21-11-2019 10:02 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Nederland is de op één na grootste landbouwexporteur van de wereld, na de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research en Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Hiermee heeft Nederland een belangrijke rol in het voeden van de groeiende wereldbevolking. Maar hoe worden we nu wereldwijd de onbetwiste koploper op het gebied van gezonde én duurzaam geproduceerde voeding?

Volgens Marian Geluk, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI), zijn we in Europa reeds koploper. “Al zijn er natuurlijk ook bij ons nog volop uitdagingen. Maar als ik in Brussel ben, dan merk ik dat qua zelfregulering en onze wetgeving Nederland vooroploopt.” Ook wereldwijd loopt Nederland voorop met innovatieve, gezonde producten, meent Geluk. “Onze voedselproductie staat op een zeer hoog niveau.”

Babymelkpoeder

De kwaliteit van Nederlandse voedingsmiddelen staat internationaal in hoog aanzien, bevestigt Cor Pierik, projectleider milieupublicaties en woordvoerder bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Als we bijvoorbeeld kijken naar de export van babymelkpoeder dan is dat de laatste tien jaar geëxplodeerd. Dat komt omdat het imago van Nederlandse babymelkpoeder – vooral in China en Hongkong – enorm hoog is.”

Ook de robotisering speelt een belangrijke rol, meent Pierik. “Door allerlei innovatieve technologieën kunnen producten worden gescreend. En ook de precisielandbouw neemt een hoge vlucht in Nederland: dat je ieder plantje op het juiste moment de juiste voedingsmiddelen en de juiste hoeveelheid licht geeft om zo optimaal mogelijk te kunnen groeien. Op die manier kun je een extra slinger geven aan de voedselveiligheid en gezondheid.”

Efficiënte productie

Volgens Pierik is Nederland wereldwijd nog niet helemaal koploper. “In ons land is behoorlijk ingezet op het produceren van duurzame voedingsmiddelen. Je ziet dat in supermarkten al veel voedingsmiddelen worden verkocht die een duurzaamheidslabel hebben. Je hebt wel een stuk of tien tot vijftien verschillende duurzaamheidslabels in de voedingsmiddelenwereld. En dat gaat best hard. Maar wanneer ben je koploper in de wereld? Dat is eigenlijk op het moment dat je voetafdruk van wat je produceert zo klein mogelijk is; dat het product de minste milieubelasting veroorzaakt.”

 “Onze voedselproductie staat op een zeer hoog niveau"

Volgens Pierik doet Nederland aardig zijn best om zo efficiënt mogelijk te produceren. “Dat zien we aan verschillende dingen, onder andere wanneer je kijkt naar hoeveel energie we vroeger in een eenheid stopten en hoeveel energie we er nu in stoppen. Gewone fossiele brandstoffen maar ook elektriciteit en gas. Dan zien we inderdaad dat de energie-efficiency toeneemt, en dat we ook steeds meer in staat zijn met zo weinig mogelijk milieubelasting onze landbouwproducten te produceren.”

Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid

Om de koppositie van Nederland op het gebied van een veiliger, gezonder en duurzamer voedselsysteem verder te versterken, moeten volgens Pierik verschillende maatregelen worden genomen. “Er zijn talloze knoppen waar je aan kunt draaien. Je moet ervoor zorgen dat de milieudruk beperkt blijft, dus dat de stikstofverliezen omlaag gaan. Dat de emissie van fijnstof wordt gereduceerd. Ook de uitstoot van broeikasgassen moet omlaag. Verder wil je dat er minder energie wordt gebruikt; dat men nog efficiënter gaat produceren. Je wilt dat er met minimale input van grondstoffen maximale landbouwproducten worden geproduceerd, dus je kijkt ook naar je grondstoffenbalans.”

Ook binnen FNLI spelen de thema’s veiligheid, gezondheid en duurzaamheid een grote rol, vertelt Geluk. “FNLI is een koepel waar negentien branches lid van zijn. Wij zijn de vertegenwoordiger en belangenbehartiger van de levensmiddelenindustrie in Den Haag maar ook in Brussel. Er is een enorme roep om transparantie in voedselketens, dus dat is ook gelinkt aan duurzaamheid. De drie belangrijkste duurzaamheidszaken binnen FNLI zijn Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), reductie van CO2 uitstoot en verpakkingsvraagstukken.”

Reduce, reuse en renew

Het mantra van verpakken is reduce, reuse en renew, aldus Geluk. “Dus hoe kunnen we verpakkingsmateriaal verminderen, hoe kunnen we ervoor zorgen dat het wordt gerecycled en hoe zorgen we ervoor dat we het op een goede manier kunnen gebruiken.” De grootste uitdagingen zijn plastics: “De plastic recycling is nog verre van voldoende en dat is een uitdaging voor iedereen. Voor degenen die materialen maken en voor de levensmiddelenindustrie die op dit moment nog verschillende plastics door elkaar gebruikt, wat de afvalscheiding veel moeilijker maakt.”

