16-10-2019 10:55 | Door: Rianne Lachmeijer

Twaalf financiële instellingen zetten zich via het Platform Living Wage Financials (PLWF) in om grote kledingmerken in beweging te krijgen om een leefbaar loon te realiseren. ASN Bank is één van hen. “Wij houden progressie in de gaten en zijn een bank die het niet erg vindt om daar actie op te ondernemen.”

In april 2013 stortte de Bengalese kledingfabriek Rana Plaza in. Meer dan duizend mensen kwamen daarbij om het leven. In één klap waren de erbarmelijke omstandigheden van werknemers, die voor tien tot vijfentwintig cent per uur kleding maken, voorpaginanieuws. Irina van der Sluijs, mensenrechtendeskundige bij ASN Bank, maakt zich al jaren druk om deze “stille ramp”, waarbij werkende mensen in de kledingindustrie in armoede leven omdat hun loon te laag is om uit de zogenoemde armoedespiraal te komen. Een leefbaar loon is een universeel mensenrecht, zegt Van der Sluijs. Die visie is in lijn met die van ASN Bank, daarom zet de bank zich daarvoor in.

“Het is nog steeds zo dat als ik op een verjaardag sta en zeg wat ik doe, negen van de tien mensen zeggen: Lage lonen? Dat wordt vanzelf wel beter.” Dat klopt over het algemeen niet, weet Van der Sluijs. Het is dan ook de reden waarom zij het onderwerp steeds zwaarder aanzet. “Het huidige verdienmodel van heel veel kledingbedrijven is gewoon niet duurzaam”, stelt zij. “Als jij structureel menselijk kapitaal uitbuit, dan ben je niet duurzaam voor de langere termijn.”

Lees ook: 'Sociale duurzaamheid zou een no-brainer moeten zijn'

Rol voor consument, Europese Unie én de bank

De consument kan een rol spelen bij het verbeteren van lonen. Net als de Europese Unie. “We houden in de Europese Unie bijvoorbeeld producten tegen die slecht zijn voor onze voedselveiligheid of voor onze kinderen om mee te spelen, maar we laten gewoon producten toe op onze markt die met onleefbare lonen zijn gemaakt. Ik vind dat nog steeds een gek idee. Volgens mij is dat een weeffout die we moeten rechtzetten.”  

Van der Sluijs kijkt niet alleen naar anderen voor het oplossen van het probleem. ASN Bank formuleerde namelijk in 2016 als eerste financiële instelling een langetermijndoel op leefbaar loon, als concrete doelstelling binnen het thema mensenrechten: In 2030 heeft de kledingsector, specifiek de bedrijven waarin ASN Bank investeert, alle benodigde processen geïmplementeerd om een leefbaar loon voor werknemers in de keten mogelijk te maken. Naast klimaat en biodiversiteit is het thema één van de drie pijlers van het duurzaamheidsbeleid van de bank.

Om te meten hoe ver kledingbedrijven zijn met het invoeren van een leefbaar loon, ontwikkelde ASN Bank in samenwerking met de Erasmus Universiteit een methodiek. Sinds 2018 is die methode aangepast op basis van de Guiding Principles on Business and Human Rights van de Verenigde Naties en het bijbehorende Reporting Framework. Het internationale accountantsbureau Mazars, dat een bijdrage leverde aan het Reporting Framework, geeft een onafhankelijke waarborg op de meting.

Leefbaar loon

Leefbaar loon is het geldbedrag dat nodig is om in de basisbehoeften te voorzien en ligt vaak hoger dan het minimumloon in productielanden. Het idee is door werknemers een leefbaar loon te betalen, excessief overwerk afneemt en kinderen bijvoorbeeld naar school kunnen in plaats van te moeten werken in de fabriek. Om dit te realiseren, richtte ASN Bank in 2018 samen met Triodos Investment Management en MN het Platform Living Wage Financials (PLWF) op.

“Toen we met zijn drieën de ‘boer opgingen’ om meer collega’s te overtuigen om mee te doen, zagen andere bedrijven dat het niet zomaar een bevlieging was.” Andere financiële instellingen zagen ook de potentie. En vandaag de dag bestaat de investeerderscoalitie uit twaalf partijen met een gezamenlijk vermogen onder beheer van ruim € 2,5 bln. Ter vergelijking, dit is bijna 3,5 keer meer dan het totale inkomen dat Nederland binnen de landsgrenzen verdient: Het Bruto Binnenlands Product (BBP). Door samen te werken, kunnen de partijen een grotere impact maken.

