28-02-2019 09:02 | Door: Rianne Lachmeijer

De invloed van de financiële sector is groot. Van kleine bedrijven tot grote landen; de sector zit overal aan tafel. Een ultieme uitgangspositie voor een positieve klimaatlobby. Voor Jane Ambachtsheer, hoofd duurzaamheid bij BNP Paribas AM, is het onbetwist: institutionele beleggers kunnen én moeten bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie. 

Tijdens een bezoek aan Nederland is de agenda van Jane Ambachtsheer van ’s ochtends tot ’s avonds volgepland: iedereen wil haar spreken. Toch blijft het kersverse hoofd duurzaamheid bij BNP Paribas Asset Management (BNP Paribas AM) attent. Met een beker van een bekend koffiemerk in de hand komt zij verontschuldigend de kamer binnen. Ze is iets later, of eigenlijk extra vroeg, voor haar volgende gesprek. Dit interview is nog gauw haar agenda ingeschoven.

De financiële sector: groot lobbyist 

Sinds september 2018 is Jane Ambachtsheer hoofd duurzaamheid bij BNP Paribas AM. Met meer dan twintig jaar ervaring is zij geen vreemde in de financiële sector. Een sector die volgens haar veel invloed heeft: “De financiële sector is de grootste lobbyist ter wereld.” Ondanks de mooie ambities die individuele financiële instellingen uitspreken, tonen cijfers van de ngo InfluenceMap dat de sector in totaal vooral veel geld steekt in klimaatonvriendelijke lobby. De verhouding komt uit op 1.000 euro in klimaatonvriendelijke tegenover 1 euro in klimaatvriendelijke lobby. duurzaamheid, financiële sector

Ambachtsheer noemt die cijfers, maar ze blijft positief. Liever een halfvol glas dan een glas dat halfleeg is: “Ik ben een optimist.” Zij noemt de veranderingen van de afgelopen vijf jaar significant. Vijf jaar geleden moesten investeerders uitleggen waarom zij duurzaam investeerden, nu moeten zij uitleggen waarom ze dat niet doen. “Er is sprake van een fundamentele verandering.”

Ambachtsheer kan het weten, want zij staat al jarenlang aan de duurzame financiële frontlinie met haar werk voor het Carbon Disclosure Project (CDP) en de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD). Organisaties die zich inzetten voor rapportage over CO2-uitstoot door bedrijven. Duurzame beleggers kunnen deze informatie vervolgens gebruiken om te kiezen voor bedrijven die het klimaat zo min mogelijk schaden, of zelfs een handje helpen. Ook kan een financiële instelling als aandeelhouder stemmen op een aandeelhoudersvergadering of persoonlijk in gesprek gaan met een bedrijf. Dit wordt aangeduid met het Engelse woord engagement.  

Lees ook: Klimaatakkoord: de financiële sector wil wél

Verwarring en onenigheid 

Wat gemeten wordt, wordt gemanaged. Dat is het credo. In hoeverre klopt dat? Ambachtsheer herinnert zich een gesprek dat zij een half jaar na de lancering van de TCFD-aanbevelingen voerde. Na een paneldiscussie in New York kwam er iemand naar haar toe met de woorden: “Jane jij trekt nu vast de haren uit jouw hoofd, dat moet wel.”  

Tijdens de discussie bleek dat er geen overeenstemming was over hoe bedrijven en investeerders een bijdrage kunnen leveren aan het beperken van de temperatuurstijging tot 2 graden. In plaats van een gedeelde visie en aanpak, heerste er vooral verwarring en onenigheid. “Dat is juist het punt”, reageerde Ambachtsheer. Voorheen sprak haast niemand over de impact op de wereldwijde temperatuurstijging, maar nu staat het op de agenda. “Mensen proberen uit te vissen hoe het te meten, te beheren en erover te rapporteren. En dat was het doel.” 

Investeren met impact 

In haar werkzaamheden bij BNP Paribas AM kan zij het framework waar zij aan bijdroeg bij TCFD in de praktijk toepassen. “Ik sta nu dichterbij de daadwerkelijke investeringsbeslissingen.” Beslissingen die impact hebben, want de vermogenstak van de Franse bank heeft per eind 2018 circa 500 miljard euro onder (advies)beheer. Ter vergelijking: dat komt overeen met 65 procent van het totale inkomen dat wij binnen onze landsgrenzen in 2018 verdienden, het Bruto Binnenlands Product (BBP). 

