07-07-2020 07:00 | Door: Emma Rotman

Hij staat aan het roer van een zonne-energieontwikkelaar. Zij ondersteunt dertig regio’s bij het maken van hun Regionale Energiestrategie. Roland Pechtold in gesprek met Kristel Lammers over het versnellen van de energietransitie, de zonneladder en de impact van de coronacrisis. Over één ding zijn ze het in elk geval eens: “Nederland is geen zonland.”

35 terawattuur aan hernieuwbare energie op land moet erbij komen, wil Nederland de energiedoelen uit het Klimaatakkoord halen. Op dit moment werken dertig regio’s volop aan de concrete uitwerking daarvan, in de vorm van een Regionale Energiestrategie (RES). Daarin staat waar en hoe de regio de duurzame stroom gaat opwekken, met welke warmtebronnen de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt kan worden en welke locaties passen in het landschap, maatschappelijk acceptabel en financieel haalbaar zijn.

Een complex proces waar Kristel Lammers en Roland Pechtold dagelijks mee te maken hebben, elk vanuit hun eigen perspectief. Als directeur van het Nationaal Programma RES (NP RES) ondersteunt Kristel Lammers de regio’s bij het maken van hun energieplannen. De keuzes, die de regio’s maken op het gebied van energiebronnen en locaties, hebben dan weer gevolgen voor GroenLeven, ontwikkelaar van grootschalige zonneparken en -daken op locaties met een dubbelfunctie. Hoog tijd om de twee (virtueel) tegenover elkaar te zetten en een aantal stellingen voor te leggen.

De energietransitie loopt vertraging op door de coronacrisis.

Lammers: “Uiteindelijk niet. Ik ben heel trots op de regio’s dat zij met zoveel energie doorgaan met de ontwikkeling van hun RES. Er vinden allerlei online bijeenkomsten plaats met bestuurders, volksvertegenwoordigers en inwoners. Er gebeurt dus heel veel wél. Tegelijkertijd merk je dat de coronacrisis van invloed is op lopende processen. Om daar recht aan te doen, hebben we de deadline voor de concept-RES verruimd van 1 juni naar 1 oktober. Toch staan er nu al 27 concept-RES’en openbaar, dus de regio’s zitten niet stil.”

Pechtold: “Ik zie die vertraging niet gebeuren in de praktijk. Wij zijn nu bezig met het realiseren van vijftien zonneparken en zitten in de voorbereiding van nog eens zestig tot tachtig projecten. We hebben dus met veel gemeentes en provincies te maken en zelfs met het Rijk. Maar geen van die partijen grijpt deze crisis aan als excuus om te vertragen. De energietransitie levert overigens ook veel werkgelegenheid op: in digitalisering, elektrotechniek, de bouw, voor juristen, voor ambtenaren. Hoe ingrijpend deze crisis ook is, ik zie vooral nieuwe kansen ontstaan.”

Lammers: “De regio’s hebben op 1 juni hun voorlopige concept-RES in vertrouwen met ons gedeeld. Dat biedt ons gezamenlijk de kans om te leren, een kwaliteitsslag te maken en eventuele obstakels alweer voor een deel weg te nemen, nog voor de deadline van 1 oktober. Dan start het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) met een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van de concept-RES’en. We benutten dit moment dus ten goede.”

Lees ook: Corona bedreigend voor de energietransitie? De CEO van GroenLeven verwacht het tegenovergestelde

In de vormgeving van de RES wordt het bedrijfsleven over het hoofd gezien.

Pechtold: “Dat klopt, we zijn ondervertegenwoordigd. Natuurlijk kunnen we als individueel bedrijf niet samen met onze concurrenten aanschuiven, dat moet via partijen als de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Energie Nederland en Holland Solar. Maar ik ben ervan overtuigd dat we deze stem meer hadden moeten horen in dit proces, waarin de tijd dringt. Als ontwikkelaar lopen wij bij lokale overheden vaak tegen wantrouwen aan. Maar als we nu niet gaan samenwerken, gaat de energietransitie nooit lukken.”

Lammers: “Overheden worstelen hier enorm mee. Niet alleen vanwege die concurrentiepositie, maar ook vanwege de Europese regelgeving. Ik zie zeker een rol voor het NP RES om het gesprek daarover te faciliteren. De NVDE zit niet voor niets in mijn programmaraad, we zoeken op collectief niveau de verbinding met het bedrijfsleven. Sterker nog, we hebben hier recentelijk een bijeenkomst over georganiseerd met de NVDE en Energie Nederland. Roland maakt dus een terechte opmerking, maar we zijn nog niet te laat. Ik denk dat de fase waarin het bedrijfsleven nadrukkelijker wordt betrokken nu aanbreekt. Het gras gaat alleen niet harder groeien als je eraan trekt.”

