22-12-2019 09:05 | Door: Rianne Lachmeijer

“Als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het de derde grote CO2-producent zijn, na China en de Verenigde Staten”, weet Margit van den Berg, projectmanager duurzaamheid bij Rabobank. Voedselverspilling verminderen levert direct CO2-besparing én euro’s op. Toch zetten bedrijven er niet massaal op in. Hoe zit dat?

“Als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het de derde grote CO2-producent zijn, na China en de Verenigde Staten”, weet Margit van den Berg, projectmanager duurzaamheid bij Rabobank. Voedselverspilling verminderen levert direct CO2-besparing én euro’s op. Toch zetten bedrijven er niet massaal op in. Hoe zit dat?

Die vraag stelde Margit van den Berg zichzelf ook. “Als Rabobank dachten wij in eerste instantie: ‘Als we die businesscase delen met onze klanten, dan haakt iedereen daar meteen op aan.’ Dat bleek niet zo te zijn.”

De bank stelde zichzelf het doel om bij te dragen aan het behalen van duurzaam ontwikkelingsdoel 12.3: het halveren van de voedselverspilling voor 2030. Dat doet de bank onder andere in samenwerking met andere nationale en internationale spelers, bijvoorbeeld in de coalitie Samen Tegen Voedselverspilling. En ook met eigen initiatieven, zoals de recent gelanceerde Food Waste Challenge in de horecasector. Dit maakt onderdeel uit van het programma Food Forward, dat Rabobank heeft opgezet om voedseloplossingen samen te versnellen.

Ecologische voetafdruk van voedselverspilling

De ecologische voetafdruk benoemt de impact van voedselproductie op biodiversiteit en milieu. Deze impact terugdringen is een uitdaging. Zo blijkt alleen al de impact van voedsel dat niet gegeten wordt hoog. Van den Berg: “Als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het de derde grote CO2-producent zijn, na China en de Verenigde Staten. En wat landgebruik betreft, gebruiken we elk jaar een gebied minimaal ter grootte van China waar we voedsel op verbouwen dat we niet opeten. Dus die impact is enorm.”         

De businesscase

Directeur Wiebe Draaijer maakt onderdeel uit van de wereldwijde coalitie rondom het duurzame ontwikkeldoel 12.3. De coalitie Champions 12.3 liet het World Research Institute uitrekenen wat de businesscase is voor voedselverspilling. Van den Berg: “Die is gigantisch! Er is gewoon zo’n goede businesscase. Als je met verduurzamen aan de slag gaat, dan moet je vaak heel veel investeren voordat dat zich terugverdient. Maar als je iets doet aan voedselverspilling, dan heb je eigenlijk meteen rendement, want je verspilt minder. Hoe simpel kan het zijn?”

'De businesscase is gigantisch!'

Niet zo simpel, blijkt in de praktijk. Ten eerste is verspilling vaak onzichtbaar. Bedrijven meten niet wat ze dagelijks weggooien. Ten tweede maakt verlies vaak onderdeel uit van de verdienmodellen. Dat betekent dat bedrijven geen financiële gevolgen ondervinden van verspilling. Ten slotte blijft de niet-financiële impact onbesproken en ondergewaardeerd.

“Wat is er dan nodig om bedrijven in beweging te krijgen?”, vraagt Van den Berg zich hardop af. Om vervolgens haar eigen vraag te beantwoorden. Bijvoorbeeld via de stichting Samen Tegen Voedselverspilling, die zich zowel op consumenten als bedrijven richt. “Maar vanuit Rabobank wilden we ook ergens echt de lead in nemen. Dus toen hebben we gekeken wat een grote verspillingshotspot is in Nederland. Dat is de horeca.” Rabobank heeft daar als agrifoodbank een groot marktaandeel. “Al onze lokale banken hebben wel restaurants als klanten.”

Voedselverspilling in de horeca

“De sector staat er echt voor open om stappen te maken op dit gebied”, zegt Jos Klerx. Hij is sectorspecialist horeca & recreatie bij Rabobank. “Het is een sector waar de marges relatief beperkt zijn. Als je dan je voedselverspilling kan verminderen, dan betekent dat ook dat je daadwerkelijk euro's overhoudt.”  

Om hoeveel euro’s en CO2-uitstoot het in totaal gaat, is nog niet bekend. Wel weet Klerx uit cijfers van het Europese Refresh project dat er circa 51 miljoen kilogram verloren gaat in de Nederlandse horeca. Dat komt uit op 14 procent van de totale voedselverspilling in Nederland. “Als je dat gaat omrekenen naar inwoners van een stad, uitgaande van een portie van zeshonderd gram, dan kunnen 230.000 inwoners daar een jaar lang elke avond een maaltijd van eten. Dat is gigantisch.”

Besparingspotentieel

Veel partijen in de sector kenden het probleem wel, maar ondernamen nog geen stappen. Een campagnematige aanpak zorgt ervoor dat zij toch die eerste stap zetten. “Alles begint met meten”, stelt Klerx. Daarom start de Food Waste Challenge met een nulmeting en een bepaling van het besparingspotentieel van een horecaondernemer. Vervolgens volgt er een periode waarin de ondernemer voedselverspilling actief aanpakt. Ten slotte volgt een eindmeting. Verschillende horecaondernemers gaan gelijktijdig aan de slag. Tijdens de Horecava vakbeurs volgend jaar januari maakt Rabobank de resultaten bekend.

'Het is schrikbarend wat een hotel weggooit na het ontbijtbuffet'

Nu al merkt Klerx dat de beste aanpak draait om maatwerk, een Italiaans pasta-restaurant heeft andere uitdagingen dan een eetcafé of sterrenrestaurant. Het meten is het onderdeel dat voor elke aanpak cruciaal is. “Het is schrikbarend wat een hotel bijvoorbeeld weggooit na het ontbijtbuffet. Als je geconfronteerd wordt met hoeveel maaltijden dat zijn en om hoeveel euro’s en CO2 dat gaat, dan zie je dat ondernemers, maar ook het keukenpersoneel, denken: Dit moet anders.”

Het betrekken van medewerkers is een ander cruciaal onderdeel. Klerx kent hotelketens die voedselverspilling verminderen in de contracten van de chef-koks opnemen. “Waarbij zij bij ondertekening van de arbeidsovereenkomst ook het huishoudelijk reglement onderteken waarin staat dat zij de intentie hebben om voedselverspilling te verminderen.”

Nog een lange weg te gaan

Om écht stappen te zetten om voedselverspilling tegen te gaan, is een grootschalige aanpak nodig. Dan gaat het niet meer om maatwerk binnen bedrijven, maar om een sectorale en systemische aanpak. Zoals de stichting Samen Tegen Voedselverspilling nastreeft.

Een sociale normverandering kan een grote bijdrage leveren. Van den Berg stelt dat de mensheid altijd bang was tekort te komen, terwijl wij nu verspilling moeten vrezen. De Boston Consultancy Group berekende dat met een groeiende wereldbevolking en weinig systemische veranderingen de voedselverspilling in 2030 niet met 50 procent daalt, maar met 30 procent stijgt. De uitdaging is en blijft daarom groot.

Bedrijven die oplossingen durven te bedenken en innoveren, zijn cruciaal. Daarnaast gaat het erom dat deze oplossingen en innovaties bekend worden in de markt. Van den Berg: “Je ziet vaak dat als er een oplossing is, bedrijven makkelijker het probleem erkennen en er mee aan de slag gaan.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Food & Health. Lees ook:

Afbeeldingen: Adobe Stock