01-08-2017 16:30 | Door: Hidde Middelweerd

Er is werk aan de winkel, stelt Pier Vellinga. Als we het Klimaatakkoord van Parijs willen naleven, moet er, liever gisteren dan vandaag, geen enkele euro meer naar fossiele energie. De klimaatdeskundige maakt zich dan ook zorgen over de toekomst, maar ziet tegelijkertijd hoopgevende ontwikkelingen: “De groten krijgen eindelijk door dat duurzame energie een winner is.”

Vellinga staat zowel in binnen- als buitenland bekend als gerenommeerd klimaatdeskundige. Dat is niet voor niets. Als hoogleraar klimaatverandering en water aan de Wageningen Universiteit schreef hij vele wetenschappelijke artikelen over het onderwerp. Daarnaast was hij betrokken bij meerdere klimaatprogramma’s. Bijvoorbeeld als bestuursvoorzitter van het Knowlegde for Climate-programma, waarbinnen verschillende Nederlandse universiteiten en kennisinstituten onderzoek deden naar klimaatverandering en -adaptatie. Ook nu houdt hij zich nog steeds actief bezig met het klimaatvraagstuk, bijvoorbeeld als bestuursvoorzitter van Urgenda.

In de jaren tachtig en negentig trad Vellinga al op als adviseur voor milieuministers Ed Nijpels en Hans Alders. Daarnaast stond hij aan de wieg van het International Panel on Climate Change (IPCC). Vellinga: “In die tijd zag je een enorme golf van optimisme en politiek leiderschap. We gingen de ozonaantastende stoffen uitbannen. De ontwikkelde, industriële landen zouden het voortouw nemen en de armere landen zouden volgen, met hulp en subsidie vanuit de westerse wereld.”

"Als duurzaamheid economisch interessant wordt, kan je echte stappen gaan maken"

Zand in de machine

De ambitieuze plannen stuitten echter op weerstand. “Het bedrijfsleven schakelde talloze lobbyisten in, om zand in de machine te strooien. Van de chemie- tot de mobiliteitssector; ze waren bang voor een instorting van hun eigen economische belangen.” Volgens Vellinga is het de lobbyisten dertig jaar lang gelukt om zand in de ogen te strooien van zowel de politiek als de burger: “Dat is erg jammer, want voor die dertig jaar gaan we een enorme prijs betalen.”

Toch heeft Vellinga in de afgelopen dertig jaar ook positieve ontwikkelingen gezien. Er is iets essentieels gebeurd, stelt hij: “In de afgelopen jaren is er wereldwijd enorm veel geïnvesteerd in wind- en zonne-energie. Een grootmacht als China heeft inmiddels een florerende markt voor zonnepanelen opgebouwd en grote bedrijven als Google investeren tegenwoordig fors in duurzame energie. Men begint zich te realiseren dat duurzame energie een winner is. Dat heb je nodig. Want als duurzaamheid economisch interessant wordt, kan je echte stappen gaan maken.”

Ook in Nederland ziet Vellinga deze transitie terug: “Bedrijven als Boskalis geven het goede voorbeeld. 70 procent van hun business was twee jaar geleden nog offshore-olie. Nu bestaat 70 procent van hun business uit wind op zee. Ook de bouwsector is enthousiast en maakt het aantrekkelijk voor consumenten om over te stappen op duurzaam en Nul-op-de-meter-woningen.

“Duurzaamheid wordt van oudsher geassocieerd met opoffering, maar dat is natuurlijk onzin”, aldus Vellinga. “Bedrijven die dat nu al doorhebben, kunnen daarvan profiteren.”

Vast in de oude economie

De vraag is echter: hoe krijg je de rest mee? De transitie wordt namelijk lang niet overal gemaakt. Juist de partijen waar het om draait, zitten vast in een oude economie en blijven dwars liggen, stelt Vellinga. “Alles en iedereen die nog verdient aan fossiele energie, wil dat de aankomende twintig jaar ook blijven doen. De mentaliteit is: ‘Natuurlijk wordt fossiele energie uiteindelijk uit gefaseerd. Maar iemand moet de laatste zijn en dat willen wij zijn’, hoor ik vaak.”

