18-02-2019 11:33 | Door: Rianne Lachmeijer

Voor een succesvolle duurzame transitie moet iedereen aan de bak: van de consument tot het bedrijfsleven. Met haar wereldwijde missie als fundament kan Rabobank daarin een belangrijke rol spelen, stelt groepsdirectielid Jan van Nieuwenhuizen: “Uiteindelijk is er ook geld voor nodig.”

De Rabobankmissie verliest men niet makkelijk uit het oog. Hoog op de gevel van de kenmerkende toren van het hoofdkantoor in Utrecht prijkt de boodschap: Growing a Better World Together. Deze eind 2017 gepresenteerde missie leverde de bank naast lof ook kritiek op.

“Klanten in de voedselketen omarmen het enorm”, vertelt Jan van Nieuwenhuizen. Deze bedrijven sluiten zich graag aan bij de missie van de bank. “Er zijn ook mensen die zeggen: Is dat niet veel te ambitieus? Beloven jullie dingen die je niet kunt waarmaken?” Van Nieuwenhuizen beaamt dat de missie een hoog ambitieniveau heeft: “Maar het is ook een weg die we moeten ingaan.” Die weg slaat de bank overigens niet in haar eentje in, maar samen met klanten en sectorgerelateerde partijen.

De bank is wereldwijd één van de grootste financiers van de agrifoodsector. In totaal gaat het om € 97,8 mrd aan financieringen. Van zadenproducent tot voedseltransporteur: noem een type bedrijf dat een stap representeert in de voedselketen en de kans is groot dat Rabobank het financiert. Als belangrijke financier met brede kennis van en netwerk in de sector ziet Rabobank een rol voor zichzelf weggelegd bij de verduurzaming van de wereldwijde agrifoodsector.  duurzame transitie, rabobank, Jan van Nieuwenhuizen, credits Edwin Walvisch

Meer dan alleen agrifood

Als grote hypotheekfinancier en met klanten in alle sectoren, geldt Rabobank binnen Nederland daarentegen als universele bank. Daarom zet de bank internationaal en nationaal andere duurzame accenten. Binnen Nederland staat bijvoorbeeld ook de energietransitie op de agenda. “Hoe gaan we daar als Nederland, maar ook als bedrijfsleven mee om?”

Het voedselvraagstuk heeft zowel internationaal als nationaal de aandacht. “Als we voedsel blijven produceren zoals we nu doen, kunnen we de mensen op den duur niet meer voeden. The numbers don’t add up: de wereld kan het niet aan. Dus we moeten voedsel duurzamer produceren. Het moet efficiënter, met minder verspilling.”

Het derde thema is circulariteit. Dit thema is overkoepelend, omdat een groot deel van de oplossingen voor de eerste twee thema’s circulair zullen zijn.

Lees ook: Rabobank: "Wij willen de huisbankier van de energietransitie in Nederland zijn"

Hoe zet Rabobank in op duurzaamheid?

“Ten eerste gaat het om engagement met de klant. Samen met de klant kijken we wat de uitdagingen zijn en hoe we de keten met elkaar kunnen verbeteren. Daar maken we dan afspraken over. En we zijn ook bereid de verschillende stappen die een klant zet om duurzamer te worden, te financieren. Daar ‘challengen’ we de klant ook mee. Boeken we voldoende voortgang samen? Bij voldoende voortgang gaan we door, maar als een klant afhaakt of niet levert dan hebben we een ander gesprek. Dan zeggen we: of je verbetert of we stoppen ermee.

Ik denk dat die agenda wel iets is waar wij als Rabobank bijzonder in zijn. Wij zeggen niet zwart-wit: we doen alleen dingen die 100 procent duurzaam zijn en stoppen met de rest. Wij zien onze rol in het steunen van verbetering, bijvoorbeeld door de transitie van een bedrijf te steunen dat nu 50 procent duurzaam is.

Als we op dag een zouden zeggen: ‘Jij bent maar 50 procent duurzaam, wij financieren je niet’, dan is dat bedrijf vijf jaar later misschien nog steeds maar 50 procent duurzaam. In plaats daarvan maken wij afspraken voor vijf jaar waardoor het bedrijf bijvoorbeeld na vijf jaar 80 procent duurzaam is. Dan hebben we het bedrijf in ieder geval 30 procent beter gemaakt. We denken daarmee uiteindelijk meer impact op de wereld te hebben.”