Pechtold: “Maar ik wil het gras graag besproeien (lachend). Ik zou zo graag onze ervaringsdata delen om het proces te verbeteren. In de concept-RES’en wordt nu bijvoorbeeld naar daken gewezen van bijvoorbeeld distributiecentra of boerderijen. Terecht, maar met alleen daken gaan we er niet komen. Het verschil tussen het aantal ingetekende megawatts en wat er daadwerkelijk gelegd wordt, is behoorlijk groot. Die kennis is van groot belang voor de keuzes die de regio’s maken.” 

Lammers: “Dit is precies de fase waar we nu in zitten. De afweging is uiteindelijk aan de lokale politiek, maar zij moeten wel op basis van de juiste informatie keuzes kunnen maken, met inachtneming van alle factoren. En het PBL gaat die concept-RES’en natuurlijk ook doorrekenen op grond van ervaringscijfers. Ik ben blij dat we niet werken aan een grand design blauwdruk, maar dat we zoeken naar een adaptieve manier van zowel ambitieontwikkeling als uitvoering. Ik denk dat dat vrij vernieuwend is.”

Toekomstige energiebronnen moeten we alleen nog toestaan op locaties met een dubbelfunctie.

Lammers: “Ja en nee. Nederland is een klein land, grond is schaars. Vraagstukken koppelen en oplossingen slim combineren in die schaarse ruimte is buitengewoon nodig. Toch ben ik geen voorstander van verplichten. Elke regio is anders en de regionale aanpak van de RES doet daar recht aan. Je kunt niet één ideale verplichting opschrijven voor al die regio’s. Wel hebben we allerlei instrumenten aan de regio’s meegegeven om de ruimtelijke inpassing te waarborgen, zoals de zonneladder. Daarmee moeten regio’s onderbouwde keuzes maken. Het PBL controleert of dat zorgvuldig gedaan is.”

Pechtold: “GroenLeven heeft de dubbelfunctie zelf zo ongeveer uitgevonden en daar zijn we erg trots op. Ik ben het met Kristel eens dat je er geen regel van moet maken. Wat ik wel wil toevoegen: je kunt een zonnepark als een tijdelijkheid zien. De palen zitten een meter diep, die draai je er zo weer uit. Je financiert een zonnepark voor twintig tot dertig jaar. Ik ben er heilig van overtuigd dat er dan zoveel betere uitvindingen zijn dan de huidige zonnepanelen. Dat is anders bij een windpark of een distributiecentrum, daarmee verandert het landschap onomkeerbaar.”

Zonne-energie is maatschappelijk beter geaccepteerd dan windenergie.

Pechtold: “Dat klopt, in de regionale plannen is de verhouding 80 procent zon en 20 procent wind. Dat komt niet door de zonsector zelf, maar door de factor tijd. Van windenergie weet de maatschappij inmiddels dat je daar tegen kunt zijn. Als we te weinig aandacht voor maatschappelijk draagvlak hebben, dan gaan we met zon hetzelfde krijgen. We zijn een jonge sector, dus laten we leren van anderen. Bovendien is die enorme neiging naar zon helemaal niet verstandig, daarvoor hebben we veel te weinig zonuren. We zijn niet zozeer een zonland, alleen in dubbelfunctie. We zijn een windland.”

Lammers: “Dat hebben we ook gesignaleerd in de RES’en. Er is nu een werkgroep opgezet met experts, regio’s, het Rijk en bedrijven om het hierover te hebben. Maar zonne-energie maatschappelijk geaccepteerd, ik denk niet dat we al zover zijn. Het gesprek met de samenleving moet nog plaatsvinden. Als iedereen voor zon kiest, moeten er straks voetbalvelden aan onderstations bij komen en dat heeft grote impact op het landschap. Ik denk dat dit besef er nog onvoldoende is bij bestuurders, dus dat gaan we intensief onder de aandacht brengen. Dan worden er opnieuw afwegingen gemaakt, maar wel op basis van kennis.”

'Als bedrijfsleven willen we graag delen wat we geleerd hebben over de maatschappelijke acceptatie van zonneparken'

Pechtold: “Als je met ‘we’ de overheid bedoelt of de NP RES, dan ben ik dat met je eens. Maar ‘we’ als samenleving, nee. Ik heb al vijf jaar gesprekken met de samenleving over de acceptatie van zonneparken. Als bedrijfsleven willen we graag delen wat we daar geleerd hebben en vooral wat we fout gedaan hebben.”

Binnen vijf jaar kunnen zonneparken subsidievrij zijn, maar de strenge eisen aan locaties brengen de businesscase in gevaar.

