21-07-2020 07:00 | Door: Emma Rotman

In het Friese Oosterwolde werken netbeheerder Liander en zonne-energiebedrijf GroenLeven aan een innovatief project. GroenLeven bouwt hier het grootste zonnepark van Friesland, terwijl het lokale elektriciteitsnet eigenlijk te weinig capaciteit heeft. Door op piekmomenten de stroom om te zetten in groene waterstof, kan het park er toch komen. ‘Als je de energietransitie wil laten slagen, moet je over je eigen schaduw heen stappen.’

Van het spreekwoord ‘schoenmaker, blijft bij uw leest’ trekt GroenLeven zich weinig aan. Het bedrijf is marktleider op het gebied van grootschalige zonne-energie, maar laat zich daardoor niet beperken. “We zijn niet alleen een bouwbedrijf, maar ook een ontwikkelbedrijf. Daar hoort innovatie bij en dat houdt soms in dat je actief wordt in andere marktsegmenten”, zegt COO Peter Paul Weeda.

“Als bedrijf kun je kiezen voor een focusstrategie, bijvoorbeeld dat je de beste wilt worden in het leggen van zonnepanelen. Wij hebben voor een andere strategie gekozen: wij zoeken naar oplossingen voor de energietransitie.” 

Netcongestie

Een van de vraagstukken die zo’n oplossing nodig heeft, is de zogeheten netcongestie. Het elektriciteitsnet zit op steeds meer plaatsen vol. Vooral in dunbevolkte gebieden, die verder juist heel geschikt zijn voor een zonnepark, is er te weinig capaciteit. Van oudsher hadden die gebieden een lage energievraag en daarom liggen er dunne kabels. Het net is niet berekend op de explosieve groei van duurzame elektriciteit. “Dat betekent dat je geen project kunt realiseren op een plek waar wél zonne-energie mogelijk is”, zegt Weeda.

Netbeheerders zijn bij wet verplicht om gerealiseerde projecten op het net aan te sluiten. Op locaties waar te weinig capaciteit is, riepen zij vorig jaar dan ook op te wachten met vergunningen uitgeven tot het net versterkt is. Maar het net uitbreiden is duur en duurt bovendien al gauw tien jaar. “Zo lang kunnen we niet wachten met de energietransitie”, stelt Weeda. “Dus je moet verder kijken. En dan kom je vrij snel met oplossingen waarmee je meer flexibiliteit creëert. Dan kun je zo’n zonnepark op die plek namelijk wél aansluiten.”

Het net ontlasten met waterstof

Op piekmomenten de duurzame elektriciteit omzetten in waterstof is zo’n flexibele oplossing. Daarom slaan GroenLeven, netbeheerder Liander en een aantal andere partijen de handen ineen voor een waterstofpilot in Oosterwolde. GroenLeven en Liander ontwikkelen gezamenlijk een elektrolyser van 1,5 megawatt, die waterstof maakt op momenten dat er veel aanbod is van zonne-energie.

'Met oplossingen die flexibiliteit creëren, kun je een zonnepark wél aansluiten in een netcongestiegebied'

Het gaat om een pilot, benadrukt Weeda; het doel is te onderzoeken of waterstofproductie een oplossing is voor zonneparken in netcongestiegebieden. “Meestal werken elektrolysers met een constant stroomaanbod. Met Liander onderzoeken wij hoe de elektrolyser reageert op fluctuaties in het aanbod van zonne-energie. Wanneer wij als ontwikkelaar straks op meer plekken een elektrolyser willen plaatsen, dan kunnen zij als netbeheerder overzien wat dit voor de stabiliteit van het net betekent.”

Dubbelfunctie

Voor GroenLeven ligt de combinatie zonne-energie en waterstof in het verlengde van de huidige business: zonnebronnen bouwen op locaties met een dubbelfunctie. Door daken, vuilstortplaatsen en oude zandwinplassen een tweede functie te geven als energiebron, wordt de schaarse grond in Nederland zo nuttig mogelijk gebruikt. “We gaan ook niet zomaar waterstoffabrieken bouwen, we gaan ze integreren in de oplossing die we nu hebben: systemen voor zonne-energie. Dat is ook een soort dubbelfunctie”, legt Weeda uit.

