05-12-2017 16:19 | Door: Joyce de Thouars

Bij steeds meer Nederlandse gemeenten staat het hoog op de agenda: voedselbeleid. Iedereen is het erover eens dat voedsel gezond én duurzaam moet zijn, maar dat er ook een boterham verdiend moet worden. Hoe kan een gemeente met haar beleid zowel sociale als economische impact hebben? De gemeente Ede geeft het voorbeeld.

Waar Amsterdam zich sterk maakt voor educatie en gezondheid en Rotterdam zich inzet voor de economische kant van voedsel, heeft Ede gekozen voor een integraal beleid dat de hele keten omvat. Van productie tot consumptie.

Integraal voedselbeleid

Waarom een integrale aanpak? DuurzaamBedrijfsleven Media spreekt met Froukje Idema, programmamanager food bij de gemeente Ede. “We hebben voor dit beleid gekozen omdat het voedselsysteem integraal is. Het gaat niet alleen om productie, maar ook over voedselzekerheid, gezondheid en de bewustwording van wat men eet”, legt Idema uit. Met andere woorden: je kan niet de voedselketen maar op één plek aanpakken en daarmee succesvol zijn.

Daarbij hoort een integrale voedselaanpak bij het beleid van Ede. “In Ede willen we goed voor elkaar en de leefomgeving zorgen”, verduidelijkt Idema. “Daarbij is het zeker niet onbelangrijk dat de regio er ook geld aan kan verdienen.”

'Food als verbinding voor een economisch en sociaal sterke stad'

Door zich niet alleen op de sociale- en gezondheidsaspecten te richten, maar ook op de economische, worden alle aspecten versterkt. De voedselvisie beoogt enerzijds de economische kracht van Ede te versterken, waarbij de gemeente een sterke concurrentiepositie ontwikkelt ten opzichte van andere steden in het aantrekken van bijvoorbeeld bedrijven en kennisinstellingen. De sociaal-maatschappelijke kracht uit zich onder andere in het stimuleren van ontmoeten en verbinden en het faciliteren van bewustwording rondom gezond en duurzaam voedsel.

Ook als je naar de historie van Ede kijkt is het begrijpelijk waarom de stad juist zo sterk op ‘Food’ inzet. “Van oudsher heeft Ede een sterke verbinding met voedsel. Zo is de landbouw sterk vertegenwoordigd in de regio en zijn er al veel ondernemers met voedsel bezig”, legt Idema uit. "Bovendien ligt de stad in het hart van Food Valley, een internationale topregio voor kennis en innovatie op het gebied van voedselproductie. Hier ontstaan uit een netwerk van bedrijven, overheid en kennisinstellingen vele innovaties in voedselproductie en -bereiding."

"Het is uniek in Nederland dat Ede een wethouder met voedsel in zijn portefeuille heeft"

Dit is bij uitstek het geval in het World Food Center, waarvan de opening in 2020 is gepland. “Hier zien en beleven de bezoekers waar ons voedsel vandaan komt, hoe het wordt geproduceerd, bewerkt, getransporteerd en geconsumeerd. Tegelijk is het een broedplaats waar kennisinstellingen en bedrijfsleven nieuwe ontwikkelingen en markttoepassingen uitproberen," vertelt Idema.

Het integrale voedselbeleid maakt Ede een pionier in Nederland op dit gebied. “Het is een politieke keuze en we zetten er daarom ook zwaar op in”, onderstreept Idema. Dat betekent dat er echt werk van wordt gemaakt en er een budget aan wordt gehangen. Het is daarnaast bijzonder dat Ede een wethouder heeft die verantwoordelijk is voor voedsel. “Dat is uniek in Nederland. Er was tot nu toe geen wethouder die voedsel in zijn portefeuille heeft.”

Samenwerking

De stad is nu tweeënhalf jaar verder en de uitvoering van het programma verloopt goed. Idema legt uit dat het programma binnen drie clusters wordt uitgevoerd: economie, sociaal en beleidsprofilering. Hierbij wordt met interne en externe partijen samengewerkt. “Hoe kan een voedselbeleid bijvoorbeeld wijkteams helpen? En hoe kan een dergelijk beleid assisteren bij sociale cohesie bij ouderen die eenzaam zijn? Hoe kan het van betekenis zijn voor onze ambtenaren die met mensen in het buitengebied werken waar veel obesitas is?”, somt Idema de voorbeelden van interne samenwerking op.

