08-10-2020 12:00 | Door: Paul van Liempt

"Wie niks kan wordt Kamerlid, wie helemaal niks kan premier", was het gevleugelde gezegde van mijn oud-leraar geschiedenis, die voortdurend op 'de politiek' liep af te geven. Een geweldige verhalenverteller, zoals je ze wenst bij dit vak. Maar ook een verbitterde man die, naar ik later hoorde, door zijn vader jarenlang gepest werd met zijn beroepskeuze. Het zal in de familie zitten, want ook de uitleg van zijn vader volstond met een pregnant zinnetje: 'Those who can do, those who can't teach.'

Vader en zoon hadden achteraf iets weg van de puberende bejaarden die elkaar een plek in het Witte Huis betwisten. In een debat met veel geschreeuw en weinig wol werd niet eens getracht enig decorum te handhaven. In vroeger tijden toch een kenmerk van trots en beschaving. Van landen die voorspoed en rijkdom beloofden, die iedereen geluk en kansen voorspiegelden. Het paradijs op aarde met Amerika als flonkerende ster, waar je ooit hoopte te gaan wonen en werken. Of in ieder geval zoveel mogelijk vakanties wilde doorbrengen.

Verbijstering over Amerika

Maar de tijden zijn veranderd. Zelfs hartstochtelijke Amerika-fans slaan hun favoriete land met verbijstering gade: enorme inkomens- en vermogensverschillen, een burgeroorlog die niet denkbeeldig is, klimaatverandering die genadeloos toeslaat in de vorm van overstromingen en bosbranden, vijftien procent van de bevolking moet naar de voedselbank en veertig procent kampt met obesitas.

En dat land is nu ook zwaar getroffen door Corona. In maart, zeven maanden geleden, schreef Geert Mak al profetische woorden: "Met pijn in het hart zie ik hoe daar door de chaotische aanpak, de volstrekt incompetente federale leiding, en het feit dat veel Amerikanen geen medische dekking hebben, veel mensen gedwongen worden om rond te lopen met coronasymptomen. De VS worden het grote rampgebied ben ik bang. Het aantal doden daar zal snel gaan stijgen. De armste mensen zullen het zwaarst getroffen worden. Het zal hartbrekend worden."

Amerika is een vierde wereldland

David Shipler, een Amerikaanse schrijver, Pullitzer-prijs winnaar en journalist, die als correspondent in Moskou de laatste dagen van de Sovjet-Unie meemaakte, noemde zijn land al een vierde wereldland. Een ooit respectabel en leidinggevend land dat is verworden tot bananenrepubliek. Een land met leiders die geen enkel perspectief meer te bieden hebben.

Daarmee vergeleken mogen we hier in Nederland in onze handen knijpen. Maar de premier moet na de mondkapjes-soap wel oppassen dat mijn geschiedenisleraar niet alsnog gelijk krijgt. Zijn manier van politiek bedrijven begint wrevel op te roepen. Het is wat de Amerikanen Consequence Management noemen: laten we proberen het een klein beetje in de klauwen te houden, maar laat het verder maar gewoon gebeuren en daarna zien we wel. Uiteindelijk mag je de extreme gevolgen zien te managen.

Uitgaan van het slechtste scenario

Het is nu echt tijd om moed te tonen en scherpe keuzes te maken. Vanuit de gedachte dat leiderschap vooruitzien is, dat je moet uitgaan van het slechtste scenario en daarnaar moet handelen. En het al dan niet dragen van mondkapjes niet moet overlaten aan winkeliers.

Omdat leiderschap, begreep ik van bijna alle Green Leaders die ik tot nu toe sprak, ook gaat over zelf nadenken over de toekomst. Niet vanuit de ivoren toren, maar op basis van ideeën die anderen hebben aangedragen. Maar daarna wel een duidelijke beslissing durven nemen en die niet afschuiven op anderen. Niet hameren op de eigen verantwoordelijkheid van anderen, maar zelf de verantwoordelijkheid durven nemen. Dan kun je daarna ook weer perspectief bieden.