Naast ASN Bank, MN en Triodos Investment Management zijn Achmea Investment Management, a.s.r., ABN AMRO, Amundi, Kempen, NN Investment Partners, ING Bank, Robeco en PGGM bij het platform aangesloten. Begin september won het platform de internationale Principles for Responsible Investments-prijs voor beste initiatief op het gebied van actief aandeelhouderschap.

Invloed uitoefenen

Er zijn verschillende instrumenten die de financiële instellingen kunnen inzetten om invloed uit te oefenen. Zij kunnen bij investeringsbeslissingen bedrijven uitsluiten, waardoor deze bijvoorbeeld moeilijker aan geld komen om te investeren. Een andere aanpak is om via engagement als aandeelhouder in gesprek te gaan met bedrijven en deze op die manier een duurzamere kant op te sturen.

Die laatste aanpak hanteert het PLWF voornamelijk. Gezamenlijk gaan de coalitieleden de dialoog aan met bedrijven in de textielindustrie. Zo voert ASN Bank gesprekken met onder meer: Adidas, Asics, Asos, Esprit, Gildan Activewear, Hanesbrands, H&M, Inditex, KappAhl, Lojas Renner, Marks & Spencer, Puma en V&F Corps. Naast leefbare lonen in de textielsector, richt de coalitie zich ook op de retail- en voedingsmiddelensector. In de eerste sector gaat het nu om supermarkten en in de tweede sector vooral om koffie en cacao.

'Wij, de financiële sector, bepalen niet wat een leefbaar loon in een productieland is'

“Wij, de financiële sector, bepalen niet wat een leefbaar loon in een productieland is”, benadrukt Van der Sluijs. In plaats daarvan vraagt het platform aan een bedrijf of het kan schatten wat een leefbaar loon is in het betreffende productieland. Verschillende gezaghebbende instanties bieden daar inzicht in. Vervolgens willen de investeerders weten hoe groot de kloof is tussen dit leefbare loon en het loon dat het bedrijf betaalt en hoe het bedrijf deze kloof vervolgens gaat dichten.

Aan de hand van de methode die ASN Bank al gebruikte, meet en vergelijkt de coalitie de voortgang van bedrijven. De coalitie verwacht dat bedrijven een aantal stappen zullen ondernemen. De eerste is beleid formuleren, de tweede is de loonkloof onderzoeken, de derde is met sectorgenoten overleggen hoe de loonkloof kan worden aangepakt en de vierde is transparant zijn. Op basis van de voortgang worden bedrijven in vier groepen ingedeeld: van koplopers tot achterblijvers.

Kledingmerken willen wel

“Het was voor bedrijven als H&M, Puma en Adidas gelukkig geen nieuw thema”, merkt Van der Sluijs op. Na de ramp in Bangladesh ontstond er een nieuw momentum om de hele keten onder de loep te nemen. Te lage lonen is echter een probleem waar geen gemakkelijk antwoord op is.

'Het is een heel gevoelig onderwerp dat je niet zomaar top down kunt invoeren'

“De bedrijven waar wij de dialoog mee voeren, dus de grote merken, betalen vaak niet de werknemers in de fabrieken”, licht Van der Sluijs toe. Daarom leidt het simpelweg verhogen van de prijs die grote kledingbedrijven betalen niet regelrecht tot een hoger loon voor de productiemedewerkers. Vanwege de lange toeleveringsketens kan het geld onderweg in iemand anders zak belanden. Daarnaast zijn ketenpartijen vaak zelf verantwoordelijk voor de fabriekskeuze. Dit gebrek aan transparantie maakt controle lastig.

Ook ziet Van der Sluijs dat de sector pittige tijden doormaakt, met veel concurrentie. Zij hoopt daarom dat de duurzame ambities overeind blijven. Tot slot benadrukt zij dat leefbare lonen politiek gevoelig liggen. “Het is een heel gevoelig onderwerp dat je niet zomaar top down kunt invoeren, want je wilt een productieland niet tegen het hoofd stoten.” Zij vrezen bijvoorbeeld dat extra eisen ertoe kunnen leiden dat kledingfabrieken verhuizen naar landen met minder regelgeving.