Hij ziet waterstof dan ook niet als wondermiddel voor alle problemen, maar ziet de toekomst in slimme combinaties. Zo zorgt de elektrolyser ervoor dat een zonnepark een kleinere aansluiting nodig heeft. Door daar ook nog windenergie aan toe te voegen, kan die elektrolyser ook ’s avonds draaien. “Het is het samenspel van al deze technologieën en het efficiënt inrichten van het netwerk, waarmee we de energietransitie het meest vooruit helpen.”

Rendement

Het rendement van het omzetten van elektriciteit in waterstof is voer voor discussie. Van de zonnestroom die een elektrolyser ingaat, gaat op dit moment (in het gunstigste geval) nog zo’n 25 procent verloren. Maak je daar vervolgens weer elektriciteit van, dan verlies je wederom 25 procent. Doet dat niet te veel pijn voor een bedrijf in zonne-energie? “Op dit moment is het rendement van waterstofconversie absoluut te laag”, beaamt Weeda. “Maar in de pilotfase waarin we nu zitten is dit geen probleem. Bovendien gaat de prijs van duurzame energie significant omlaag naarmate er meer duurzame energie op het net komt. Daarmee daalt ook de waarde van de energie die je kwijtraakt.”

'Over tien jaar is de efficiency geen issue meer'

Hij wijst op de negatieve energieprijzen die we de afgelopen maanden een paar keer hebben gezien. “Dat komt in de toekomst steeds vaker voor. Dus ja, het klopt dat het rendement op dit moment te wensen over laat. Maar als je tien jaar vooruitkijkt, dan is de efficiency geen issue meer.”

Killer applicatie

Waar waterstof geproduceerd wordt, zijn ook afnemers nodig. GroenLeven ziet daar mogelijkheden voor in de mobiliteit. Waterstof kan redelijk eenvoudig lokaal worden opgeslagen in tanks en naar tankstations worden gereden. “Qua infrastructuur en investeringen is dit relatief makkelijk in te passen. Natuurlijk wordt er ook gekeken naar toepassingen in de industrie of de gebouwde omgeving, maar dat is een stuk complexer en duurder. Dat is iets voor in de toekomst.”

Bovendien maakt de industrie al veelvuldig gebruik van waterstof, maar dan gemaakt uit aardgas. “Dat is veel goedkoper dan waterstof maken uit groene stroom met een elektrolyser. We moeten dus een afnemer vinden die bereid is om in eerste instantie een hogere prijs te betalen.” Een killer application zou de markt in beweging kunnen brengen, zoals laptops, televisie's en telefoons dat deden voor lcd-schermen. “Voor groene waterstof zou dat het vrachtverkeer kunnen zijn.”

Lees ook: Honderden waterstoftrucks in de haven van Rotterdam

GroenLeven gaat niet elk zonnepark uitrusten met een elektrolyser. “Efficiënt gebruikmaken van de netkoppeling vertegenwoordigt absoluut een waarde. Maar voor de volumes, die omgaan in de industrie, verwacht ik dat grootschalige centrale elektrolyse noodzakelijk is. Zoals het plan dat Shell, Gasunie en Groningen Seaports hebben met NortH2. In onze pilot staat het oplossen van netcongestie centraal.”

Lees ook: Hoe 's werelds grootste groene waterstofproject de Nederlandse industrie kan verduurzamen

Voorbij het eigen belang

Waterstof is één van de mogelijkheden, die GroenLeven samen met een netbeheerder onderzoekt, om het net te ontlasten. In andere pilots kijkt het bedrijf naar het gedeeltelijk of volledig afschakelen van het park op momenten dat er stroomoverschotten zijn. Dat gebeurt een paar momenten per jaar. “Je hebt dan misschien 5 procent minder energieproductie, maar het maakt het realiseren van een zonnepark niet onmogelijk. Als we vooruit willen komen in de energietransitie, zullen we dat soort stappen moeten nemen.”

Voorbij het eigen belang gaan is daarin essentieel. “Als je de energietransitie wil laten slagen, moet je over je eigen schaduw heen stappen. Je moet elkaars standpunt begrijpen om tot oplossingen te komen. Deze pilots helpen daarbij.”

Lees ook: Het elektriciteitsnet raakt vol. Wat is de oplossing?

Beeld: GroenLeven