15-11-2017 14:01 | Door: Rianne Lachmeijer

Met minder grondstoffen moeten we meer, gezonder en duurzamer voedsel produceren. Aangezien de wereld niet groter wordt, moeten we andere manieren verzinnen. Het nieuwe duurzame voedingsinnovatiecentrum van Unilever biedt kansen.

Op een braakliggend terrein midden op de campus van Wageningen University & Research (WUR) verrijst een opvallend voedingsinnovatiecentrum. Momenteel staat er niets anders op de donkerbruine klei dan een heimachine en een aantal graafmachines, maar als het aan Paul Polman, ceo van Unilever ligt, gaat het Global Foods Innovation Center eind 2018 al open.

 Global Foods Innovation Center

Architectenbureau Paul de Ruiter Architects, bouwbedrijf Dura Vermeer, adviesbureau DWA en advies- en ingenieursonderneming Arcadis zijn betrokken bij de ontwikkeling van het voedingsinnovatiecentrum.

Het Global Foods Innovation Center bestaat uit een pilot plant, een food and consumer experience en twee verdiepingen met kantoren en laboratoria. De pilot plant is een minifabriek, waarin de proefproductie van nieuwe producten plaatsvindt.  

Het gaat om food to fork-onderzoek. Er wordt onder andere onderzocht of het voedsel nog dezelfde voedingswaarde heeft zodra het vanuit een pakje op een bord belandt. In de testkeukens wordt geëxperimenteerd met innovatieve ingrediënten en nieuwe formules.

“Nog steeds gaan dagelijks 800 miljoen mensen hongerig naar bed”

In zijn speech, tijdens de officiële inluiding van de bouw, drukt Polman Dura Vermeer en Paul de Ruiter Architects meerdere malen grappend op het hart om de opleverdatum te vervroegen van 2019 naar eind 2018. In dat jaar bestaat Universiteit Wageningen 100 jaar, maar dat is niet de enige reden waarom het pand beter eerder dan later opgeleverd kan worden.

Het duurzame voedingsinnovatiecentrum kan een uitkomst bieden voor de grote, wereldwijde voedingsvraagstukken van vandaag en morgen. Hoe eerder dat gebeurt hoe beter. “Nog steeds gaan dagelijks 800 miljoen mensen hongerig naar bed,” zegt Polman.

Grote uitdagingen

De uitdagingen in de voedingsindustrie zijn groot: in 2050 zijn er 9 miljard mensen op aarde en die moeten allemaal eten. Om dat voor elkaar te krijgen moet de voedselproductie de komende 20 tot 30 jaar met 70 procent worden vergroot.

“Bossen kappen en land uitputten om onze productie te vergroten werkt niet langer,” aldus Polman. We moeten naar een nieuw systeem. "Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results”, citeert Polman Einstein.

Gevarieerder voedselpatroon

Daarnaast vraagt wereldwijde welvaartsgroei om ander voedsel. In de komende jaren verschuiven circa 3 miljard mensen van de lage-inkomensklasse naar de middenklasse. Dit heeft een enorme impact op het voedselpatroon, zegt Aalt Dijkhuizen. Volgens de voorzitter Topsector Agri & Food worden de gevolgen van welvaartsgroei op de voedingsindustrie vaak onderschat.

"De aarde wordt niet groter dus we moeten de grondstoffen die we hebben beter benutten"

Mensen gaan niet alleen meer eten, maar ook gevarieerder. Een grotere vraag naar groente, zuivel en vlees leidt tot een grote uitdaging voor voedselproductie, stelt hij. “En we weten dat de aarde niet groter wordt dus we moeten de grondstoffen die we hebben beter benutten,” zegt Dijkhuizen.

Een onderdeel daarvan is voedselverspilling tegengaan. Volgens Polman wordt circa 30 tot 40 procent voedsel verspild in de voedselketen. Het is een van de dingen die hem dwarszit. In zijn presentatie noemt hij meerdere zaken die irritatie opwekken.

Honger en obesitas

De directeur van Unilever baalt ervan dat het voedselprobleem nog niet is opgelost. “We noemen onszelf de meest intelligente soort op aarde, maar het lukt ons niet eens om iedereen van voldoende voedsel te voorzien.” Tegelijkertijd hebben 2 miljard mensen obesitas en wordt diabetes type 2 binnenkort mogelijk de grootste pandemie ter wereld. Naast meer voedsel produceren moet er ook gezonder voedsel komen.

