04-04-2019 07:53 | Door: Rianne Lachmeijer

De financiële sector kan een rol spelen als aanjager van duurzaamheid. Dat stellen hoogleraar Dirk Schoenmaker en Willem Schramadesenior portfoliomanager bij NN Investment Partners. “Er is al veel meer bewijs dan men denkt.” 

In het boek Principles of Sustainable Finance presenteren Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking en Finance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit, en Willem Schramade, senior portfoliomanager impact investing bij NN Investment Partners, een overzicht van duurzame ontwikkelingen binnen de financiële sector. Het doel? Een gedragsverandering te weeg brengen.  

Financiële sector: aanjager van duurzaamheid in plaats van obstakel 

Schoenmaker en Schramade stellen dat de financiële sector in plaats van een obstakel in de transitie naar een duurzame economie, juist de rol van aanjager kan spelen. De kernboodschap van het boek is dat het noodzakelijk is om een omslag in het denken te maken van maximalisatie van winst naar de berekening van de integrale waarde.   

Schoenmaker legt de methode om de integrale waarde te berekenen als volgt uit: “De financiële kant, de sociale kant en de omgevingskant of environmental kant integreren. Dus niet slechts optellen, maar dat je ze alle drie meeneemt, ingewikkelder is het niet. Als je dat doet dan heb je eigenlijk het concept van het boek te pakken.”  

“De rekensom, dat is niet het probleem”, concludeert hij. Waarom deze methode nog niet grootschalig wordt toegepast, vertelt Schramade: “De belangrijkste barrière is vastgeroest denken. Alles in financiële termen uitdrukken is heel makkelijk, dus dat blijf je doen.” 

Theorie naar praktijk 

“In theorie is het allemaal best eenvoudig, maar in de praktijk loop je tegen gedragsuitdagingen aan”, zegt Schramade. Dit gedrag is niet alleen onhandig, maar kan zelfs schadelijk zijn. Zo ziet hij het efficiënte marktdenken als een risico: “We zitten allemaal de verkeerde boxen af te vinken."  

Hij wijst erop dat bijvoorbeeld bij vermogensbeheer vooral naar financieel rendement en historische risico’s wordt gekeken, hij pleit ervoor om het breder te trekken naar maatschappelijk rendement en risico’s die in financiële en maatschappelijke zin worden gelopen; niet alleen terugkijkend maar ook vooruitkijkend. Zo verwacht hij dat investeerders en bedrijven in de energiesector die vanuit historisch perspectief weinig risico lopen harde klappen krijgen als er bijvoorbeeld een CO2-prijs komt. 

'We zitten allemaal de verkeerde boxen af te vinken'

Zodra een werknemer van een bedrijf of financiële instelling zich bewust wordt van de noodzaak van een bredere benadering is de vervolgstap om hiernaar te gaan handelen. Schramade benadrukt dat ieder individu een bijdrage kan leveren.  

“Iedereen die in de financiële sector werkt, kan zichzelf de vraag stellen: Hoe waardevol zijn de producten die ik maak, verkoop, of waar ik bij betrokken ben en hoe kunnen we dat verbeteren?” Voor het management gaat dezelfde vraag op. Als de toegevoegde waarde van het bedrijf is vastgesteld, zijn de volgende stappen het stellen van concrete doelen en hierover rapporteren. 

Standaarden nog zinloos 

De beste manier om de sociale en milieufactoren in kaart te brengen, zullen bedrijven en financiële instellingen volgens Schramade zelf moeten uitvinden. Standaarden zorgen voor een keurslijf en daarbij ontstaat het risico dat het weer boxen afvinken wordt.  

Het begint bij bedrijven en financiële instellingen die zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat organisaties dan op verschillende manieren gaan meten, maakt volgens Schramade niet uit. “Dat is iets dat zich moet uit gaan kristalliseren.” Eerst gaat het erom dat er data beschikbaar komt, vervolgens zullen er vergelijkingen en lijstjes ontstaan. 

Schoenmaker benadrukt dat de impact van de financiële sector vooral ligt in de bedrijven die zij financieren. “Het gaat natuurlijk om het bedrijfsleven dat door de financiële sector wordt gefinancierd. Dus het gaat echt om hoe bedrijven het doen en dan hoe de financiële sector in plaats van volgen juist kan gaan sturen.” 

Lees ook: Waarom beleggers kunnen én moeten bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie

Het voordeel van een integrale benadering 

Als bedrijf wachten tot concurrenten het wiel hebben uitgevonden, raadt Schramade af. Kopiëren is namelijk niet zo makkelijk als het lijkt, stelt hij. Het kost bijvoorbeeld veel tijd om aan de mensen en de systemen te komen. Bovendien is informatie naar de buitenwereld presenteren niet het enige doel. “Het doel is eigenlijk vooral intern: om gewoon betere besluiten te kunnen nemen.”  

'Idealisme alleen is niet genoeg'

“Als je die informatie hebt dan kun je erop sturen. Dan kun je betere waarden leveren, nieuwe verdienmodellen ontdekken en je kunt veel waardevoller zijn voor je klant”, zegt Schramade. Daarom ziet hij ook vanuit bedrijfseconomisch oogpunt voordelen van voorop lopen. “Als je achteraan gaat hobbelen dan kan dat weleens veel kostbaarder blijken.” 

De kern van het verhaal blijft: relevante sociale factoren, omgevingsfactoren en financiële factoren meewegen. “Idealisme alleen is niet genoeg, net als winstgevendheid alleen ook niet genoeg is. Je moet het echt met elkaar verbinden, het geïntegreerd bekijken.” 

Lees meer over duurzaamheid in de financiële sector op onze themapagina.

Hoofdafbeelding: Adobe Stock