26-07-2020 16:05 | Door: Rianne Lachmeijer

Een jaar geleden ondertekenden banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders een zogenoemd klimaatcommitment. Daarmee gaven zij aan actief de CO2-uitstoot van hun investeringen en beleggingen naar beneden te brengen. Hoe staat het ervoor met die ambities nu door de coronacrisis een nieuwe economische crisis niet te voorkomen lijkt? Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken en Arie Koornneef, directeur ASN Bank delen hun visie.

In een volgepakte zaal spraken vijftig financiële instellingen op 10 juli 2019 de ambitie uit om een actieve bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen van het kabinet. Banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders met een gezamenlijk beheerd vermogen van circa € 3.000 mrd gaven aan over het boekjaar 2020 te zullen rapporteren over de klimaatimpact van hun financieringen en beleggingen. Op de groepsfoto van toen staan de vertegenwoordigers van de financiële instellingen nog dicht op elkaar. Inmiddels leven we in een nieuwe realiteit. 

Verschillende ondernemers kwamen door de coronacrisis al in de problemen en een nieuwe economische crisis lijkt niet te voorkomen. Toch blijft het klimaatcommitment van de financiële sector onverminderd van kracht, benadrukt Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

“We zijn hier als financiële sector vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend mee begonnen”, aldus Buijink. Volgens de voorzitter van de NVB zijn banken zeer gemotiveerd om, via hun klanten, een positieve bijdrage te leveren aan het beperken van de opwarming van de aarde. Door klanten te ondersteunen in verduurzaming dragen banken bij aan het behalen van de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord. “Zelfs te midden van een crisis is het logisch dat van ons een bijdrage wordt verwacht.”

Geen alternatief

Arie Koornneef, directeur ASN Bank, benadrukt dat de sector ook niet anders kan. “Er is feitelijk geen alternatief.” Zo krijgen financiële instellingen nu al te maken met fysieke risico’s en transitierisico’s van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Denk aan schade door stormen of overstromingen of aan het effect op de fossiele auto-industrie als de elektrische automarkt een vlucht maakt. “Wat gebeurt er nou als ik helemaal niets doe?” Het is een retorische vraag, die Koornneef desalniettemin beantwoordt. “Daar kleven ook risico's aan. En dat zeggen wij niet alleen als ASN Bank, maar daar heeft DNB ook studies naar gedaan.”

Zo berichtten DNB en PBL halverwege juni dat Nederlandse financiële instellingen voor honderden miljarden euro’s aan financieringen hebben uitstaan waarmee ze mogelijk risico’s lopen als gevolg van biodiversiteitsverlies. En al in 2017 maakte DNB bekend klimaatrisico’s verder te integreren in haar toezichtaanpak. Nederlandse financiële instellingen moeten van de toezichthouder het klimaatrisico van hun investeringen meten en vastleggen. Inzicht krijgen in de klimaatrisico’s is wel een uitdaging, geeft Buijink aan. Zo vraagt het monitoren van klimaatrisico’s om toekomst-gerelateerde data, terwijl traditioneel risicomanagement over het algemeen gebaseerd is op historische data. “Maar het biedt op termijn wel de kans om het risicomanagement van banken verder te ‘finetunen’ en stelt hen in staat om klanten beter te helpen in de energietransitie”, zegt hij.

Een jaar na het klimaatcommitment

Het belang voor de financiële sector om te blijven inzetten op het tegengaan van klimaatverandering is duidelijk, maar in hoeverre heeft de sector na het ondertekenen van het klimaatcommitment al progressie geboekt? “Afgelopen jaar is de ‘governance’ opgezet, met de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment”, zegt Buijink daarover.

Deze commissie houdt de voortgang in de sector in de gaten en gaat daar jaarlijks over rapporteren. Voor de Nationale Klimaatdag op de vierde donderdag in oktober stuurt de commissie haar eerste sectorrapportage naar het kabinet. Het rapport biedt op basis van publieke rapportages van financiële instellingen een gezamenlijk beeld van de inspanningen van de sector. NVB is samen met brancheorganisaties het Verbond van Verzekeraars, de Pensioenfederatie en de Dutch Fund and Asset Management Association (DUFAS) opdrachtgever van de sectorrapportage. KPMG stelt het raamwerk op en levert een overzicht aan met de status en toepassing van klimaatmeetmethoden.

Koornneef is erg blij met het klimaatcommitment van de Nederlandse financiële sector. “Als je kijkt op landenniveau, dan is dit uniek in de wereld.” Ook met het geld dat de partijen gezamenlijk beheren valt impact te maken, benadrukt hij. Circa € 3.000 mrd is niet niks. Zo bedroeg het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland in 2019 ‘slechts’ € 812 mrd. Toch is dit niet het moment om achterover te leunen, benadrukt Koornneef. Het tekenen van het klimaatcommitment is een goede stap voorwaarts, maar er zijn meer stappen nodig, vindt hij. Naast het stellen van doelen, meten van de voortgang en hierover rapporteren, gaat het ook om het doorvoeren van concrete veranderingen.

