23-11-2017 12:26 | Door: Hidde Middelweerd

Uiteindelijk kiezen we helemaal zelf welk voedsel we kopen en consumeren. Toch? “Niet waar”, zegt Maartje Poelman, wetenschapper aan de Universiteit Utrecht. “Onze voedselconsumptie is geen volledig individuele en vrije keuze. Onze fysieke en sociale omgeving heeft een enorme invloed op onze voedselkeuzes.”

Poelman is wetenschapper aan de Universiteit Utrecht, met een achtergrond in Voeding en Gezondheidswetenschappen. Ze is binnen de Universiteit Utrecht werkzaam bij het Global and Geo Health Data Center dat onderzoek doet naar de invloed van onze leefomgeving op onze gezondheid. Daarbij is zij één van de wetenschappers binnen het focusgebied Future Food, waar fundamenteel onderzoek van de Universiteit Utrecht op het gebied van gezondheid, gedrag en innovatie voor toekomstige voedselproductie samenkomt.

In januari startte ze met het onderzoek Geographies of Food Consumption, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, dat zich richt op de invloed van onze omgeving op onze voedselconsumptie. Poelman: “We gaan onze proefpersonen gedurende de dag volgen: waar komen ze? Aan welke soorten voedsel worden ze blootgesteld? Welke voedselkeuzes maken ze? En hoe voelden ze zich toen ze die keuzes maakten? Op die manier hopen we beter grip te krijgen op de manieren waarop onze voedselkeuzes beïnvloed worden door onze omgeving en in welke mate dat gebeurt.”

Is de invloed van onze omgeving op onze voedselkeuzes groot?

“Ja. Er wordt vaak verondersteld dat je voedingspatroon je eigen, vrije keuze is. Om gezondere eetpatronen te stimuleren, wordt daarom vaak ingezet op voorlichting, om de kennis van consumenten vergroten. Het is echter wetenschappelijk bewezen dat alleen voorlichting geven niet genoeg is. Als je kennis over gezonde voeding hebt, betekent dat niet automatisch dat je ook gezond eet. Dat komt omdat er veel meer factoren van invloed zijn op ons eetgedrag.”

“Denk bijvoorbeeld aan je sociale leefomgeving. In wat voor soort gezin ben je opgegroeid? Wat at je als kind? Wat kreeg je mee over gezonde voeding? Wat is ‘stoer’ om te eten? Met welke mensen ga je nu om?”

“Maar ook je fysieke omgeving is belangrijk. In welke stad woon je? En in welke wijk? Hoe ziet het voedselaanbod eruit waar je dagelijks aan bloot wordt gesteld? Met andere woorden: hoe ziet je voedselomgeving eruit? Al die factoren hebben invloed op je eetgedrag.”

Is die invloed voornamelijk positief of negatief?

“Sinds de jaren tachtig is het aanbod van producten die rijk zijn aan suiker, vet en zout, enorm toegenomen. Ongezondere en sterk bewerkte producten hebben nu zelfs de overhand. Kijk naar treinstations. Die hadden vroeger misschien één kiosk, maar nu zijn het eetparadijzen. Ook in de schappen van supermarkten hebben ongezonde producten inmiddels de overhand. Parallel aan deze trend zien we een stijging in overgewicht en obesitas.”

“We kunnen dus wel stellen dat onze omgeving vaak een negatieve invloed heeft op ons eetgedrag. De hamvraag is echter: kunnen we onze omgeving ook zo inrichten dat het maken van een gezonde keuze gemakkelijker wordt?”

Waar komt die overdaad aan vet, zout en suiker vandaan?

“Daar zijn veel verschillende redenen voor. Het is bijvoorbeeld terug te leiden tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Kort na de oorlog werden boeren gesubsidieerd om zoveel mogelijk voedsel te verbouwen voor zo laag mogelijke prijzen, om voedselschaarste tegen te gaan. De voedselproductie in westerse landen ging echter zo voorspoedig dat de honger verdween en er een overschot ontstond. Er werd gezocht naar manieren om dat overschot te kwijt te raken en zo kwam de promotie van voedingsmiddelen eind twintigste eeuw op gang. De porties werden groter, er kwamen nieuwe, maar vaak ongezondere, producten op de markt en er werd meer ingezet op marketing. Ook nu zijn de kosten voor de productie van sterk bewerkte producten veelal lager dan dat van minder sterk bewerkte of verse producten. Sterk bewerkte producten bestaan veelal uit goedkopere grondstoffen, worden in grotere hoeveelheden geproduceerd, zijn langer houdbaar en hoeven meestal niet gekoeld te worden bewaard.”

“Daarnaast zijn die producten gewoon erg lekker, want we hebben nu eenmaal een biologische voorkeur voor zoet, zout en vet. Het is dus een samenspel van vraag en aanbod. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in de opkomst van kant-en-klaarmaaltijden: dat gaat hand in hand met het feit dat we allemaal veel drukker zijn. Je kan je echter afvragen of consumenten echt vragen naar ongezondere producten. Of worden ze ons zó massaal aangeboden dat het wel heel moeilijk wordt om ze niet te kopen?”

"Vroeger was het een kleurentelevisie, nu zijn het gojibessen en quinoa"

Zie je ook een trend richting gezonde voeding?