“Dat is momenteel het grote probleem”, vervolgt hij. “Het lukt de kern van de fossiele industrie nog niet om mee te gaan in de transitie en, belangrijker nog, ervan te profiteren. Neem Shell en de NAM: die willen nog steeds investeren in nieuwe olie- en gasvoorraden. Men wordt nog steeds gedreven door resultaten op de korte termijn, om aandeelhouders maar tevreden te houden.”

Niet houdbaar

Deze instelling is echter niet houdbaar, stelt Vellinga. “De disruptieve eigenschappen van nieuwe technologieën worden onderschat. Men verwachtte bijvoorbeeld dat windenergie in 2030 pas concurrerend zou zijn, maar dat is nu al het geval.”

De hoogleraar verwacht dan ook dat grote olie- en chemiebedrijven het op de lange termijn niet gaan redden: “Zoals taxibedrijven verrast werden door Uber, wordt de oliesector verrast door duurzame energie. Het is voor velen van hen een blinde vlek, vanwege een gebrek aan wetenschappers en technologen in de top. Op deze manier ontstaat er een kloof in kunde tussen de oude en de nieuwe bedrijven. Duurzaamheid is immers een heel ander vak.”

"Wind op zee laat zien dat je met duurzaamheid geld kan verdienen"

Kansen voor Nederland

Vellinga stelt dat het bovenstaande wereldwijd aan de gang is. Nederland is geen uitzondering. “In bijna elk land waar fossiele energie boven de grond komt, heeft het een verlammend effect gehad op de economische ontwikkeling. Men houdt krampachtig vast aan de oude economie en richt de pijlen daarom minder op innovatie. Ook wij zijn een OPEC-land en hebben veel belangen in olie en gas. Je ziet dat de politiek ermee verweven is. Dat geldt als een enorme rem op de energietransitie. In de jaren negentig hadden we een leidende rol, nu bungelen we onderaan.”

Wat moet er dan gebeuren om het roer om te gooien? Volgens Vellinga liggen de kansen voor het oprapen, bijvoorbeeld ook voor de chemische industrie. “Fluctuaties in seizoenen worden de bottleneck voor de energietransitie in Nederland. Energieopslag en de omzet van energie naar waterstof of ammoniak gaan dan ook een belangrijke rol spelen. Daar liggen grote kansen.”

Ook wind op zee is een enorme kans, weet Vellinga, waarin Nederland een leidersrol kan pakken. “Wind op zee laat zien dat je met duurzaamheid geld kan verdienen. Het wordt de goedkoopste vorm van duurzame energie. De techniek is daarnaast nog lang niet op zijn einde: windmolens worden steeds groter, met veel meer capaciteit.”

Een ethische kwestie

De uitfasering van fossiel is onvermijdelijk, stelt Vellinga, en zal uiteindelijk een ethische kwestie worden: “De transitie wordt tegenwoordig door de consument gedreven: bedrijven stappen over op duurzaamheid omdat er vraag naar is. Als een bepaald percentage van de Nederlandse bevolking bijvoorbeeld elektrisch rijdt, worden fossiele brandstoffen vanzelf niet meer geaccepteerd. Dan is er geen politiek draagvlak meer voor en kan het heel snel gaan. De burger is er klaar voor. Bedrijven die daar het snelst naar luisteren, gaan uiteindelijk winnen. Dat geeft me moed.”

Tegelijkertijd moeten we een hoge prijs betalen voor de afgelopen dertig jaar, besluit Vellinga. “De zeespiegel blijft nog honderden jaren stijgen en de opwarming van de aarde zal enorme stromen van vluchtelingen tot gevolg hebben. Dat moeten we de aankomende vijftig jaar verwerken. De wereld vergaat heus niet, maar het wordt wel een stuk grimmiger.”