Ruud Zanders van Kipster wacht niet tot de perfecte oplossing zich aandient

De Nederlandse veehouderij is de meest efficiënte ter wereld. Maar ons voedselsysteem is helemaal niet efficiënt, stelt kippenboer Ruud Zanders. Met Kipster brak hij de traditionele pluimveehouderij open en introduceerde hij het eerste klimaatneutrale ei ter wereld. DuurzaamBedrijfsleven sprak hem over zijn visie op het voedselsysteem en de landbouw, groen leiderschap en buiten de gebaande paden gaan.

Ruud Zanders kijkt uit over de 24.000 kippen in de Kipsterstal, die vrolijk rondscharrelen tussen struikjes en boomstammen. Kippen zijn van nature bosvogels, weet hij. “Ik vind kippen leuk, maar het mooiste aan boer zijn vind ik bijdragen aan de voedselvoorziening. En bij Kipster doen we dat op een efficiënte en ethisch verantwoorde manier.”

Dat gaat verder dan een ruime stal voor de kippen. Zo levert het zonnedak van de boerderij in het Limburgse Oirlo met 1.097 panelen meer stroom dan het bedrijf zelf nodig heeft. Het eierdoosje is biologisch afbreekbaar en 90 procent lager in CO2-uitstoot dan een gangbaar eierdoosje. En de CO2-afdruk van een kilo Kipstervoer, gemaakt van reststromen van de levensmiddelenindustrie, is 50 procent lager dan van standaard kippenvoer. Het resultaat: het eerste klimaatneutrale ei ter wereld.

Lidl Nederland waagde als eerste supermarkt de sprong en sloot een vijfjarig contract met Kipster. Inmiddels is de tweede Kipsterstal voor Lidl in aanbouw, wordt er ook voor Lidl België een boerderij gebouwd en krijgt bedrijfscateraar Albron een eigen boerderij. Afgelopen jaar ontving Kipster financiering van Rabobank om verder uit te breiden en een internationaal avontuur aan te gaan. Het bedrijf is in gesprek met afnemers in Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten.

Een zo efficiënt mogelijke voedselvoorziening

Onze voedselvoorziening is inefficiënt, realiseerde Zanders zich toen hij een groep Afrikaanse landbouwspecialisten rondleidde in de Nederlandse pluimveehouderij. Zij waren onder de indruk van de technologische innovaties en vroegen hem naar de succesfactoren.

Zanders had al een eigen boerenbedrijf gehad, was directeur bij Rondeel geweest en was dus de ideale persoon om die vraag te beantwoorden. “Ik begon over een goeie stal, ventilatie, legnesten, goed voer met goede granen en mais. Waarop zij zeiden: ‘Ben je gek? Als we goede granen en mais hebben eten we dat zelf op. Hoe kom je erbij om dat aan die dieren te geven?’ Daar had ik nog nooit over nagedacht.”

Het veranderde Zanders’ kijk op de landbouwindustrie radicaal. Nederland liep voorop op het gebied van efficiënte veehouderij, maar het principe an sich leek hem ineens helemaal niet efficiënt. “Hoe ethisch verantwoord is het om goede grondstoffen, die voor menselijke consumptie geschikt zijn, aan speciaal gefokte dieren te geven als je weet dat 1 miljard mensen op de wereld honger hebben?”

De rol van dieren in het voedselsysteem

Zanders schoof alles wat hij wist over de pluimveehouderij aan de kant en ging op zoek naar de rol van dieren in het voedselsysteem. Hij kwam in contact met Hannah van Zanten. Zij deed op dat moment promotieonderzoek bij Imke de Boer, hoogleraar Dierlijke Productiesystemen aan Wageningen University & Research (WUR). “Zij zei: als jullie op een verantwoorde manier willen bijdragen aan de wereldvoedselvoorziening, dan moeten jullie competitie tussen mens en dier voorkomen.”

70 procent van alle agrarische grond ter wereld wordt namelijk gebruikt voor vee of de productie van veevoer, stelden van Zanten en de Boer. Bovendien eindigt 50 procent van alle geproduceerde granen als veevoer. “Met die granen kun je meer monden voeden, dan dat je uiteindelijk met het vlees zou kunnen doen. Dat is directe competitie tussen mens en dier”, legt Zanders uit. Wanneer dieren rondlopen op gronden waar ook gewassen hadden kunnen groeien, komt daar ook nog indirecte competitie bij.

Reststromen en marginale gronden

Kipster is daarom gebaseerd op een zo efficiënt mogelijk voedselsysteem. In dat systeem worden alle vruchtbare gronden gebruikt voor granen en groente voor menselijke consumptie. De reststromen daarvan gaan naar varkens en kippen, die dit kunnen omzetten in vlees en eieren. Op de marginale gronden, waar niets anders groeit dan gras, kunnen dieren rondlopen die melk en vlees leveren.

“Als iedereen zoveel vlees en zuivel eet als dat wij doen, dan heb je veel meer grondstoffen en landbouwgrond nodig dan de aarde beschikbaar heeft. Maar als iedereen veganistisch zou eten, benut je de reststromen en de marginale gronden niet en heb je ook te veel grond en grondstoffen nodig. En dát is de rol van dieren in ons voedselsysteem”, concludeert Zanders. “Overigens is dat niets nieuws, want mijn oma had in de oorlog ook een varken in de keuken die alleen restjes en groenafval te eten kreeg. Dat was toen heel normaal.”