Waarom de financiële sector actie onderneemt

Met het nastreven van leefbare lonen begeeft de financiële sector zich op overheidsterrein. Het gaat immers om de minimumlonen die overheden van productielanden instellen. Toch is het niet vreemd dat de financiële instellingen zich dit onderwerp aantrekken, stelt Van der Sluijs. Vanuit de Verenigde Naties worden financiële instellingen namelijk aangesproken op ‘due diligence’. Zij moeten goed nagaan of zij met hun investeringen geen bijdrage leveren aan zaken zoals moderne slavernij. De Verenigde Naties verwacht dat instellingen risico’s analyseren en verminderen.

“Ik denk eerlijk gezegd dat we met het platform nog een stapje verder gaan. Niemand heeft ons ertoe gedwongen. Wij zitten bijvoorbeeld ook in het IMVO-convenant van de banken bij de SER en dit initiatief begon eigenlijk al daarvoor. Dus het is niet zo dat de overheid of stakeholders hebben gezegd: Ga eens een platform oprichten. Het is zo gegroeid. En dat is ook wel des ASN Bank, vind ik. Wij zijn aanjagers, pioniers. We proberen dingen, soms mislukken die, maar meestal gaan ze goed. Dat vind ik heel leuk aan dit werk.”

Beweging in de kledingsector

Op 9 oktober viert het PLWF haar éénjarig bestaan. Nu al is er een beweging zichtbaar onder de bedrijven die het platform monitort. Zo is Adidas opgeschoven naar de koplopergroep. “Adidas doet het erg goed. Ze zijn een van de weinigen die heel transparant en open zijn over de lonen die in de ketens worden betaald. Ze hebben ook echt pilotprojecten die niemand anders doet om ervoor te zorgen dat fabrikanten meer kunnen gaan betalen, bijvoorbeeld door hun inkooppraktijk aan te passen.” De verschillen met de nummers een, twee en drie zijn klein, voegt Van der Sluijs daar direct aan toe. Ook spreekt zij liever niet van een ranglijst, maar van bewegingen.

Ondanks dat ze blij is met deze vooruitgang, plaatst Van der Sluijs gelijk ook de kanttekening dat het vanwege de complexiteit van het onderwerp onmogelijk is om de progressie direct te linken aan de verdiensten van het platform.

'Sportkledingmerk Adidas doet het erg goed'

Maar niet alleen bij de merken waarop het platform focust, ziet Van der Sluijs beweging. Ook andere merken zijn bezig met een verduurzamingsslag, bijvoorbeeld op het gebied van duurzamer katoen. Zelfs sommige luxe merken maken stappen. Zo stopte Burberry met het gebruik van bont en het verbranden van kleding, maar voor ASN Bank zijn die stappen (nog) niet voldoende om erin te investeren. Ook merken als Ralph Lauren en Gucci komen niet door de screening van ASN Bank.

Een toekomst voor leefbaar loon

In 2030 heeft de kledingsector alle benodigde processen geïmplementeerd om een leefbaar loon voor werknemers in de keten mogelijk te maken. Dat is het doel van ASN Bank. Om daar te komen is er nog een lange weg te gaan.

“Worden er nu leefbare lonen bij Adidas betaald?”, stelt Van der Sluijs zichzelf de vraag, om die vervolgens ontkennend te beantwoorden. “Daarvoor is het nog te vroeg.” Maar ze is stellig over het nastreven ervan. Het platform blijft de jaarlijkse voortgang meten. Over twee of drie jaar hoopt Van der Sluijs dat de coalitie op basis daarvan een eerste mijlpaal stelt. Dat zou het eerste moment zijn waarop bedrijven, die te weinig progressie maken, uitgesloten zouden kunnen worden.

Het is nog work in progress, maar die kant gaat het wel op, stelt Van der Sluijs. “We willen als investeerders duidelijk maken dat engagement niet alleen maar gaat om plichtmatig bellen. Wij houden progressie in de gaten en zijn een bank die het niet erg vindt om daar actie op te ondernemen.”

Lees verder: Klimaataanpak: ‘De Nederlandse financiële sector is wereldwijd toonaangevend’

Afbeeldingen: Adobe Stock en ASN Bank | Portretafbeelding: Gabriela Hengeveld