11-12-2017 10:04 | Door: Chris Thijssen

De standaard zetten voor de voedselketen van de toekomst, dat is wat Drees Peter van den Bosch, directeur van Willem&Drees voor ogen heeft. De komende jaren wil hij met een aanbod van lokale en biologische maaltijdboxen écht impact maken. “Tien jaar geleden noemde men lokaal en biologisch een hype, nu is er steeds meer grond voor”, aldus Van den Bosch.

Donderdagochtend in Cothen. In de loods van Willem&Drees stapelen werknemers oranje kratten vol groente en fruit op elkaar. Zuivel en vlees worden in een aparte koeling gesorteerd. De producten zijn afkomstig uit Nederland en seizoensgebonden. “Dat betekent in de herfst: geen paprika’s, tomaten en komkommers, maar boerenkool, pompoen en postelein”, zegt directeur Drees Peter van den Bosch, terwijl hij de inhoud van een krat inspecteert.

De zogeheten Beeboxen worden later die dag opgehaald door franchisenemers van Willem&Drees, die de maaltijdboxen door heel Nederland verkopen.

duurzame maaltijdbox

Biologische groente en fruit

Van den Bosch, voorheen werkzaam bij Unilever, startte Willem&Drees in 2009 met partner Willem Treep. De eerste zeven jaar leverde de onderneming biologische en lokale groente en fruit aan Nederlandse supermarkten. In 2015 fuseerde het bedrijf met Beebox, dat direct aan de consument maaltijdboxen met Eko-keurmerk verkocht.

De twee bedrijven gingen verder als één coöperatie, met als doel: de verandering van de voedselketen versnellen. Inmiddels telt de coöperatie meer dan tweehonderd leden, van burgers en boeren tot bedrijven en organisaties als dutch, enbiun, ABN Amro en Social Impact Fund (AASIF). 

Inmiddels biedt Willem&Drees verschillende Beeboxen aan: van maaltijdboxen voor gezinnen en vegetariërs tot vers- en koolhydraatarme boxen. Dit jaar levert het bedrijf er zo’n 150.000. Dit jaar kunnen consumenten bovendien voor het eerst een vegetarische Kerstbox bestellen.

“Wij willen de nieuwe standaard zetten voor de voedselketen van de toekomst”, zegt Van den Bosch. “Daarbij houden we vast aan drie belangrijke pijlers: het gaat over duurzaam, gezond en hoe het is georganiseerd. Dat laatste noemen wij democratisch.”

Democratisch? Vertel.

“We zijn een coöperatie die werkt vanuit vier B’s: zowel boeren en burgers als banken (financiers) en businesses zijn lid. We werken vanuit deze structuur, omdat we geloven dat je problemen en dilemma’s in de voedselketen met elkaar moet oplossen. In de coöperatie worden alle belangrijke besluiten door onze leden genomen.”

“Dat is soms wel lastig, want ook al is iedereen het over het einddoel eens, in de dagelijkse gang van zaken heb je natuurlijk te maken met verschillende dilemma’s. Zo bespreken we bijvoorbeeld met elkaar welk deel van de opbrengst naar de boer gaat. Als een consument vervolgens zegt dat onze producten te duur zijn, dan vind ik dat een goede discussie, waarin ook de boer moet worden betrokken. Er moet een goede balance of power zijn, zodat de verantwoordelijk gezamenlijk wordt genomen. Dan los je problemen op.”

"We willen laten zien dat het mogelijk is om een ander soort voedselketen op te zetten"

Wat betekenen de andere pijlers voor jullie: duurzaam en gezond?

“Duurzaam gaat wat ons betreft over veel groente en fruit, van zo dichtbij mogelijk. Wij geloven in lokale voedselketens, waarin biologisch wordt geteeld. Een van de grootste problemen in de toekomst is uitputting van de gronden, doordat kunstmest opraakt. De gronden op lange termijn vruchtbaar houden is dus een enorme uitdaging. Maar als je de kringlopen dicht bij huis, op duurzame wijze weet te sluiten, dan blijft het land bruikbaar.”

“Ook een versnelling van de eiwittransitie, van een overwegend dierlijk naar een meer plantaardig dieet, is van belang. Daarom zeggen wij: groente en fruit absoluut in de hoofdrol. We kijken daarnaast naar hoe je dierlijke eiwitten kunt eten, zodat ze passen in de kringloop. Zo kiezen we heel bewust voor stiertjes uit de melkveesector. Want bij de productie van melk en kaas hoort ook de productie van vlees – van uitgemolken koeien en stiertjes. Dus als je kaas of melk eet, hoort het erbij dat je een klein beetje vlees eet. We zijn op zoek naar hoe die kringlopen precies met elkaar kloppen.”

“Daarnaast staan we voor onbewerkt. We geloven er niet in dat iemand groot ‘gezond’ op een product zet, maar dat je als mens wat meer de regie moet hebben over wat je eet. Dat betekent dat je iets meer moet weten over wat je in je mond stopt. Wij nemen de klant mee en laten zien: dit is het seizoen voor boerenkool en winterpostelein. Als je voor ons kiest, dan weet je dat je met de seizoenen mee-eet. Je ziet nu dus geen tomaten, paprika’s en komkommers; die hebben we niet in de winter.”

Je wilt met Willem & Drees en Beebox de standaard zetten. Hoe zie je dat voor je?