“Ja, maar wel bij een beperkt deel van de maatschappij. Bij hoger opgeleide mensen, met een hoger inkomen, is gezonde voeding een hot topic. Bijna iedereen is er mee bezig. Het is zelfs een manier aan het worden om je te onderscheiden. Vroeger was dat een kleurentelevisie, nu zijn het gojibessen en quinoa. De mensen met lage inkomens blijven hierin achter.”

Hoe komt dat?

“Daar wordt momenteel heel veel onderzoek naar gedaan, want een volledige verklaring voor deze sociaaleconomische verschillen is er nog niet. Uiteraard is de prijs van voeding één belangrijke factor en speelt deze een rol in de verschillen. Ongezondere vlug-klaarproducten zijn nou eenmaal een stuk goedkoper.” 

“Neem gezond ‘fastfood’. Dat zie je steeds meer opkomen, maar wel voornamelijk in de yuppenbuurten van grote steden. Dat is logisch, want de prijzen zijn al snel drie keer zo hoog als die van producten in een normale snackbar. Ook supermarkten bieden steeds meer gezonde producten aan, maar ook daar moet je er dieper voor in de buidel tasten.”

“Dat is een probleem. Tegelijkertijd liggen er enorme kansen voor innovatie. Hoe kunnen we gezonde producten ontwikkelen die concurreren met ongezonde snacks, zowel qua smaak als qua prijs, én voldoen aan de criteria van de schijf van vijf? Daar ligt een gouden kans voor de markt, want momenteel komen we niet veel verder dan een appel of een zakje wortels met humus. Dat concurreert natuurlijk totaal niet met een kroket of patatje met. In het onderzoeksproject ‘de gezonde toer’ onderzoeken we met een interdisciplinair team van Future Food-wetenschappers welke kansen hier liggen.”

Hoe kunnen we een gezondere leefomgeving creëren?

“Ongeveer 70 procent van de producten die momenteel in de supermarkt ligt, past niet in de schijf van vijf. Daar ligt een belangrijke taak voor supermarktketens: hoe draai je dat om? Ik denk dat supermarkten dit als collectief moeten oppakken en moeten beginnen met kleine doelen. Hoe kan je gedurende de jaren een gezonder aanbod creëren? Ik denk dan al snel aan kleine veranderingen: meer schapruimte voor gezonde producten en meer gezonde producten op ooghoogte.”

“Daarnaast ligt er een hele belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Dat klinkt misschien als betutteling, alsof de overheid bepaalt wat we eten, maar het is niet zo dat we nu wel een vrije keuze hebben: het aanbod bepaalt nu al in grote mate wat we eten. Als de overheid kan sturen richting gezondere eetgewoontes, moet dat zeker benut worden. Ik denk ook dat het kan. Je zag het met sigaretten: de hogere accijnzen resulteerden in significant minder rokers.”

“Zo is bekend dat een taks op ongezonde en sterk bewerkte producten een positieve invloed kan hebben. Met de opbrengst daarvan zouden we groente en fruit juist goedkoper kunnen maken. Zo’n maatregel kan in eerste instantie op weerstand stuiten, maar dat was bij de verhoogde accijnzen op sigaretten ook zo. Maar dat werkte wel.”

"Amsterdam laat zien hoe een stad gezond gedrag kan faciliteren"

Neemt de overheid momenteel genoeg verantwoordelijkheid?

“Daar kan nog wel een tikje bovenop. Kijk naar de recente btw-verhoging op basisproducten, zoals groente en fruit. Dat vind ik echt zonde. Het nieuwe kabinet introduceert wel een nationaal plan voor de preventie van overgewicht, maar zo’n maatregel staat daar volledig haaks op.”

“Op lokaal niveau zie ik wel veel positieve dingen gebeuren. Amsterdam is het schoolvoorbeeld van hoe een stad gezond gedrag kan faciliteren. Zo heeft de hoofdstad een integrale aanpak om alle kinderen in 2033 op gezond gewicht te krijgen, worden er geen suikerhoudende dranken meer geschonken op kinderdagverblijven en wordt in metro’s geen reclame meer gemaakt voor ongezond voedsel.”

Wat kan de consument zelf doen?

“Allereerst moet je inzicht krijgen in je eigen eetgedrag. Pas dan weet je wat je moet veranderen. Hou daarom een eetdagboek bij en voer die in op de Eetmeter van het Voedingscentrum, om vervolgens te bekijken wat je kunt veranderen aan jouw voedingspatroon. Daar zit de schijf van vijf achter en dat is nog steeds een hele sterke leidraad voor een gezond voedingspatroon. Globaal kan worden gesteld: eet gevarieerd, eet weinig sterk bewerkte producten en eet met mate.”

“Toegegeven, de schijf van vijf is niet heel hip en sexy en kan niet op tegen de foodblogs en Instagram-foto’s van tegenwoordig. Maar het voedingsadvies is nog steeds sterk, gebaseerd op internationale wetenschappelijke inzichten en laat zien dat gojibessen, quinoa en avocado’s geen must zijn voor een gezond dieet.”

Dit artikel maakt deel uit van de themamaand Future Food & Health, waarin DuurzaamBedrijfsleven op zoek gaat naar de innovaties, businesscases en visies die bijdragen aan de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem. Andere achtergronden en nieuwsberichten rondom dit thema vind je hier

Hoofdafbeelding: Shutterstock.com