30-03-2020 10:50 | Door: Rianne Lachmeijer

In 2050 mogen gebouwen geen CO2 meer uitstoten. Dat betekent dat zij op termijn overstappen op 100 procent duurzame warmte en stroom. Edwin Normann van Croonwolter&dros stelt echter dat we ons niet moeten blindstaren op het einddoel van de energietransitie, want er zijn veel nuttige maatregelen die we nu al kunnen doen. “Er wordt heel veel nagedacht over de lange termijn, waardoor de’ quick win’-oplossingen onderbelicht blijven”, stelt hij.

De energietransitie betekent dat meer dan zeven miljoen Nederlandse woningen en een miljoen overige gebouwen voor 2050 overstappen op andere verwarmingsvormen en duurzame elektriciteit. De huidige coronacrisis verandert niets aan die opgave. Tijdelijke vertraging betekent dat we de jaren erop alleen maar sneller moeten. De Nederlandse regering wil namelijk voor 2021 50.000 bestaande woningen per jaar verduurzamen. Voor 2030 wil de overheid het tempo opvoeren naar 200.000 woningen per jaar. Dat komt uit op minstens 961 woningen per week voor 2021 en 3.846 voor 2030. Kortom, een immense opgave voor de bouwsector.

Om die opgave succesvol het hoofd te bieden, is innovatie nodig van een sector die door velen nog als traditioneel wordt gezien. Edwin Normann van Croonwolter&dros beaamt dat: “Veel bedrijven, met name in de bouw en de installatietechniek, zijn gericht op de korte termijn. Zij kijken van project naar project. Innoveren is niet iets wat traditioneel al aanwezig was in de bouwsector. Daarom moet je dat de ruimte en mogelijkheid geven om zich te ontwikkelen.”

Ruimte bieden aan innovatie

Croonwolter&dros is één van de bedrijven die daar een manier voor heeft gevonden. “Het innovatieve zit zeker niet alleen in de techniek, maar vooral in nieuwe businessmodellen”, zegt Normann. Hij leidt de ‘venture’ Smart Energy. Deze maakt onderdeel uit van Croonwolter&dros, maar krijgt tegelijkertijd meer bewegingsvrijheid. Zo kan het makkelijker focussen op innovatie en ontwikkeling. Normann: “Omdat je in een nichemarkt zit en een hogere toegevoegde waarde levert, zal dat zeker op termijn tot hoger rendement leiden. Maar in het begin nog even niet. Die ruimte moet je die nieuwe activiteit wel geven.”

Lees ook: Directeur Croonwolter&dros: ‘Gebouwen gaan energie leveren’

Warmte als een service

Door de vrijheid die ‘ventures’ binnen Croonwolter&dros krijgen, kan Smart Energy experimenteren met het aanbieden van warmte als een service. Daarbij neemt het bedrijf alles uit handen voor de klant: van het opwekken van duurzame warmte tot aan de exploitatie. Ook de financiering regelt Smart Energy. “De klant koopt geen installatie meer, maar die koopt warmte-koude”, aldus Normann. Overigens zijn er ook klanten die kiezen voor de traditionele werkwijze: zij kopen de installatie en beheren deze vervolgens zelf.

'De klant koopt geen installatie meer, maar warmte-koude'

Momenteel rondt Smart Energy vooral nieuwbouwprojecten af, omdat de vraag daar nu het grootst is. Dat komt doordat aardgasloos bouwen voor nieuwbouw sinds anderhalf jaar de norm is, maar sommige bouwplannen nog van voor die tijd stammen. De ontwikkelaars en aannemers moeten in die plannen alsnog aardgasloze oplossingen toepassen, waardoor hun bedrijfsmodel in de knel komt.

De werkwijze van Smart Energy zorgt ervoor dat ontwikkelaars en aannemers zonder al te hoge meerkosten de meest geschikte aardgasloze verwarmingsoplossingen kunnen toepassen. Het bedrijf biedt advies over de mogelijkheden en kan deze vervolgens ook concretiseren, realiseren en exploiteren. Vooral dat laatste helpt om de initiële kosten lager te houden. Kantoren, appartementencomplexen of zelfs hele wijken: deze manier van werken is op alle soorten gebouwen toepasbaar, stelt Normann.

Standaardisatie én maatwerk

Om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag uit de markt moet Smart Energy zelf ook innoveren. Door het ontwerpproces te automatiseren en installaties op te bouwen uit een gelimiteerd aantal modules versnelt het ontwerpproces, verkort de bouwtijd en worden faalkosten voorkomen. Terwijl modulebouw vaak geassocieerd wordt met standaardisatie, benadrukt Normann dat de oplossingen juist om maatwerk vragen. “Gebouwen zijn nou eenmaal verschillend.” Zo verschilt het per gebouw waar ruimte is voor een installatie en welke toepassing het meest logisch is.

