12-12-2017 09:30 | Door: Rianne Lachmeijer

Het Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) heeft een meetmethode ontwikkeld waarmee de CO2-impact van beleggingen en financieringen zichtbaar wordt. Leden van het platform en andere financiële instellingen kunnen deze methodiek gebruiken om hun CO2-voetafdruk te verlagen. PCAF heeft de methodiek beschreven in een openbaar eindrapport. 

Banken, verzekeraars, pensioenfondsen en andere financiële instellingen dragen indirect bij aan klimaatverandering. Dit komt doordat zij bijvoorbeeld leningen verstrekken aan bedrijven die veel broeikasgassen uitstoten, zoals bedrijven in de chemische industrie of transportsector. 

Tegelijkertijd kunnen financiële instellingen een rol spelen in de transitie naar hernieuwbare energie door bedrijven die hierop inzetten financieel te ondersteunen. Dit soort investeringen dragen bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. "Financiële instellingen hebben met hun beleggingen en financieringen grote invloed op het klimaat", zegt Piet Sprengers van ASN Bank, voorzitter van het platform. 

"Met de methodiek die de PCAF-leden gezamenlijk hebben ontwikkeld kunnen we die invloed meten. Daarmee heb je een sturingsmechanisme, zodat financiële instellingen keuzes kunnen maken om de CO2-uitstoot die ze veroorzaken te verminderen." 

Samenwerking 

Twee van die financiële instellingen zijn de grootbanken Volksbank en ABN AMRO. Grootbanken ING en Rabobank zitten in de klankbordgroep, maar maken geen onderdeel uit van PCAF. "Wij vinden het van groot belang om binnen de sector samen te werken. Zeker op een thema als klimaat", zegt Tjeerd Krumpelman, hoofd business advisory, reporting & stakeholder management bij ABN AMRO.  

"In de PCAF-werkgroep hebben wij vooral het perspectief vanuit de grootbank ingebracht. De focus voor ons lag met name op vastgoed, daar hebben wij dan ook de kar getrokken. In lijn ook met onze eigen ambitie om al het vastgoed van onszelf en van onze klanten in 2030 op een gemiddeld A-label te hebben. Uiteraard hebben wij ook een belang bij de methodieken voor andere onderdelen van onze balans en bijgedragen om daar tot een goede methode te komen." 

Openbare methodiek 

Het rapport is open source en voor iedereen beschikbaar, zodat andere financiële instellingen ook hun CO2-impact kunnen meten. Sprengers: "Hoe meer financiële instellingen met ons mee doen hoe beter. Uiteindelijk gaat het erom dat we onze invloed als financier en belegger gebruiken om eraan bij te dragen dat de temperatuurstijging binnen veilige marges blijft." 

"Hoe meer financiële instellingen met ons mee doen hoe beter"

Met behulp van de meetmethode die PCAF heeft ontwikkeld, kunnen financiële instellingen beleid formuleren om hun CO2-voetafdruk te verlagen. Bijvoorbeeld door CO2-afdruk mee te wegen in investeringsbeslissingen of de dialoog aan te gaan over de CO2-afdruk van ondernemingen waarin ze beleggen of die ze financieren. 

Het rapport bevat methodieken om CO2-impact te berekenen voor beursgenoteerde aandelen, projectfinancieringen, staatsobligaties, hypotheken, bedrijfsfinancieringen en onroerend goed. 

De meetmethode is gebaseerd op meetmethoden van het internationale protocol van het World Resources Institute (WRI) en het World Business Council on Sustainable Development (WBCSD). Deze methoden vormen de internationale standaard voor het meten van uitstoot van broeikasgassen. 

Andere aanpak 

Volgens Jeroen Loots, senior advisor climate & biodiversity van ASN Bank, verschilt de aanpak van PCAF met die van de Task Force Climate Related Risks en de Financial Stability Board. Deze partijen denken vanuit de impact van fysieke en transitierisico’s van klimaatverandering op de financiële sector, terwijl PCAF kijkt naar de impact van de financiële sector op klimaatverandering

Sprengers vult aan: "Het uitgangspunt van PCAF is heel duidelijk: de impact van de financiële sector op het klimaat verkleinen om uiteindelijk eraan bij te dragen dat de wereldwijde temperatuurstijging binnen veilige marges blijft. De methodologie staat ten alle tijden in dienst van dat doel." 

"Het doel: de impact van de financiële sector op het klimaat verkleinen, zodat de wereldwijde temperatuurstijging binnen veilige marges blijft"

Loots vindt het fijn dat ASN Bank samen met andere financiële instellingen verenigd is in PCAF. “Als wij dit als enige bank blijven doen dan levert ons dat misschien wel geld op, maar als de wereld langzaam naar de gallemiezen gaat, hebben we daar niets aan”, zei hij eerder in een interview.

Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) 

PCAF is een van de eerste initiatieven waarin financiële instellingen samenwerken aan vermindering van CO2-uitstoot. Volgens Sprengers is deze samenwerking misschien wel bijzonderder dan de methode zelf. Het feit dat de twaalf financiële instellingen een uniforme methode hebben ontwikkeld waar zij het allemaal over eens zijn en die toepasbaar is op vrijwel alle financieringsvormen. 

PCAF bestaat uit de volgende Nederlandse financiële instellingen: ABN AMRO, Actiam, APG, ASN Bank, FMO, MN Services, PGGM, Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), Stichting Pensioenfonds van de Metalektro (PME), Triodos Bank en Volksbank. 

Tijdens de klimaatconferentie van Parijs beloofden deze partijen in de Dutch Carbon Pledge dat zij zich samen in zouden zetten voor het klimaat. In 2017 sloot verzekeraar Achmea Investment Management zich aan bij PCAF. Twee jaar na deze belofte overhandigen ze het eindrapport aan Marcel Beukeboom, de Nederlandse vertegenwoordiger tijdens de klimaattop in Parijs. 

Optimalisering en internationalisering 

"Een uniforme meetmethode om CO2 goed in beeld te hebben voor de financiële sector was er nog niet en dat hebben we nu wel met elkaar neergezet. Daar is iedereen trots op. Echter, we zijn er nog niet. Er is nog veel werk aan de winkel om alles te implementeren, verder te ontwikkelen en breder gedragen te krijgen. Ook internationaal", zegt Krumpelman. 

"Er is nog veel werk aan de winkel"

PCAF blijft nog twee jaar bestaan om kennis uit te wisselen en elkaar te stimuleren. Ook wordt nog verder gewerkt aan de methodiek. "We blijven werken aan het verbeteren van de datakwaliteit, vooral van hypotheken", zegt Sprengers.  

"Energielabels zijn te grove data om echt goed te bepalen hoe we huiseigenaren verder kunnen helpen met energiebesparing. We zijn in gesprek met de overheid om daar betere data voor te krijgen, zodat we gedetailleerder weten wat we kunnen doen." 

Afbeelding: Shutterstock.com