Voedselbeleid

Extern zijn ook al verschillende samenwerkingsverbanden opgezet. Zo bestaat de Alliantie Voeding, die tien jaar geleden is opgericht door de Wageningen University en Research (WUR), en het Gelderse Vallei Ziekenhuis. “Wij willen de projecten die de alliantie doet heel graag uitrollen in onze eigen achtertuin. Als er bijvoorbeeld projecten zijn over kinderen met obesitas, dan kunnen we samenwerken omdat wij weten waar deze kinderen zijn”, vertelt Idema.

Ondernemerschap en innovatie

Om samenwerkingen en innovatie te stimuleren heeft de gemeente digitale netwerken ontwikkeld waar partijen elkaar kunnen vinden. Een mooi voorbeeld waar potentiële partners worden samengebracht is de FoodFloor, een initiatief van EetbaarEde en Stichting Smaakstad Ede. Dit initiatief wordt drie keer per jaar georganiseerd en geeft start-ups de gelegenheid om hun idee te pitchen. “Als het in de smaak valt kunnen ze steun krijgen. Het is echt een markt met een soort makelaarsfunctie”, legt Idema uit.

De FoodFloor geeft ook ruimte om uiteenlopende voedselvraagstukken aan te pakken. “Zo hadden we het recent nog over korte ketens, en hoe we productinnovatie kunnen aanjagen. En hoe kunnen we, los van nieuwe producten andere creatieve ideeën, voor verspreiding zorgen?”, licht Idema toe. Verschillende ideeën zijn door de FoodFloor al vormgegeven. Voorbeelden zijn een melktap, een eiertap, en stadsvarkens. Niet allemaal uniek, maar wel mooie voorbeelden van hoe een integrale aanpak tot sterke businesscases leidt.

"FoodFloor is echt een markt met een soort makelaarsfunctie waar start-ups hun idee kunnen pitchen"

Een andere recente ontwikkeling is de ondertekening van het Herenboeren-concept. Hierbij wordt door een groep mensen een coöperatie opgericht om samen met een boer duurzaam voedsel te produceren. “Dat gebeurt natuurlijk al op andere plekken in Nederland maar nu ook in Ede”, vult Idema aan. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden waaruit blijkt hoe ondernemerschap en innovatie bijdragen aan de invulling van het voedselbeleid in de regio.

De eerste biologische kalverhouderij in Nederland, Ecofields, is daar ook een mooi voorbeeld van, vindt Idema. “Door zich te focussen op productinnovatie heeft het bedrijf een niche in de markt gevonden. En hierdoor kunnen weer ondernemers met een onzeker toekomstperspectief geïnspireerd raken.” Dit zijn projecten die de gemeente probeert te faciliteren en te stimuleren. Dat dit niet altijd nodig is blijkt uit de plaatsing van wijngaarden naast de bioscoop Cinemec. “Daar hebben we helemaal niets voor hoeven te doen, maar we vinden het leuk om dit soort ondernemerschap in het zonnetje te zetten”, aldus Idema.

Meten is weten

Al die initiatieven zijn natuurlijk belangrijk en inspirerend, maar hoe weet je of ze ook echt impact hebben? Idema erkent dat er nog nergens in Nederland data bestaan om deze vraag te beantwoorden. “Daarom zetten we in Ede zwaar in op monitoren en assessment. Het écht onderzoeken en het bepalen van indicatoren om het beoogde en uiteindelijke effect vast te stellen”, beredeneert Idema.

Een voorbeeld hiervan is een samenwerking met de gemeente Amsterdam en WUR om het resultaat te meten van een schoollunch. Idema benadrukt: “Dat weten we natuurlijk pas over een paar jaar. Als een kind nu leert over gezond eten dan maakt dat over vier jaar pas verschil. Maar we moeten het wel meten.”