Het gevoelsleven van dieren

Maar een ethisch verantwoord voedselsysteem gaat voor Zanders verder dan efficiëntie. “We zijn vanaf de oorlog massaal dieren gaan fokken ten behoeve van de productie van dierlijke eiwitten. We waren niet bezig met het gevoelsleven en de intelligentie van dieren. Nu weten we daar veel meer van. Dat verplicht ons om zorgvuldig met dieren om te gaan.” Hij vindt het een voorwaarde dat veehouders hun kennis over de productiekenmerken van vee uitbreiden met kennis over het gevoelsleven van dieren.

Zanders zou graag zien dat een voedselsysteem op basis van reststromen en met aandacht voor dierenwelzijn bij wet wordt vastgelegd. “Het zou verboden moeten worden om grondstoffen die geschikt zijn voor menselijke consumptie aan speciaal daarvoor gefokte dieren te geven.” Hij realiseert zich dat de veestapel daardoor drastisch omlaag gaat. Dat hoeft volgens hem niet te betekenen dat er geen ruimte meer is voor veehouders, wanneer zij een eerlijke prijs ontvangen voor verantwoorde producten. “Maar het kan wel zo zijn dat we van sommige boeren afscheid gaan nemen. Als dat gebeurt, dan moeten we dat met respect doen. Zij hebben de laatste vijftig jaar voor ons eten gezorgd, daar kun je niet zo aan voorbij gaan.”

Faillissement

Zanders kent de traditionele landbouw van binnenuit. Hij groeide op in Oirlo, op de boerderij van zijn ouders. Na zijn studie algemene agrarische economie aan de WUR nam hij het bedrijf over, samen met zijn broer. Het bedrijf had één opdracht: zoveel mogelijk eieren produceren tegen zo laag mogelijke kosten. “Een logisch gevolg van de naoorlogse periode. Veel mensen hadden honger en het landbouwbeleid was gericht op zoveel mogelijk en zo goedkoop mogelijk eten maken.”

De vogelpestcrisis en een verkeerde investering droegen eraan bij dat de broers Zanders na negen jaar faillissement aan moesten vragen. “We groeiden heel snel en konden dat niet bijbenen. En ik heb ook wel eens gedacht: is dit de juiste weg? Moeten we echt weer een paar honderdduizend kippen erbij nemen om het bedrijf vooruit te helpen? Maar de volgende dag ben je weer verantwoordelijk voor 125 mensen, een heleboel dieren en een omzet van 45 miljoen. Dan ga je gewoon door,” herinnert Zanders zich.

Het was een faillissement met alles erop en eraan. Alle bedrijven en Zanders´ woning werden verkocht, alle bankrekeningen kwamen op nul te staan. Toch heeft die ervaring iets opgeleverd. “Als ik niet failliet was gegaan, had ik waarschijnlijk niet deze stappen gezet. Ik zou voor geen goud meer terug willen. Achteraf zeg ik dat ik in het verleden bijdroeg aan de wereldvoedselonttrekking. Nu draag ik bij aan de wereldvoedselvoorziening.”

Geen kritiek

Dat Zanders het nu zo anders aanpakt, wil niet zeggen dat hij kritiek heeft op hoe zijn ouders hun bedrijf runden. “Zij zijn opgegroeid in de naoorlogse periode, waarin het vooral belangrijk was dat niemand honger had. Zoveel mogelijk eten produceren tegen zo laag mogelijke kosten is dan natuurlijk een goed idee. Maar de maatschappij is veranderd, terwijl de agrarische sector nog steeds produceert voor de vraag van toen.”

Het levert interessante discussies op met zijn vader. “Die kan echt genieten van een grootschalig bedrijf dat efficiënt werkt en geld verdient. Hij vindt ook dat er wel wat in zit, in wat wij doen. Hij vraagt zich alleen af of mensen niet gewoon een goedkoop ei willen. Hij denkt van wel, ik denk van niet.”

Andere perspectieven

Die andere perspectieven zijn essentieel, vindt Zanders. Toen hij met Kipster begon, zocht hij daarom actief contact met maatschappelijke organisaties als de Dierenbescherming en Wakker Dier. “Ik wilde verder kijken dan de ‘gemakkelijke partijen’. Als Wakker Dier zegt dat Kipster goed bezig is en de Dierenbescherming ons drie sterren geeft, dan betekent dat ook iets. Zij maken zich écht druk om dierenwelzijn.”

Ook binnen Kipster hecht Zanders waarde aan verschillende perspectieven. Zo zocht hij de samenwerking met de Amsterdamse ondernemers Maurits Groen (bekend van WakaWaka) en Olivier Wegloop (het creatieve brein achter de Boomerang-kaarten). Ook betrok hij er nog een boer uit de omgeving bij, Styn Claessens. “ Onze kracht is dat we alle vier een andere invalshoek hebben. Daardoor hebben we ervaring in de agrarische sector, maar ook een frisse blik.”

Openstaan voor alles

In de agrarische sector is dat niet vanzelfsprekend, ziet hij. Er vindt veel innovatie plaats, maar vooral om het bestaande systeem nóg efficiënter te maken. “Veel boeren doen kritiek op het systeem af als de grachtengordel, die niets van landbouw weet. Ze zien die ontwikkelingen als een bedreiging.”

Buiten het gebaande pad gaan is voor Zanders een belangrijke pijler van groen leiderschap. Openstaan voor alles, zonder daarbij te wachten tot de perfecte oplossing zich aandient. “Je moet voortdurend die aanjagersfunctie willen hebben. Misschien heb je dan niet meteen de beste oplossing, maar dat is wel de manier om stappen te zetten.”

Meer over Ruud Zanders?

Bekijk het profiel 


Deel deze pagina