Ook de omgeving heeft invloed op de beste oplossing. Zo kijkt Smart Energy bijvoorbeeld niet alleen naar de beschikbare energiebronnen, maar ook naar de bodemsituatie. “We zijn nu bezig met heel veel projecten in binnenstedelijk gebied en in stadsvernieuwingsgebieden waar kantoren verdwijnen en waar hoogbouw en woningbouw terugkomen. Daar is de bebouwingsdichtheid zo groot dat je moet opletten of je nog wel voldoende ruimte in die bodem hebt om al die projecten op elkaar af te stemmen. Standaardoplossingen zijn er eigenlijk niet.”

Bestaande bouw

Verduurzaming van bestaande gebouwen kan ook met behulp van warmtekoude-installaties, stelt Normann. Dat geldt vooral voor gebouwen die na het jaar 2000 zijn gebouwd, maar gebouwen van voor die tijd sluit hij niet uit. Sommige gebouwen worden niet direct aardgasloos, maar dat ziet hij niet als een probleem. “Je maakt sneller 100 procent van de gebouwen 80 procent gasloos, dan dat je 80 procent van de gebouwen 100 procent gasloos maakt.”

'Met wat we al hebben kan nog veel meer'

Als aardgas compleet wordt uitgebannen, moet ook die laatste 20 procent aardgasloos worden, maar daar maakt Normann zich nu nog niet druk over. “Ten eerste is het de vraag of het gebouw er dan nog staat, want we praten nog steeds over een hele lange termijn. Ten tweede kunnen er in een later stadium nog aanpassingen in het gebouw plaatsvinden waardoor de energievraag daalt, zoals nog betere isolatie. En ten derde kan er natuurlijk een alternatief voor die 20 procent aardgas komen. Het kan bijvoorbeeld dat er een ander gas komt of dat je er nog een warmtepomp bijplaatst. Maar het kan ook zijn dat er nog technieken komen die we nu nog helemaal niet in het vizier hebben.”

Normann merkt dat veel mensen praten over innovatieve oplossingen voor de lange termijn, maar hij gaat liever aan de slag met dingen die nu al kunnen. Hij ziet nog veel kansen voor de toepassing van warmtepompen in de bestaande bouw. Zo ontwikkelen leveranciers warmtepompen die geschikt zijn voor hogere temperaturen; cruciaal voor oudere gebouwen. Daarnaast kan standaardisatie de kostprijs naar beneden brengen, waardoor warmtepompen rendabeler worden. Daar liggen dus nog volop kansen, concludeert Normann. “Het verbeteren van wat we al hebben vind ik eigenlijk net zo belangrijk als hele nieuwe innovaties ontwikkelen, want met wat we al hebben kan nog veel meer.”

Ook energiemaatregelen

Die kansen ziet Normann niet alleen op het gebied van warmte, maar ook op het gebied van energiebesparing. “Niet geheel toevallig zijn dat nou net de dingen waar wij mee bezig zijn”, geeft hij toe. Zo biedt Smart Energy ook energieadvies aan, bijvoorbeeld op het gebied van energiemonitoring en energiebesparing. “Er wordt heel veel nagedacht over de lange termijn, waardoor de 'quick win’-oplossingen onderbelicht blijven”, vindt Normann.

'De 'quick win’-oplossingen blijven onderbelicht'

Vorig jaar moesten bedrijven voor het eerst rapporteren over de energiebesparingsmaatregelen die zij al hadden genomen. Normann wijst erop dat uit deze informatieplicht bleek dat veel bedrijven simpele oplossingen laten liggen. Hij stelt dat er landelijk wel 15 procent CO2-besparing mogelijk is met maatregelen die weinig geld kosten. Het gaat om zaken als het licht uitschakelen en de temperatuur in gebouwen beter regelen. “Het zijn doorgaans kleine maatregelen die vrij snel terugverdiend zijn. Ik zou zelfs zeggen dat ze eigenlijk geen geld kosten, want binnen een paar jaar heb je de kosten er alweer uit.”

Zonde dat bedrijven daar niets mee doen, vindt Normann. “We laten een heel groot potentieel liggen.” Volgens hem zijn bedrijven bang om hun concurrentiepositie te verslechteren door kosten te maken die concurrenten niet maken. Hij hoopt dat het Activiteitenbesluit milieubeheer voor een gelijk speelveld zorgt. Deze energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren.

Een kijkje in de toekomst

Welke innovaties ervoor gaan zorgen dat de gebouwde omgeving in de toekomst energieneutraal is, daar doet Normann liever geen uitspraken over. “Ik ben niet zo’n glazen bol figuur.” Maar één ding weet hij wel zeker: “We zullen 100 procent CO2-neutraal niet met één oplossing bereiken.”

Lees meer over de energietransitie op onze themapagina.

Afbeelding: Adobe Stock.