netbeheerders een duidelijk signaal af: de groei van hernieuwbare energie zet het energienet onder druk en dat komt met name door grootschalige zonneparken. Pechtold zit dan ook regelmatig om de tafel met de netbeheerders. Vol begrip over de situatie, maar ook met een duidelijke boodschap. “Zij stellen dat we alleen nog kunnen bouwen op plekken waar het net het sterkst is. Maar dat is één oplossing, niet dé oplossing. Wij zeggen juist dat het noordoosten versterkt moet worden, want daar is de meeste ruimte.”

Onzekerheid aan beide kanten zetten volgens hem een rem op de energietransitie. Zo willen de netbeheerders zeker weten waar GroenLeven de zonneparken gaat aanleggen. De ontwikkeling van het net, van vergunning tot aanleg, kost gemiddeld vijf jaar. De looptijd van de SDE-beschikkingen, waarmee GroenLeven zijn projecten nu nog financiert, is echter drie jaar. Als het zonnepark dan niet aangesloten is op het net, vervalt de beschikking. “Wij willen de netbeheerder die zekerheid graag geven, maar wij hebben ook zekerheid nodig dat die beschikkingen blijven bestaan”, zegt Pechtold. “We hebben dit systeem ooit uitgevonden met goede redenen, maar nu houdt het ons gevangen.”

Energietransitie: voorbij het eigen belang

Pechtold pleit voor minder regelgeving en meer vrijheid. Ook op het gebied van de betrouwbaarheid van het energienet, die volgens Netbeheer Nederland op 99,995 procent ligt. “Ons land heeft een van de beste energienetwerken ter wereld. Dat kunnen we best een beetje loslaten. Ik heb vaker gezegd: ik neem het risico op me als het net het even niet doet. Wat mij betreft tekenen we morgen een convenant.”

'Ik heb vaker gezegd: ik neem het risico op me als het net het even niet doet'

Elkaar de hand geven en voorbij het eigenbelang kijken is de enige manier om de energietransitie tot een succes te brengen, stelt Pechtold. “Van alle partijen is het belang duidelijk. De netbeheerders willen het net verzwaren op de juiste plaats, om het gemeenschapsgeld goed te besteden. De LTO (belangenbehartiger van agrarische ondernemers, red.) wil de vruchtbare grond behouden voor de landbouw. En wij willen zonne-energie opschalen om de energietransitie te versnellen. Als je al die perspectieven meeneemt, dan hebben we nog heel veel plekken waar we elkaar gelukkig kunnen maken.”

Terechte vragen

Ook in specifieke projecten heeft GroenLeven te maken met verschillende belangen. “Voordat we met een project beginnen bellen we als eerste aan bij bewoners: ‘Hallo, wij willen uw buurman worden’. Vaak is het antwoord: ‘Not in my backyard.’ En vaak hebben mensen daar ook gegronde redenen voor.”

Foto: het drijvende zonnepark in Tynaarlo.

Mensen de kans geven om te participeren is volgens Pechtold essentieel. “Er zijn niet veel mensen die tegen de energietransitie zijn. Ze hebben alleen terechte vragen. Hoe gaan we om met flora en fauna? Wat betekent het voor de biodiversiteit? Krijgen wij ook iets van die energie teruggeleverd? Onze medewerkers staan elke avond in buurtzaaltjes om daarover te praten.” Hij vindt het ook belangrijk dat omwonenden iets kunnen verdienen aan een project dat hun omgeving zo beïnvloedt. “Certificaten, aandelen, investeren, energie terugkrijgen, alle opties zijn bespreekbaar als we er samen afspraken over kunnen maken.”

Lees ook: Emmen neemt 88.000 zonnepanelen in gebruik

Hoe belangrijk het betrekken van belanghebbenden is, ervaarde hij toen zonnepark Emmeloord twee jaar geleden werd aangesloten op het net. “Een prachtig project waar we erg trots op zijn. Toen ik in gesprek ging met een lokale boer bleek echter dat die helemaal niet blij was, want dit was het meest vruchtbare stukje grond van Emmeloord! Wat hij niet wist, is dat er een groot distributiecentrum zou komen. In plaats daarvan hebben wij er zonnepanelen neergelegd, omdat de vergunning er al lag. Maar die boer had natuurlijk gelijk: als samenleving moeten we daar niets anders neerzetten dan vegetatie of dieren. Een project moet voortkomen vanuit een gedeelde visie.”

'Er zijn niet veel mensen die tegen de energietransitie zijn. Ze hebben alleen terechte vragen.'

Waardig werk

Het vinden van genoeg technisch personeel blijft een uitdaging, ook voor GroenLeven. Het bedrijf lost dat deels op met buitenlands personeel, maar biedt ook ruimte aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat doet GroenLeven in samenwerking met LeerBouwen, een praktijkopleider in de bouw die werkzoekenden na een half jaar intensieve training garantie biedt op een baan.

Pechtold ziet die samenwerking niet alleen als een oplossing voor het versnellen van de energietransitie, maar ook als de maatschappelijke verantwoordelijkheid van zijn bedrijf. “Wij bestaan om de energiehuishouding te verduurzamen, maar we willen mensen ook een purpose geven en waardig werk bieden. Ook daar leggen we de lat hoog.”

Match made in heaven

GroenLeven heeft grote ambities en concrete plannen. Alleen al in 2017 sleepte het bedrijf 700 megawatt aan SDE binnen; komend jaar staan er 1,2 miljoen zonnepanelen op de planning. Om al die plannen te realiseren ging GroenLeven een partnership aan met BayWa. Het Duitse concern is wereldwijd één van de grootste spelers op het gebied van hernieuwbare energie; bovendien heeft het bedrijf agrarische roots. “We voorzagen een enorme groei met alle projecten die we binnenhaalden. Daardoor hadden we allereerst een grote behoefte aan kennis. Duitsland loopt 15 jaar voor op de energietransitie. Deze samenwerking is een match made in heaven”, stelt Pechtold.

Ten tweede zorgt de samenwerking voor toegang tot kapitaal. Belangrijk, want GroenLeven moet alle projecten voorfinancieren. “De opbrengsten van al die projecten komen pas na 15 jaar, maar de kosten komen meteen.”

De energietransitie is zeker niet zonder uitdagingen, maar Pechtold is optimistisch over de toekomst. De vraag naar hernieuwbare energie blijft stijgen en daarmee ook de prijs van GvO’s (Garanties van Oorsprong). “Steeds meer consumenten en bedrijven kiezen voor hernieuwbare energie. Ik verwacht dat de businesscase van zonne-energie binnen vijf jaar zo sterk is, dat we geen subsidies meer nodig hebben.”

Lees ook:

Beelden: GroenLeven