Lees ook: BNP Paribas stapt uit schaliewinning, teerzandwinning en winning rond de noordpool

Klimaatvriendelijk beleggen 

De halverwege februari gelanceerde Global Sustainability Strategy moet helderheid scheppen binnen BNP Paribas AM: “Om glashelder te zijn over wat we doen en waarom.” Daaraan gekoppeld is een trainingsprogramma voor alle medewerkers. Die strategie moet BNP Paribas AM helpen om het portfolio in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. Dat betekent dat alle beleggingen en investeringen bij elkaar bijdragen aan een temperatuurstijging van maximaal 2 graden. Dat doet de bank bijvoorbeeld met behulp van informatie van het International Energy Agency (IEA). 

'We focussen op het beschikbaar maken van informatie'

“Het komt terug bij jouw vraag of wat gemeten, gemanaged wordt. Vandaag de dag weten portfoliomanagers niet altijd alle informatie over de bedrijven waarin zij een belang hebben of waarin zij willen investeren te vinden. Dus wij besteden extra veel aandacht aan het beschikbaar maken van dit soort informatie, zodat een stevigere discussie mogelijk wordt.” 

Dat die discussie voeren noodzakelijk is, staat voor haar buiten kijf: institutionele beleggers kunnen én moeten helpen om een duurzame economie tot stand te brengen. Langetermijnwaardecreatie is in het belang van langetermijninvesteerders zoals BNP Paribas AM, omdat het bedrijf immers op zowel de korte als de lange termijn wil uitkeren aan haar klanten die hun vermogen aan het bedrijf hebben toevertrouwd. 

Lees ook: Waarom een bank zich druk maakt om mensenrechten

Invloed uitoefenen 

Jane Ambachtsheer benadrukt dat er al veel bewijs is dat geen rekening houden met klimaatverandering een nadelig effect heeft op financiële prestaties op de lange termijn. “Dus waarom zouden we als instantie die de mogelijkheid heeft om positieve invloed uit te oefenen, op zowel bedrijven als wetgevers, die kans niet benutten?” 

Met deze houding valt te verwachten dat zij positief is over de huidige ontwikkelingen binnen de Europese Unie. Zo komt er een Europees classificatiesysteem dat duurzaamheid definieert. Deze taxonomie kan vervolgens worden gebruikt om duurzaamheidskeurmerken te ontwikkelen voor de beoordeling van bijvoorbeeld beleggingen, projecten en activiteiten. 

“Het is ambitieus”, zegt Ambachtsheer op een toon die zowel positief als negatief kan worden uitgelegd. De meeste investeerders investeren wereldwijd, legt zij uit. Structurele veranderingen in de Europese markt die geen wereldwijde navolging krijgen, zijn in dat geval niet praktisch. 

Ontwikkeling van bestaande hulpmiddelen 

“We moeten ons niet alleen richten op het creëren van nieuwe taxonomie, maar ons richten op het ontwikkelen van onze bestaande hulpmiddelen.” Wat zij bijvoorbeeld graag zou zien is dat grote indexproviders zoals MSCI en S&P hun classificatiesystemen aanpassen. Zo bevat de sector energie van het Global Industry Classification System (GISS) geen hernieuwbare energie. Bedrijven actief op dat vlak, vallen niet binnen de sector energie. Daarmee ontstaat een vertekend beeld. 

'Aandeelhoudersresoluties over klimaatverandering zijn het snelst groeiende type resoluties'

Als dat bijvoorbeeld wordt rechtgezet, wordt het voor investeerders veel gemakkelijker om de impact van hun energie-investeringen op het klimaat in te zien en daar vervolgens naar te handelen. “Uiteindelijk wil je dat iedereen de mogelijkheid heeft om te zien hoe de transitie naar een CO2-arme economie zich ontwikkelt vanuit een energie-investeringsperspectief.” 

Het toont aan dat er nog ruimte is voor verbetering. Ambachtsheer zal zich daar vanuit haar rol als hoofd duurzaamheid bij BNP Paribas AM, maar ook vanuit organisaties zoals het CDP en de TCFD, voor blijven inzetten. “De duurzame economie ondersteunen, dat is heel belangrijk voor mij.”

Meer lezen over duurzame ontwikkelingen in de financiële sector? Bekijk onze themapagina.

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeelding: BNP Paribas