Volgens Louise Fresco wordt steeds meer bekend over de invloed van voedsel op gezondheid. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de WUR merkt op dat sommige chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker, kunnen ontstaan als gevolg van een verkeerd voedingspatroon in combinatie met andere factoren zoals erfelijke aanleg.

Drie prioriteiten

Dijkhuizen heeft als voorzitter Topsector Agri & Food een goed beeld van de uitdagingen en kansen in de sector. Hij vat de uitdagingen in drie prioriteiten samen. unilever, dura vermeer, paul de ruiter, architect, architectuur, voedingsinnovatiecentrum, Global Foods Innovation Center, duurzaam, voedselvraagstukken, honger, breeam

Ten eerste moeten we gezond en veilig voedsel op een veilige manier produceren. Ten tweede moet dit op een klimaatneutrale manier: efficiënt, met behulp van innovaties. Ten derde moeten we onze biomassa optimaal gebruiken, bijvoorbeeld door grondstoffen circulair te benaderen en geen afval meer te produceren.

Volgens Polman is alles wat we moeten weten om het voedselprobleem op te lossen bekend, maar staat het ondanks deze kennis niet op de politieke agenda.

Unilever wil de handschoen die politici wereldwijd laten liggen, gezamenlijk oppakken en het voedselprobleem oplossen. Geen bedrijf, overheid of universiteit kan dit echter alleen, denkt Dijkhuizen: “Samenwerking is cruciaal.”

Samenwerking staat centraal

Samenwerking staat centraal bij alle stadia van de ontwikkeling van het Global Foods Innovation Center van Unilever. Van het duurzame ontwerp op de tekentafel van Paul de Ruiter Architects en Dura Vermeer; de locatie op de universiteitscampus tussen de start-ups en naast het kantoor van FrieslandCampina, tot de uiteindelijke functie van het pand.

“Zonder innovatie kan de wereld niet worden gevoed” 

In het gebouw wordt de publiek-private samenwerking gezocht en zijn studenten en consumenten welkom om kennis te maken met de innovaties die in het pand worden ontwikkeld of om hun eigen bevindingen te delen.

“Zonder innovatie kan de wereld niet worden gevoed,” zegt Louise Fresco onomwonden. Volgens haar moeten we echt nog nieuwe manieren vinden om voedsel te produceren om aan de toenemende vraag te voldoen. Het nieuwe voedingsinnovatiecentrum speelt hierop in.

Nederland als voorloper

Nederland is een logische plek voor het innovatieve centrum van Unilever. Ons land heeft namelijk de laagste milieuvoetafdruk ter wereld, zegt Aalt Dijkhuizen. Wij kunnen voedsel produceren met weinig grond en grondstoffen en hebben daarnaast een lage CO2-uitstoot. 

Volgens Dijkhuizen moeten we op deze kennis voortborduren om op duurzame wijze voldoende voedsel te produceren. Hij is niet de enige die dat vindt, alle sprekers zijn het daarover eens.

Na de presentaties van Dijkhuizen, Polman en Fresco vindt een uitleg over het bouwontwerp plaats. Het duurzame ontwerp sluit aan bij de missie van Unilever om tegen 2030 in al haar activiteiten CO2-positief te zijn.

'Duurzaam is niet duur'

In een bovenverdieping zitten een stuk of tien journalisten dicht op elkaar voor de uitleg door architect Paul de Ruiter van Paul de Ruiter Architects en directeur Job Dura van Dura Vermeer. De maquette van het gebouw staat op tafel en tegen de muur staat een schets waarop de duurzame elementen worden uitgelicht.

“Het lijkt me logisch dat duurzaam bouwen een stuk duurder is dan gewoon bouwen,” zegt een van de journalisten op vragende toon. De Ruiter reageert: “Duurzaam bouwen heeft een andere filosofie over terugverdientijd op de lange termijn. Dat betekent niet dat het duurder is, ik denk dat het goedkoper is.”

De Ruiter legt uit dat momenteel alleen de materialen voor duurzame bouw duurder zijn, omdat het tijd kost om geschikt materiaal te vinden. Met de komst van grondstoffenbanken en madasters verwacht hij dat dit binnenkort goedkoper wordt. De directe winst zit momenteel vooral op het energievlak: “De terugverdientijd is kort op investeringen in duurzame energie.”