“Enerzijds willen we een goed renderend bedrijf zijn, maar anderzijds hebben we ook een sociale missie. We willen laten zien dat het mogelijk is om een ander soort voedselketen op te zetten. Tijdens de eerste jaren van Willem & Drees en Beebox zijn we een soort voorbeeld geweest. Onze aanpak en visie op het vlak van lokale voeding hebben veel navolging gehad. Ik ben tevreden over het feit dat we dit thema hebben geagendeerd. En over dat het klopt; tien jaar geleden noemde men het een hype die weer zou overwaaien, maar nu is er steeds meer grond voor.”

“We hebben dus impact gehad, maar vooral omdat we een verhaal hebben verteld en op kleine schaal hebben laten zien dat het kan. Dat is fijn. Maar voor de komende vijf jaar willen we écht impact hebben. Als de grote stroom merkt dat er inderdaad animo voor biologische en lokale voeding is en denkt ‘wij moeten onze bedrijfsvoering aanpassen’, dan is onze missie geslaagd.”

Hoe zorg je voor ‘echte’ impact?

“Daarvoor hebben we meer volume nodig. We hebben nu een groep van echt bewuste consumenten, die voortkomen uit de Beebox-klanten. Dit is een heel trouwe groep. Maar die kunnen we niet verviervoudigen. Dus willen we de stap maken naar de wat ‘lichtgroenere’ consument. Dat zijn consumenten die boodschappen doen in de normale supermarkt en daar veel duurzame producten kopen, maar soms denken: is dit wel allemaal oké? Zou dit niet wat beter kunnen? Deze groep is heel geschikt voor ons.”

“We hebben deze consumenten de afgelopen jaren al veel als leden gehad, maar na een tijdje zijn we ze helaas ook weer kwijtgeraakt. Want uiteindelijk blijkt ons product toch niet helemaal in hun leven of ritme te passen. Vanaf dit jaar proberen we het die groep dus ook wat gemakkelijker te maken.”

Gemakkelijker? Leg uit?

“We voorzien bijvoorbeeld gezinsboxen van makkelijkere en meer kindvriendelijke recepten. Daarnaast bieden we de mogelijkheid om naast een box ook losse producten, zoals brood en kaas, bij te bestellen. We hebben het aanbod dus echt verbreed om het een stuk makkelijker en completer te maken. We zien dat die groep daardoor langer blijft en dat de instroom groeit. We weten de ‘lichtgroene’ consument dus steeds beter aan ons te binden, maar we hebben nog een lange weg te gaan.”

Wat is het grootste obstakel om in dat gemak te voorzien?

“Een tijdje geleden kwamen we tot de conclusie dat we onszelf gevangen hielden in het principe van 100 procent Nederlands en een maaltijdbox willen zijn. Omdat alles uit Nederland moest komen, hadden we bijvoorbeeld een gerecht dat op nasi leek, maar in plaats van rijst met Nederlandse parelgort moest worden gemaakt. Die parelgort moest voor het koken echter drie uur lang worden geweld. Als je ’s avonds na je werk snel een maaltijd op tafel wilt zetten, schiet dat niet op. Dus we hebben gezegd: soms heb je rijst of andere producten nodig, zoals tomatenblokjes. Als wij die op een goede en eerlijke manier inkopen, dan past dat in een maaltijdbox.”

"Als we meer volume maken, groeit onze impact, ook in de keten"

Maar het uitgangspunt blijft 100 procent Nederlands?

“We zijn een coöperatie van Nederlandse boeren, dus we zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat we met hun producten als basis verder gaan. Onze versboxen bestaan nog steeds alleen uit Nederlandse producten. Voor de overige boxen werken we aan betere oplossingen, zoals eigen productie van tomaten uit blik of potten. Daar zijn we onlangs mee gestart.”

“Een tomatenteler in de buurt had bij zijn laatste oogst last van vliegjes, waardoor de tomaten net wat minder van kwaliteit waren. We hebben de tomaten laten invriezen en gebruiken deze nu om in samenwerking met De Verspillingsfabriek in Veghel pizza- en pastasaus van te maken. Die producten kunnen we vervolgens in de winter toevoegen aan onze boxen. Hetzelfde hebben we gedaan met een badge van 10.000 verkleurde pompoenen van een van onze telers. We hebben deze pompoenen tegen de normale prijs afgenomen en maken daar soep van, ook in De Verspillingsfabriek.”

“Als volumes groter worden, is dit een mooie kans voor ons om ook die reststroomverwaarding via onze bestaande telers te realiseren. Alle telers hebben reststromen, maar daar kunnen we pas echt iets mee doen als het volume groeit. Je kunt niet elke week tweehonderd pompoenen ergens naartoe brengen om er soep van te maken; dan gaat de prijs door het dak. Je hebt grote aantallen nodig. Dus als we meer volume maken, groeit onze impact, ook in de keten.”

Wat wil je de komende tijd naast groei bereiken?

“We willen focussen op het samenvoegen van meerdere duurzame initiatieven, zoals we destijds met Willem & Drees en Beebox hebben gedaan. Daar zou ik graag een voorloper in willen zijn. Ik heb mijn baan bij Unilever opgezegd en veel energie gestoken in Willem & Drees en Beebox. Dit is een onderwerp waar ik me goed bij voel en waar ik een bijdrage aan wil leveren."

"Ik spreek veel mensen met dit soort verhalen en vergelijkbare ambities. Het zijn altijd pioniers, mensen die een idee hadden en zijn gestart. Maar als je mee wilt gaan in de concurrerende markt van vers eten, dan moet je je mannetje staan tussen bedrijven als Amazon en Hello Fresh. Dat lukt beter als gelijkgestemden zich verenigen.”

duurzame maaltijdbox

Foto's: Willem&Drees