26-11-2019 09:30 | Door: Rianne Lachmeijer

De biodiversiteit nam de afgelopen jaren in rap tempo af en de landbouwsector leidt daaronder. Toch kan de sector ook bijdragen aan aan verbetering ervan. Gestapelde financieringen moeten de businesscase voor boeren rondmaken. In de provincie Drenthe is een pilot gestart om ervaring op te doen met belonen voor biodiversiteitsprestaties. 

Melkveebedrijf Riedstra en Hoving is het eerste bedrijf dat in aanmerking kwam voor deze financieringsvorm. “Ik denk dat je hier een hele goede aanzet mee geeft”, stelt boer Jappie Riedstra. 

Meer dan een miljoen planten- en diersoorten worden met uitsterven bedreigd. Dat concludeerde het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (Ipbes) begin mei. De biodiversiteit nam de afgelopen jaren tien tot honderd keer sneller af dan de afgelopen tien miljoen jaar het geval was. “Daar kan je verschrikkelijk depressief van worden”, zei ecoloog Louise Vet eerder in de Green Leader podcast. Met een negatieve toon kom je echter niet vooruit, stelt de voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).  

“Hoe kunnen we dan toch samen verder komen?” Met optimisme en samenwerking, aldus Vet. Een goed voorbeeld daarvan vindt zij het Deltaplan biodiversiteitsherstel. Zij is onafhankelijk voorzitter van die stichting. “Waarin we dus die hele brede maatschappelijke coalitie bij elkaar hebben gebracht vanuit de ecologie. Vanuit de wetenschappers die het helemaal zat waren dat we al dertig jaar aan de kant staan, zeggend dat het allemaal slecht gaat met de wereld.” Het doel van de stichting: een groene Nederlandse ruimte creëren die een rijke biodiversiteit herbergt qua bodemleven, planten, insecten en boerenlandvogels. Dit toekomstbeeld wil de stichting in 2030 verwezenlijkt hebben.  

Route naar biodiversiteitsherstel 

Negentien organisaties, waaronder kennisinstituten, bedrijven, banken en natuur- en milieuorganisaties zitten in de coalitie. Zij presenteerden vijf succesfactoren die bijdragen aan biodiversiteitsherstel. Het gaat om draagvlak en gedeelde waarden, stimulerende en coherente wet- en regelgeving, nieuwe kennis en innovatie, gebiedsgerichte samenwerking tussen alle grondgebruikers in een regio en het realiseren van nieuwe verdienmodellen. 

'We proberen op deze manier een nieuw businessmodel neer te zetten'

Een voorbeeld van een nieuw verdienmodel is de biodiversiteitsmonitor. FrieslandCampina, het Wereld Natuur Fonds en Rabobank ontwikkelden deze om duurzame melkveehouders financieel te belonen.

“We proberen op deze manier een nieuw businessmodel neer te zetten”, zei Carin van Huët, directeur food & agri Nederland bij Rabobank daar eerder over. Melkveebedrijf Riedstra en Hoving is het eerste bedrijf dat na het invullen van de biodiversiteitsmonitor gestapelde financiering ontving. De pilot loopt in de provincie Drenthe om ervaringen op te doen met het belonen op basis van de biodiversiteitsprestaties. 

Hoe de beloning werkt 

De biodiversiteitsmonitor beoordeelt een onderneming op drie pijlers: functionele agro-biodiversiteit, landschappelijke diversiteit en diversiteit van soorten. De uitwerking van een vierde pijler, waarin het versterken van regionale biodiversiteit centraal staat, staat voor de vervolgfase op de planning.  

Door middel van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) meet de monitor de invloed van een individueel melkveebedrijf op biodiversiteit binnen en buiten het boerenbedrijf. Het gaat bijvoorbeeld om het stikstofbodemoverschot, de ammoniak- en CO2-uitstoot en het percentage kruidenrijk grasland. 

Bekijk de Biodiversiteitsmonitor melkveehouderij

De 25 procent best-scorende Drentse boerenbedrijven krijgen van Rabobank een rentekorting op nieuwe leningen of herfinancieringen van maximaal € 1 mln, de zogenoemde planet impact lening. De provincie Drenthe draagt bij door duurzame melkveehouders te belonen met een jaarlijks bedrag van € 2.500 voor maximaal drie jaar. Tot slot steunt FrieslandCampina de melkveehouders door de melkprijs aan te passen.  