Wat levert dit op voor Rabobank?

“Dat we onze klanten goed kunnen bedienen en zaken met ze doen. Heel praktisch: als wij met een goede oplossing komen, zullen ze met ons zakendoen en niet met een andere bank. Nog belangrijker misschien is dat het past in de normen en waarden die wij als organisatie hebben.

‘Ik denk dat we door onze missie echt een aantal dingen beter aanpakken.’

Het is ook een mooie toets, want we kunnen in gesprek met onze klanten vragen: helpt dit in onze missie? Ik denk dat we daardoor echt een aantal dingen beter aanpakken.

Ook voor de medewerkers zetten we een kompas neer. Het motiveert. Als werknemer wil je weten waar jouw bedrijf voor staat. Dat is nu een stuk belangrijker dan een aantal jaar geleden: what’s the purpose, waarom ben ik hier, waarom ga ik elke dag naar kantoor?”

Wat is nodig voor een succesvolle transitie naar een duurzame samenleving?

“Het is een samenspel tussen de politiek, het bedrijfsleven, ngo’s, consumenten en de financiële sector. Hoe zorgen we dat iedereen zijn steentje wil en kan bijdragen? Dat het geen hot potato wordt, maar dat we de uitdagingen samen oppakken. Ik denk dat de eerste stap het creëren van awareness bij alle spelers is. We moeten allemaal, bedrijven en consumenten, investeren in verduurzaming.

Ik denk persoonlijk dat veel consumenten zich nog niet realiseren dat zij daar een rol in moeten spelen. Het begint met minder weggooien, maar het gaat ook om accepteren dat bepaalde producten op de korte termijn duurder zullen worden.

Als die awareness is gecreëerd, dan moeten we kijken wat de echt duurzame oplossingen zijn en wat de hypes. Hoe maken we naar de stand van vandaag de juiste, weloverwogen keuzes? Daar proberen wij met onze kennis een rol in te spelen. De juiste, duurzame keuze maken, vind ik zelf de grootste uitdaging. Als klein jongetje ging heel Nederland gas gebruiken. Dat was de grote doorbraak: weg met de olietank in de tuin, iedereen gas gebruiken want dat was veilig, gezond, goedkoop en duurzaam. Niet eens binnen een generatie kijken we daar anders naar.”

In hoeverre spelen jullie in op die onzekerheid?

“We proberen met de kennis die we over die hele keten hebben de juiste keuzes te maken, maar er zullen vast ook een aantal ideeën tussen zitten waarvan we over twintig of dertig jaar zeggen dat het een minder goed idee was. We kunnen best weleens een fout maken, dat een trend niet is zoals we dachten. Dan moeten we daar misschien iets op afboeken. Dat vind ik niet erg als we weloverwogen dachten dat het echt zou helpen in de missie. Om verandering gedaan te krijgen moeten we af en toe wat risico nemen. Als je niet af en toe springt dan gebeurt er niks.”

Heeft u een voorbeeld van een duurzame financiering die al succes heeft opgeleverd?

“De financiering van hernieuwbare energie. Zelfs de Nederlandse windparken die nu gefinancierd worden hebben al bijna geen subsidie meer nodig. Als windparken bijna geen subsidie meer nodig hebben en vanzelf winstgevend zijn, zijn er een stuk meer banken die willen financieren. Ik denk dat wij daar vijf tot tien jaar geleden wel een uitzondering in waren. Het was toen heel makkelijk geweest om te zeggen: wij doen het ook niet, maar wij geloven echt in die ontwikkeling en vandaag zijn wij de grootste financier van windenergie in Nederland en een top-10 speler in de wereld.

'De echte financiële firepower moet van het bedrijfsleven in combinatie met financiële spelers komen.'

Als coöperatieve bank kunnen we ook een wat langeretermijnvisie op het rendement nemen. We hoeven niet elk kwartaal aan aandeelhouders te vertellen hoeveel geld we hebben verdiend, dus dat geeft ons de ruimte om een aantal van die grotere thema’s structureler aan te pakken.

De consument kan een stukje doen door minder weg te gooien, zuiniger te zijn en meer te betalen. Maar de echte financiële firepower om die verandering te brengen moet van het bedrijfsleven in combinatie met de banken en de andere financiële spelers komen.”

Lees verder: Waarom voedselverpakkingen onmisbaar zijn

Hoofdafbeelding: Rabobank | Portretfoto: Rabobank door Edwin Walvisch