Gerecyclede materialen

Al in de ontwerpfase van het voedingsinnovatiecentrum staat duurzaamheid centraal. Daarbij gaat het onder andere om water, licht, klimaatbeheersing en materiaalgebruik.

Het aluminium in de gevel bestaat bijvoorbeeld voor 95 procent uit gerecycled materiaal, het glas voor 90 procent, het hout voor 100 procent en het beton voor 20 procent. Beton vormt een uitdaging, omdat gerecycled beton kracht verliest. Ook wordt giftig materiaal, dat bijvoorbeeld vaak in stoelen zit, vermeden.

Eigen energie

Het gebouw wekt zijn eigen energie op door middel van zonnepanelen op het dak. Die warmte wordt vervolgens vastgehouden door plaatsing van een isolerende gevel. Ook worden warmte en kou onder de grond opgeslagen. In de zomer zorgt dit voor verkoeling en in de winter voor verwarming.

Dit levert circa 50 procent energiebesparing op. Daarnaast wordt het pand voorzien van een grijswatercircuit. Dit betekent onder andere dat de tuinen besproeid worden met regenwater en de toiletten worden doorgespoeld met water dat eerst voor handenwassen is gebruikt.

Een grote besparing is mogelijk door een simpele toepassing: automatische verlichting. Volgens De Ruiter is het licht onnodig aanlaten de grootste oorzaak van energieverspilling. In het ontwerp gaat het architectenbureau nog een stap verder: de armaturen passen zich aan het daglicht aan.

Daglicht dat naar binnen valt, vormt een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Naast dit natuurlijk buitenlicht maken frisse lucht en goede akoestiek het pand aangenaam voor de toekomstige gebruikers.

‘Intelligente bouw is de nieuwe trend’

Volgens Job Dura is duurzaamheid in de bouw al bijna mainstream, intelligente bouw is de nieuwe trend. Eerder genoemde slimme lichtarmaturen vallen daaronder, maar ook het intelligente klimaatsysteem. Met behulp van sensoren leert het klimaatsysteem hoe gebruikers het binnenklimaat het liefst hebben.

Patrick Kip, projectleider bij Dura Vermeer, stelt dat een Gebouw Beheer Systeem gemiddeld één keer per jaar wordt herzien. Met het nieuwe zelflerende systeem van Dura Vermeer gebeurt dat continu: frisse lucht en een aangenaam binnenklimaat zijn het resultaat. Naast een aangenaam binnenklimaat voor de werknemers is frisse lucht nog eens extra belangrijk, omdat in het pand met voedsel wordt gewerkt.

Projectleider Kip wil dat de lucht 'net zo lekker' is als na een onweersbui op een warme zomerse dag. De ionisatie van de lucht moet, samen met de duurzame elementen, bijdragen aan het behalen van de Breeam 'Outstanding'-certificering. Dit is de hoogst mogelijke certificering.

Breeam-certificering

De Breeam-certificering richt zich niet alleen op een duurzaam resultaat, maar ook op duurzaam handelen. Zo moet bij de bouw rekening worden gehouden met afvalscheiding en moet men zo min mogelijk afval produceren.

“We gebruiken bij het bouwen al zo min mogelijk energie en ook de afvalstroom proberen we zo klein mogelijk te houden. Daarnaast willen we het bouwvervoer beperken. Voor elke duurzame stap die we maken krijgen we extra punten en dat moet dan optellen tot de hoogste Breeam-score,” legt directeur Dura uit.

Volgens De Ruiter is een Breeam 'Outstanding'-certificaat bijzonder voor dit pand, omdat het een gemixt ontwerp is: met laboratoria, keukens en kantoren.

Verse sla voor studenten

De functie van het pand wordt al aan de buitenkant zichtbaar, doordat rondom het voedingsinnovatiecentrum gewassen worden geplant. “Straks kunnen de studenten hier sla halen,” zegt De Ruiter.

Een ecoloog onderzoekt wat mogelijk is met stadslandbouw: welke gewassen het beste groeien in een niet geconditioneerde omgeving. De studenten zullen echter, net als Polman, tot 2019 moeten wachten voordat ze het pand kunnen bezoeken en hun verse groenten kunnen oogsten.

unilever, dura vermeer, paul de ruiter, architect, architectuur, voedingsinnovatiecentrum, Global Foods Innovation Center, duurzaam, voedselvraagstukken, honger, breeam

Afbeelding: Paul de Ruiter Architects | Infographic: Paul de Ruiter Architects