Biodiversiteit op de boerderij 

Voor Jappie Riedstra van melkveebedrijf Riedstra en Hoving pakte de meting goed uit. Hij had van tevoren geen hoge verwachtingen, maar zijn bedrijf is de eerste onderneming die in aanmerking kwam voor deze financieringsvorm. “Op een aantal onderdelen scoorden we heel goed en daar was toevallig ook de beloning op.” 

 Door de deelname aan het project Duurzame Melkveehouderij Drenthe, voorafgaand aan de meting, besloot het melkveebedrijf Riedstra en Hoving 35 hectare van het grasland met klaver in te zaaien. Klaver neemt stikstof op. Daar kan het omringende grasland van profiteren. Zo kan de bemesting van grasklaver door de stikstofbinding veel lager zijn dan bij regulier grasland, schrijft boerderij.nl. Dat heeft een positieve invloed op de KPI stikstofbodemoverschot. 

De meting bracht ook nieuwe inzichten en uitdagingen met zich mee. Zo scoort het bedrijf minder goed op het percentage eiwit van eigen land. Daarbij gaat het erom hoe zelfvoorzienend het bedrijf is in voerproductie en hoe groot de impact op het landbeslag elders is. Deze impact wordt ook wel de voetafdruk genoemd. Zo hebben krachtvoergewassen zoals soja invloed op de biodiversiteit in de regio’s waar deze worden geteeld. Het percentage eiwit van eigen land verhogen blijft de komende jaren nog een uitdaging voor melkveebedrijf Riedstra en Hoving. 

Meerwaarde van stapeling 

Riedstra meldde zich aan voor het project Duurzame Melkveehouderij Drenthe, omdat hij nieuwsgierig was hoe zijn bedrijf zou scoren op het gebied van duurzaamheid. De biodiversiteitsmonitor maakt duurzaamheid tastbaar. “Je weet als ondernemer waar jouw bedrijf staat”, zegt Riedstra. Dat vindt hij een belangrijk voordeel aan de scan. Daarnaast werd hij getriggerd door het geldbedrag dat de provincie Drenthe eraan verbond. 

'Je weet als ondernemer waar jouw bedrijf staat'

Toch is het de stapeling van financieringen die de biodiversiteitsmonitor echt interessant maakt. "Voor die vijfhonderd euro ga je natuurlijk niet bewegen”, aldus Riedstra. Hij benadrukt dat de kracht van de stapeling van beloningen erin zit dat de verschillende partijen op dezelfde indicatoren sturen. Juist doordat ook FrieslandCampina en de Rabobank op dezelfde thema’s belonen, wordt het aantrekkelijk. “Als er maar genoeg partijen zijn die duizend euro in het potje doen, dan wordt het interessant.” Van Huët is zich daar ook van bewust: “Als je naar de sector kijkt is de stimulans vooral groot als we dit met meerdere partijen doen.” 

Voorbij de pilot-fase 

Riedstra zou een duurzaamheidsscan als deze aanraden aan collega’s. De meting kost wel geld, maar "dan heb je een heel goed beeld waar je bedrijf staat." Dat inzicht vindt hij een belangrijk pluspunt. Tegelijkertijd geeft hij aan dat hij verwacht dat alleen mensen die iets in duurzaamheid zien ervoor zullen kiezen om hun bedrijf door te laten meten. 

Na een succesvolle afronding van de pilot willen de betrokken partijen de biodiversiteitsmonitor landelijk uitrollen. Daarvoor is het noodzakelijk dat er voldoende partijen deelnemen aan de stapeling van de beloning. Daarnaast moet het systeem voldoende motiveren, zodat er een beweging op gang komt. Hiervoor is tijd nodig. 

Het instrument is in eerste instantie gericht op de melkveehouderij, de grootste agrarische landgebruiker in Nederland, maar er is er ook een voor de akkerbouw in de maak. Is dit dé manier om biodiversiteit te herstellen of is er meer nodig? Riedstra is voorzichtig met het doen van voorspellingen, maar zegt ten slotte: “Ik denk dat je hier een hele goede aanzet mee geeft.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Food & Health. Lees ook:

Afbeeldingen: Adobe Stock