Bekijk ook deze infographic: klimaatneutraal versus klimaatpositief; wat zijn de verschillen?

Nu doorpakken

“Inzicht krijgen in de effecten van de beleggingen en investeringen van financiële instellingen en bepalen hoe ze de negatieve impact van hun CO2 winst- en verliesrekening kunnen terugbrengen of meer positieve impact kunnen maken met nieuwe typen investeringen is denk ik de vraag voor de komende periode”, zegt Koornneef. De ondertekenaars hebben dan ook aangegeven uiterlijk in 2022 hun actieplannen bekend te maken wat terugdringing van de CO2-uistoot betreft.

Koornneef vindt dat het tijd is dat financiële instellingen hun investeringen in de fossiele industrie echt gaan afbouwen. “Ik denk dat we daarin gewoon sneller kunnen handelen en moeten doorpakken. Je ziet in de afgelopen periode dat bedrijven die zich juist in die fossiele sector begeven vrij zwaar geraakt worden door de crisis en je ziet dat daar ook door financiële partijen op moet worden afgeschreven. Het desinvesteren zou dus sneller mogen. ”

ASN Bank is zelf al jaren actief bezig met het terugschroeven van haar negatieve klimaatimpact en streeft ernaar een positieve impact te hebben. Zo vermijden de investeringen en beleggingen van ASN Bank en de ASN Beleggingsfondsen sinds 2019 in totaal meer CO2-uitstoot dan dat zij veroorzaken. De kennis die zij hiermee hebben opgedaan, delen zij met de sector. Zij willen daarmee een verbindende rol spelen. “Ik denk dat ASN Bank er altijd goed in geweest is om de dingen die wij ontwikkelen niet voor onszelf te houden.” Zo was ASN Bank initiatiefnemer van het Partnership Carbon Accounting Financials (PCAF) en het Partnership Biodiversity Accounting Financials (PBAF) en samen met andere financiële instellingen oprichter van het Platform Living Wage Financials (PLWF). Deze (internationale) samenwerkingen sluiten aan bij de duurzaamheidspijlers van de bank. “De uitdaging is om de tractie die we nu op de diverse onderwerpen hebben te behouden en uit te breiden.”

De coronacrisis: kans of vertragende factor

Koornneef kan zich niet voorstellen dat financiële instellingen hun ambities ter zijde schuiven vanwege de coronacrisis. “De vraag is alleen hoe je het gaat doen en in welk tempo.” Daarom vindt hij het belangrijk dat instellingen elkaar voortdurend op hun verantwoordelijkheid blijven wijzen om stappen te zetten. “ De rol van ASN Bank is daarbij om te blijven agenderen en aanjagen om zo de versnelling te realiseren.”

'De vraag is alleen hoe en in welk tempo'

De coronacrisis als kans voor versnelling presenteren, vindt Koornneef lastig. Hij begrijpt namelijk goed dat een onderneming die het zwaar heeft vanwege de coronacrisis in eerste instantie aan zijn voortbestaan denkt, wat ook in het belang van de medewerkers is. “Dat is de ene kant van de medaille”, aldus Koornneef. De andere kant is de wederopbouw die na de economische crisis nodig is. Daarbij is het van belang om de huidige staat van het klimaat en de biodiversiteit mee te wegen en de huidige situatie te verbeteren. “We hebben niet de luxe om dat te laten voor wat het is, omdat anders in een latere fase de rekening alsnog wordt gepresenteerd.” Daarom pleit Koornneef ervoor om te investeren in een nieuwe, duurzame economie. 

Al eerder wees Koornneef op de kansen die investeren in een duurzame economie opleveren. Ook Buijink benadrukt dat inzetten op een groene toekomst goed is voor de economie. “Ambitieus klimaatbeleid, waar de Nederlandse bankensector zich al jaren actief voor inzet, is naast milieuwinst ook essentieel voor toekomstige economische groei en ons hoge welvaartsniveau.”

Op weg naar een anderhalvegradenmaatschappij

“De coronacrisis is een ‘reality check’ voor ons allemaal. Het virus dat hier enkele maanden als klein werd gezien heeft nu de hele wereld in haar greep”, zegt Buijink. Met de klimaatcrisis kan hetzelfde gebeuren. Ondanks dat de meeste Nederlanders de klimaatcrisis serieus nemen, blijven de directe gevolgen voor het grootste deel van de bevolking relatief onzichtbaar. “Een zeer warme zomer is vervelend en buiten schaatsen iets uit een grijs verleden, maar niet per se ontwrichtend. Binnen de klimaatcrisis moeten we echter ook rekening houden met een ‘omslagpunt’, waarna we geconfronteerd worden met de onomkeerbare gevolgen”, aldus Buijink. Daarom is het belangrijk om tijdig te handelen. “Juist met de lessen die we uit de coronacrisis trekken kunnen we daadkrachtig optreden om een anderhalvegradenmaatschappij te realiseren.”

Lees ook: De coronacrisis als businesscase voor systeemverandering

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeeldingen: NVB en ASN Bank