14-08-2020 12:35 | Door: Teun Schröder

Europa heeft in het eerste halfjaar van 2020 voor het eerst meer duurzame elektriciteit opgewekt dan fossiele. Dat meldt klimaatdenktank Ember die elk jaar rapporteert over de Europese energievoorziening. Met zonnepanelen, windmolens, waterkracht- en biomassacentrales werd 40 procent van alle stroom opgewekt.

Het aandeel duurzame energie steeg op deze manier met 11 procent ten opzichte van het laatste half jaar van 2019. De groei is met name te danken aan de bouw van nieuwe zonne- en windparken. Ook speelde de winderige en milde weersomstandigheden aan het begin van het jaar een belangrijke rol. Hierdoor braken zonne- en windenergie records met een aandeel van 21 procent van de totale elektriciteitsopwekking in Europa. Landen als Denemarken (64 procent), Ierland (49 procent) en Duitsland (42 procent) presteerden zelfs nog beter.

Minder kool door corona

Daartegenover staat dat 34 procent van de elektriciteit werd opgewekt met fossiele middelen. Dat is een daling van 18 procent in vergelijking met het half jaar daarvoor. Volgens de onderzoekers had dit twee oorzaken: in de eerste plaats steeg het aandeel duurzame energie. Daarnaast zorgde de coronacrisis voor het inzakken van de vraag naar fossiele brandstoffen. Zo zakte de productie op basis van steenkool met 32 procent en de opwekking met bruinkool daalde met 34 procent.

Lees ook: Dit jaar sloten er meer kolencentrales dan er nieuw open gingen

“Deze ontwikkeling markeert een historisch moment in de Europese energietransitie”, aldus Dave Jones, senior analist bij Ember in een persbericht. “Dit is een ongekende vooruitgang als je bedenkt dat er negen jaar geleden nog twee keer zoveel fossiele, in plaats van duurzame stroom, werd opgewekt.”

Offshore wind is booming

Het afgelopen half jaar is op mondiaal niveau überhaupt gigantisch veel geïnvesteerd in offshore windparken. In totaal werd er voor een bedrag van bijna 30 miljard euro in deze duurzame energiebron gepompt, een stijging van 319 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit maakt het één van de snelst groeiende industrieën in de wereld.

Lees ook: Zonneparken en windparken aansluiten wordt makkelijker

Technologische innovaties

Met de groei van technologische kennis worden de windturbines ook steeds groter. Een kleine twintig jaar geleden werden windmolens met een vermogen van 3 megawatt nog als reuzen gezien. Vandaag de dag worden er echter molens ontwikkeld met een vermogen van 15 tot 20 megawatt. Deze stalen giganten worden 150 meter hoog en hebben wieken met een lengte van 120 meter, langer dan twee voetbalvelden.

Grotere molens, lagere kosten

Met de fysieke groeispurt van de molens, zijn de kosten van duurzame elektriciteit juist afgenomen. Niet alleen kunnen windparken nu concurreren met fossiele brandstoffen, maar op het moment is het ook veel goedkoper dan bijvoorbeeld nucleaire energie.

18 keer zoveel stroom als nodig

Het Internationale Energie Agentschap (IEA) zei al in 2019 dat de Europese Unie, de Verenigde Staten, Japan, India en China in potentie genoeg offshore windenergie kunnen genereren om aan de nationale energievraag te voldoen.

In een rapport van het IEA stond destijds: “De huidige offshore windmarkt komt niet eens in de buurt van het benutten van zijn volledige potentie. Met alle hoogwaardige middelen die vandaag de dag beschikbaar zijn in de meeste grote markten kan offshore wind in potentie meer dan 420.000 terawatt per jaar generen. Dat is meer dan achttien keer de wereldwijde vraag naar elektriciteit.”

Lees ook: Tennet versnelt investeringen om wind op zee aan land te krijgen

Bron: Ember, Eco-business | Beeld: Adobe Stock