12-12-2018 12:44 | Door: Bas Joosse

Hoe wordt de energietransitie betaalbaar? Die vraag wordt vaker gesteld. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is het niet voldoende om bij die vraag alleen te kijken naar de energierekening voor huishoudens. Ruim een half miljoen huishoudens had in 2014-2015 moeite om de energierekening te betalen. 

In 2014 en 2015 waren een half miljoen Nederlandse huishoudens kwetsbaar voor betalingsproblemen door een hoge energierekening. In Europa wordt deze situatie ‘energiearmoede’ genoemd, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hanteert  ‘betaalbaarheid van de energierekening’ als term.

Download het rapport

Het PBL concludeert dat alleen de energierekening niet voldoende beeld geeft van de betaalbaarheid. Daarom heeft het planbureau twee nieuwe rekenmethodes ontwikkeld, die gezamenlijk een beeld geven van hoe betaalbaar de energietransitie is voor huishoudens.

Betaalbaarheidsfactoren

Of de energierekening betaalbaar is, hangt volgens het PBL af van twee factoren: de uitgaven aan energie en het besteedbaar inkomen en de andere noodzakelijke uitgaven. Deze twee factoren worden omschreven als de energiequote en het betaalrisico. De energiequote is hoeveel geld er uitgegeven wordt aan energie, van een betaalrisico is sprake als er aan het einde van de maand te weinig geld over is om ook in het minimale levensonderhoud te voorzien.

Lees ook: Drenthe’s ‘Wijk van de toekomst’ is duurzaam en betaalbaar

Betaalrisico

Ruim 528.000 huishoudens in Nederland hadden in 2014-2015 een ‘betaalrisico’, stelt het PBL. Ongeveer de helft van deze groep (269.000 huishoudens) gaf relatief veel geld uit aan de energierekening; de andere helft heeft relatief hoge woonlasten. In de eerste groep zijn veel huurders vertegenwoordigd. Volgens het PBL gaat het om ongeveer 214.000 huurhuizen waarbij een hoge energiequote tot een betaalrisico leidt.

Betaalbaar wonen

Voor beleidsmakers ligt er een rol in de energietransitie, stelt het planbureau. Er moet aandacht komen voor het betaalbaar houden van wonen, waarbij ook de energierekening wordt meegenomen. De energielasten in de sociale huursector verschuiven bijvoorbeeld naar woonlasten, omdat woningcorporaties na verduurzaming een hogere huur mogen rekenen. De energiequote stijgt dan niet, maar het betaalrisico gaat wel omhoog.

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving | Afbeelding: Adobe Stock