16-03-2020 08:00 | Door: Emma Rotman

14 procent duurzame energie in 2020; zo luidt het oordeel van de Raad van State. Die doelstelling lijkt nu al niet meer binnen bereik. Sterker nog, Nederland bungelt in Europa onderaan als het gaat om duurzame energie. Hoe kunnen we de energietransitie versnellen? Wij vroegen het Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE).

De NVDE wil 100 procent duurzame energie binnen één generatie. De organisatie behartigt de belangen van ondernemers in duurzame energie. “Er zijn veel verschillende oplossingen om de energietransitie te realiseren. Wij denken dat we al die oplossingen tegelijkertijd nodig hebben”, zegt Van der Gaag. De grote vraag is: wat moet Nederland  doen om de energiedoelstellingen te bereiken?

Wat is de rol van de NVDE in de energietransitie?

“Samen met onze leden proberen wij tot standpunten en strategieën te komen om binnen één generatie naar 100 procent duurzame energie te gaan. We komen bijvoorbeeld regelmatig bij de overheid over de vloer, want de politiek heeft veel invloed op het tempo van de energietransitie. We waren betrokken bij de vorming van het Energieakkoord van 2013, de voorloper van het Klimaatakkoord. En we hebben een grote bijdrage geleverd aan het Klimaatakkoord zelf, onder andere door aan de klimaattafels elektriciteit, mobiliteit en gebouwde omgeving mee te doen.”

Hoe staat het ervoor met de energietransitie in Nederland?

“Het klopt dat we het doel voor 2020 niet gaan halen. Toen het Energieakkoord in 2013 werd afgesloten, had Nederland 4 procent duurzame energie. Volgens de laatste berekeningen zitten we in 2020 op een goeie 11 procent. Dat is natuurlijk een aardige stijging in 7 jaar, maar echt niet genoeg. Voor 2023 is het doel 16 procent duurzame energie en ik verwacht dat we dat wél gaan halen. Dus er zijn wel degelijk grote versnellingen uit dat energieakkoord gekomen.”

Moeten we nu wel of niet massaal elektrificeren?

“Eén van de dingen waar wij erg blij mee zijn, is de afspraak dat we 75 procent van de elektriciteit in 2030 uit zon en wind halen. Elektriciteit is maar 20 procent van de totale energievoorziening in Nederland, de rest is warmte en transport. Maar van die 20 procent is straks dus het grootste deel duurzaam. En we verwachten dat de elektriciteitsvraag flink gaat groeien.

'Duurzame elektriciteit moet iets anders vervangen, anders reduceer je geen CO2'

Als je de verduurzaming van elektriciteit vergelijkt met transport en warmte, dan schiet elektriciteit als een vuurpijl omhoog, terwijl warmte en transport veel langzamer gaan. Warmte kabbelt in tien jaar omhoog van 6 naar 13 procent, de verduurzaming van brandstoffen stijgt van 6 naar 8 procent. Voor die twee vormen van energie switchen naar elektriciteit zou een grote stap voor verduurzaming zijn.

Maar naast duurzame elektriciteit hebben we andere energiebronnen nodig. Enerzijds omdat we ook energie nodig hebben als de zon en de wind niet voldoende leveren. Maar ook omdat we het elektriciteitsnet daarmee ontlasten. Denk aan geothermie, groen gas en waterstof.”

Kan zoveel duurzame elektriciteit wel geleverd worden?

“Die 75 procent duurzame elektriciteit binnen tien jaar is haalbaar. Het besluit dat we in 2030 geen steenkolen meer gebruiken voor elektriciteitsopwekking helpt om elektriciteit nog schoner te maken. In 2015 stootte één kilowattuur elektriciteit bijvoorbeeld 530 gram CO2 uit; in 2030 is dat nog 90 gram.

De groei van het aandeel elektriciteit binnen ons energiesysteem is veel complexer, omdat daar ook andere sectoren voor nodig zijn. Er zit een kip-en-ei-probleem in: je hoort nog vaak dat het geen zin heeft om elektrisch te rijden, omdat die stroom nu nog wordt opgewekt met kolen. Maar ontwikkelaars gaan pas bouwen als er vraag is, want zonder vraag kunnen zij de stroom niet kwijt. Het moet iets anders vervangen, anders reduceer je ook geen CO2.”

Lees ook: Waarom de energietransitie zich niet laat tegengehouden door een lage olieprijs

Die druk op het elektriciteitsnet is een serieus probleem.

“Dat klopt, er moet heel veel met dat net gebeuren. Veel netbeheerders hebben hun investeringen al met 20 procent verhoogd, maar dat is niet genoeg om het tempo van met name zonne-energie bij te houden. Ook hier is er geen gouden methode, je hebt een hele waaier van oplossingen nodig. Het is logisch om een zon- of windproject te bouwen op een plek waar weinig mensen wonen. Maar het is even logisch dat daar dunne kabels liggen, want met weinig mensen is de energievraag ook laag. Het is dus begrijpelijk dat er een knelpunt is, maar we moeten het wel oplossen.”

'Er moet heel veel met dat net gebeuren'

Hoe zien die oplossingen eruit?

“Enerzijds moeten we stevig investeren in versterking van het net. De doorlooptijden daarvan zijn lang, dus netbeheerders moeten meer ruimte krijgen om vooruit te werken, zodat ze iets meer aan de bal komen. Wat gaat helpen, is dat de n-1 redundantie-eis wordt geschrapt. Normaal leggen netbeheerders altijd een reservekabel aan, om te garanderen dat een ontwikkelaar 99,9 procent van de tijd zijn stroom kan transporteren. Zonder die reservekabel zakt de betrouwbaarheid naar 99 procent, waardoor een ontwikkelaar op de allergrootste opwekpieken een klein stukje van de stroom niet kan transporteren. Dat is niet erg, want de stroom is op zo’n moment ook heel weinig waard.

En dan heb ik het alleen nog maar over oplossingen binnen de elektriciteitssector. Elektriciteit omzetten in waterstof is ook een manier om het net te ontlasten. Bovendien heb je daarmee een flexibele energiebron op momenten dat zon en wind onvoldoende energie leveren.”

Lees ook: Het elektriciteitsnet raakt vol. Wat is de oplossing?

Portret: NVDE | Hoofdbeeld: Adobe Stock