Pechtold: “Geen sprake van. Dan moet je als sector maar beter je best doen en het subsidieloos maken. Dat is nou waarom je een bedrijf begint. De samenleving mag hele strenge eisen stellen als jij een deel van het oppervlak gaat gebruiken. Zolang het maar level playing field is. En daar maak ik me in Nederland nooit zorgen over. Je ziet nu paniek ontstaan omdat de stroom een paar keer gratis was, maar dat is een uitzonderlijke situatie. De kostprijs van zonnepanelen daalt nog steeds, het rendement gaat nog steeds omhoog. De meeste kosten zitten nu nog in het vergunningstraject, het netwerk en de huurkosten van locaties. Maar ook daarin zie ik positieve signalen als ik kijk naar de nieuwe SDE-trajecten.”

Lammers: “Voor NP RES is het belangrijk dat de maatschappelijke kosten evenredig verdeeld zijn in relatie tot draagvlak en ruimte. Maar zorgen dat er geen subsidie meer nodig is voor zonneparken valt eigenlijk buiten onze scope. Het zijn vooral partners als het RVO, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Energie Nederland die daar invloed op hebben. Wij bewegen mee op de afspraken die deze partijen maken.”

Lees ook: CEO GroenLeven: "Binnen 5 jaar geen subsidie meer nodig voor zonne-energie"

Voor het oplossen van netcongestie wordt te veel naar netbeheerders gekeken.

Lammers: “Het heeft geen zin om te zeggen dat de één een betere plek aan tafel heeft dan de ander. We hebben slimme oplossingen in de hele energieketen nodig voor opwek, opslag en distributie. We moeten krachten bundelen. En wat betreft het betrekken van het bedrijfsleven, daar zetten we op dit moment stappen in.”

Pechtold: “De energietransitie heeft een ongelofelijke impact op de netwerken, dus het is logisch dat netwerkbedrijven een grote stoel aan tafel hebben. Alleen zeggen sommige netwerkbedrijven dat wij alleen zonneparken kunnen bouwen waar het net het aankan. Dat is echt voor eigen parochie spreken. De energietransitie vraagt heel veel van de netwerkbedrijven en dat kunnen ze onmogelijk alleen doen. Maar als je alleen hun problematiek te horen krijgt, dan gaat het te langzaam.”

'Om participatie en betrokkenheid te reduceren tot financiële compensatie, dat vind ik te mager'

Lammers: “Dat zie ik in de praktijk ook niet gebeuren, hoor. Lokale bestuurders laten zich niet leiden door één perspectief, die staan voor de gemeenschap.”

Pechtold: “Ik maak overigens een diepe buiging naar de netwerkbedrijven. We hebben het meest betrouwbare netwerk van de wereld. En met Liander doen we in Oosterwolde een pilot met waterstof om het net te ontlasten. Dat is nu nog verlieslatend, maar we zien er allebei toekomst in. Formeel sturen we boze brieven naar elkaar, maar informeel hebben we een goede relatie. We redden het alleen niet als we enkel naar de netwerkbedrijven kijken.”

Lees ook: Het elektriciteitsnet raakt vol. Wat is de oplossing?

Bewoners krijg je alleen mee in de energietransitie met financiële compensatie.

Lammers: “Oneens. Van de aardgasproblematiek in Groningen hebben we geleerd dat lusten en lasten op regionale schaal in balans moeten zijn. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken dat nieuwe energieprojecten voor 50 procent lokaal eigendom moeten zijn. Maar om participatie en betrokkenheid te reduceren tot financiële compensatie, dat vind ik te mager. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties moeten betrokken zijn bij het hele vraagstuk en niet alleen aan het eind afgekocht worden. Financiële compensatie kan zeker helpen, maar je moet vooral je stem kunnen laten horen. Je hoeft het niet eens te zijn met het uiteindelijke besluit, maar je moet wel gehoord zijn.”

Lees ook: Deze man protesteerde tegen windturbines, nu kan hij (bijna) niet wachten tot ze er staan

Pechtold: “Daar sluit ik me bij aan. Als bewoners willen investeren, dan is dat super, maar niet iedereen wil of kan dat. Het is veel belangrijker dat mensen zich serieus genomen voelen, dat ze zien dat hun stem wordt meegenomen in de beleidsvorming en uiteindelijk in de ontwikkeling. Bovendien brengt de energietransitie iets heel moois met zich mee. Mensen vormen coöperaties, er ontstaan appgroepen van mensen die samen een windmolen of zonneproject hebben, mensen ontmoeten elkaar in buurthuizen om over een nieuw energieproject te praten. Mijn collega’s staan elke avond in buurthuizen te praten over maatschappelijke inpassing; die bezoekers hebben elkaar vaak nog nooit ontmoet. De maatschappelijke cohesie, die ontstaat als gevolg van de energietransitie, had ik nooit kunnen voorspellen.”

Portret Roland Pechtold: GroenLeven | Portret Kristel Lammers: NP RES