"Je moet wel het lef hebben om even bij anderen in de keuken te kijken en dan te zeggen hoe jullie het doen, zo gaan wij het ook doen"

De Foodvalley-monitor is een ander project dat kwantitatief inzicht moet geven in de prestaties van Ede en de regio. De noodzaak voor dit project blijkt uit de vele vragen die tot nu nog onbeantwoord bleven. “Hebben we veel start-ups? Hebben we veel innovatieve ondernemers? Breidt de agrifood business zich uit of juist niet?”, noemt Idema een paar voorbeelden op. Daarom is er een monitor gebouwd die nu een tweede fase ingaat. Ook hierin was samenwerking essentieel. Er was namelijk al een regio die had laten zien hoe het kan: Agrifood Capital. “Maar je moet wel het lef hebben om even bij anderen in de keuken te kijken en dan te zeggen: hoe jullie het doen, zo gaan wij het ook doen”, stelt Idema.

City Deal Voedsel

De bovenstaande voorbeelden geven al aan hoe belangrijk samenwerking op verschillende niveaus is. “We hebben samenwerking nodig op lokaal, regionaal en nationaal niveau”, benadrukt Idema, ”We kunnen wel als grote stad lokaal voedselbeleid maken, maar dat verhoudt zich niet tot de regio. Dus we zijn ook aan aanjager van regionaal voedselbeleid.”

Daarnaast werkt Ede samen met andere steden op voedselbeleid. “We zijn allemaal bezig met voedsel en hebben onze ervaringen daarmee te delen met elkaar”, stelt Idema. Er kunnen namelijk belemmeringen zijn waar gemeentes tegenaan lopen die nationaal moeten worden aangekaart. Denk hierbij aan zaken rondom de omgevingswet of regulering rond voedselveiligheid.

Aan het begin van het jaar hebben twaalf gemeenten, waaronder Ede, de provincie Gelderland en drie ministeries, de City Deal Voedsel ondertekend. City Deal-concepten zijn in Nederland vanzelfsprekend, maar internationaal gezien uniek. Wat is er al bereikt sinds de kick-off? De gemeenten blijken vooral bezig te zijn geweest om in kaart te brengen wie welke ervaring heeft en waar opgeschaald kan worden.

Als voorbeelden noemt Idema ervaring met gezonde bedrijfskantines, samenwerkingen met ziekenhuizen, opzetten van campagnes tegen voedselverspilling, en circulair ondernemen. “Hoe kunnen we elkaars ervaring inzetten en wat hebben we dan nog nodig van de nationale overheid?”, vat Idema samen.

Internationale erkenning

De integrale aanpak van Ede is internationaal niet onopgemerkt gebleven. Zo heeft de stad in oktober de Milan Pact Award in Valencia gewonnen voor de governance van haar integrale beleid. De award is een initiatief van het Milan Urban Food Policy Pact, een samenwerkingsverband van meer dan honderd steden die wereldwijde voedselzekerheid en duurzame ontwikkeling nastreven.

“In Nederland is het motto vaak 'doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg', maar we zijn erg trots op de prijs”, bekent Idema. “Het is een erkenning voor de manier waarop we horizontaal integreren door intern en lokaal samen te werken met stakeholders, en dit verticaal opschalen naar regionaal en nationaal niveau.”

"Het food-programma is echt een vliegwiel geworden in de laatste jaren"

Idema realiseert zicht dat de inzet op de horizontale kant belangrijk is. “Het is de realiteit. Er komen nieuwe gemeenteverkiezingen en het is belangrijk om het programma goed te verankeren, zodat projecten doorgaan. Dat betekent tegelijkertijd dat je moet durven op te schalen.”

De stad wil ook haar internationale bekendheid verder vergroten in de toekomst. Zo speelt Ede zichzelf slim in de kijker door initiatieven als de Wereld Voedseldag in de stad te houden. Het evenement vond afgelopen oktober plaats op het terrein van het langverwachte World Food Center.

Tot de mooiste resultaten behoren voor Idema tot nu toe hoe het food programma een vliegwiel is geworden in de laatste jaren. “Er zijn heel veel initiatieven naar een hoger plan getild. Mensen en bedrijven nemen verantwoordelijkheid”, blikt Idema terug. “En daar zijn de samenwerking met het ziekenhuis, de FoodFloor en een project met obesitas waar wijkteams en sportcentra aan deelnemen, mooie voorbeelden van.”

Interview: Froukje Idema, Gemeente Ede | Foto: Shutterstock.com (hoofd), Gemeente Ede (in tekst)