De grootste uitdaging is de recycling van plastics

Het is belangrijk dat we reduceren, maar plastic zal blijven bestaan, meent Geluk. “Daar ben ik van overtuigd. Het is een ongelooflijk nuttig en efficiënt verpakkingsmateriaal waarmee we verspilling kunnen voorkomen en waarmee we voedsel veilig houden. Je ziet de hernieuwbare plastics eerder terugkomen in non-food verpakkingen, want voedselverpakkingen staan natuurlijk rechtstreeks in contact met het levensmiddel. Daarvoor gelden hele strenge eisen. Die moeten we ook niet versoepelen, maar dat maakt het circulair zijn van plastic wel heel lastig”.

Verantwoord ondernemen

IMVO is eveneens een belangrijk dossier binnen FNLI. “IMVO gaat over verantwoordelijkheid in de internationale keten. Ben je bijvoorbeeld als Nederlandse ontbijtkoekbakker verantwoordelijk voor een leefbaar loon van een individuele kaneelboer in Sri Lanka? Uiteraard ben je niet rechtstreeks verantwoordelijk voor die ondernemer, maar je bent wel een speler in de keten, aldus Geluk.

Lees meer: Jaap Korteweg verkocht De Vegetarische Slager om de grootste slager ter wereld te worden

“En met een inkoopbeleid heb je enige impact; blijven misstanden in stand of kun je via je inkoop invloed uitoefenen zodat zaken veranderen? FNLI probeert daarom om zaken in de volle breedte aan te jagen in de industrie. Wij hebben tussen de vijfhonderd en zeshonderd leden. Daarmee vertegenwoordigen we – zeker qua omzet – een groot deel van de levensmiddelenindustrie. Er zijn wel een aantal witte vlekken moet ik eerlijk bekennen, want de branches van de vleesindustrie zijn niet aangesloten bij ons.”

Reductie van CO2 uitstoot

Het dossier klimaatbeleid richt zich met name op de uitstoot van broeikasgassen. De levensmiddelenindustrie wil 50 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Geluk: “Dit kan onder meer door (nog verdere) energiebesparing en overschakelen op duurzame elektriciteit. Dit klinkt simpel, maar het is een enorme opgave. Dit kunnen we niet alleen. En het gaat natuurlijk ook over eiwittransitie, dus willen we zorgen voor een aantrekkelijk aanbod van plantaardige eiwitrijke producten.”

De levensmiddelenindustrie wil 50 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990

Vergeleken met andere landen doet Nederland het echt heel goed, aldus Geluk. “In het buitenland wordt vaak naar Nederland gekeken. Niet alleen hoe we produceren, maar ook hoe we met elkaar omgaan: het publiek-private overleg dat in Nederland plaatsvindt en lobbyorganisaties waar onder andere LTO, CBL en FNLI onderdeel van zijn. Ook in ketenverband loopt het in Nederland stukken soepeler dan in andere landen. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.”

Unieke prestatie

Dat Nederland de op één na grootste landbouwexporteur van de wereld is, is best uniek, vindt Pierik. “Ik kan niet anders zeggen. Nederland past qua oppervlakte ruim tweehonderd keer in de Verenigde Staten, die op nummer één staat, dus ons totale exportpakket van landbouwproducten is naar verhouding veel groter. De Nederlandse economie verdient bovendien behoorlijk aan die landbouwexport”, aldus Pierik.

Lees ook: Boeren over duurzame landbouw: “De waarde van voedsel moet omhoog”

In 2018 bedroeg dit ongeveer 45 miljard euro. De toegevoegde waarde van alle landbouwproducten die we exporteren is substantieel. “Als we kijken naar de totale Nederlandse economie dan is landbouw slechts 1,5 procent en het agrocomplex goed voor ruim 7,5 procent van de economie. En als je je dan realiseert dat de exportwaarde van landbouwproducten 90,3 miljard euro bedraagt, bijna 20 procent van het totale nationale goederenexport, dan is dat een bijzondere prestatie.”

Het moet wel enigszins worden genuanceerd, meldt Pierik. “Want we zijn natuurlijk ook wel een handelsland, dus van die 90,3 miljard euro worden ook wel wat landbouwproducten geïmporteerd en vervolgens doorgevoerd naar het Europese achterland. Het is dus niet zo dat van die 90,3 miljard euro export van landbouwproducten echt alles van Nederlandse bodem afkomstig is. Dat is nog weleens een misvatting. Voor de vuist weg is ongeveer 65 miljard euro export van producten van Nederlandse makelij.”

Auteur: Ingrid Rompa 

Beeld: Adobe Stock.