Volkert Engelsman, Eosta: ‘Duurzaamheid is niet iets voor slappelingen’

CEO Volkert Engelsman van groente- en fruitdistributeur Eosta wordt alom geprezen om zijn duurzame ondernemerschap. Hij is ook een van de Green Leaders die door DuurzaamBedrijfsleven op een podium wordt gezet.

Al 29 jaar pleit Engelsman voor een eerlijke kostenverdeling in de biologische groente- en fruitsector. Via true cost accounting brengt hij dat nu in de praktijk.

Jullie maken indruk met het concept true cost accounting. Kun je een prijskaartje hangen aan de ecologische en sociale factoren van een product?

“Dat kan natuurlijk maar beperkt. Het gaat tenslotte om dingen die groter zijn dan wat je kunt meten of wegen. Maar er blijft genoeg over dat je wel in geld kunt uitdrukken, zoals het organisch stofgehalte in de grond, een belangrijke indicator voor bodemvruchtbaarheid. Korte termijn landbouwbeleid is gericht op korte termijn oogstverbetering, maar vaak zaag je zo de stoelpoten onder je lange termijnbestaan vandaan. Je wentelt de kosten van verlies van bodemvruchtbaarheid, vervuild water of de uitstoot van broeikasgas af op anderen. Het is penny wise, pound foolish. Die penny kun je in kaart brengen, maar die pound ook. De FAO (de Wereldvoedselorganisatie van de VN, red.) heeft de kosten van verkeerd landbouwbeleid, wat betreft water, klimaat en bodemvruchtbaarheid, gemonetariseerd. Wij hebben dat, samen met Ernst & Young, Soil & More en anderen, vertaald naar de microwerkelijkheid in onze keten.”

Kunnen andere bedrijven dit ook?

“Absoluut. Het is makkelijker dan je denkt. We noemen het hier het 4M-model: duurzaamheid meten, managen, monetariseren en vermarkten. Begin met je impact te meten. Impact die relevant is voor jouw sector: als je niets met dieren te maken hebt, heeft het geen zin om dierenwelzijn te meten. Bij Nature & More hanteren wij vier planet-gedreven en drie people-gedreven indicatoren. Aan de hand daarvan kijk je naar de plekken waar het meeste huiswerk zit. Daar begint het managen. Focus op de 20 procent van de indicatoren die 80 procent van de impact bepalen. Samen met je ketenpartners breng je in kaart wat je eraan kunt doen. En als je aandeelhouder dan zegt, ‘allemaal leuk, maar weet je wel wat dat kost’, dan helpt monetarisatie: het beprijzen van maatschappelijke kosten. Er is niets mis met winst maar dan niet ten koste van de mens of het milieu. Zo zet je je aandeelhouder, mocht dat nodig zijn, op een objectieve manier in zijn maatschappelijke hemd.”

Maar wat als aandeelhouders weglopen?

“Het is andersom: met de klimaatstresstest, ingevoerd door de Financial Stability Board, is het straks lastiger om toegang te krijgen tot kapitaal als je dit niet doet. Er hangt overigens een duurzame investeringsbel boven de markt, die vele malen groter is dan de omvang van duurzame projecten om in te beleggen. Beleggers gaan nu al voor jou rekenen en stellen dan vast dat je winst geflatteerd is, omdat bijvoorbeeld de klimaatkosten niet zijn meegerekend. Banken en institutionele beleggers voelen de hete adem in de nek, niet alleen van de klimaatstresstest maar ook van de Moody’s en Standard & Poor’s, die inmiddels ook duurzaamheidscriteria in hun financiële risicobeoordelingen meenemen. Dat is geen niche meer, maar gewoon mainstream.”

Terug naar het ‘4M-model’, want er ontbreekt nog een M.

“De laatste verwijst naar vermarkten. Boeren zeggen begrijpelijkerwijs: hoe kan ik groen worden als ik rood sta? Bio is niet te duur, conventioneel is te goedkoop. Maar de consument betaalt meer voor bio, zolang er geen gelijk speelveld is waarin de vervuiler betaalt. Het is een uitdaging om die maatschappelijke meerwaarde vergoed te krijgen door de markt. Begrijpelijk als een ondernemer dan zegt ‘dan prijs ik mezelf de markt uit’. Maar met die uitspraak positioneert hij zich als volger. Een leider onderscheidt zich juist door het verschil te maken. Leiderschap gaat altijd uit van een trendsettende minderheid. Het is een keuze: wil je bij de volgers of bij de leiders horen? Wil je onderdeel zijn van het probleem of van de oplossing?

Duurzaamheid is ook een unique selling point waarmee je een vooraanstaande positie in de markt kunt veroveren. Dat moet je liggen. Duurzaamheid is niet iets voor slappelingen. If the going gets tough, the tough get going.”

Dat moet ook af en toe ook moeilijk zijn.

“Iedere week, dag, uur zijn er obstakels. Maar we komen er altijd uit. Waar een wil is, is een omweg. Wat helpt is: eerst doen, dan denken. Vaak verzin je te veel spoken in je hoofd: je denkt te ver vooruit en ziet obstakels die er, als je dichterbij komt, helemaal niet zijn. Of soms wel, maar er blijken ook oplossingen te zijn. Bijvoorbeeld: we noemden de pilot true cost accounting forfood, farming and finance’. Dat klinkt mooi, maar er zit ook logica achter. We wilden duurzaamheid per hectare in kaart brengen om erachter te komen wat boeren extra leveren aan ‘ecosysteemdiensten’. Maar je wilt het ook aan de consument uitleggen, per kilo product. Tenslotte, hetzelfde instrument wil je ook gebruiken voor je financiële rapportage. Eén duurzaamheidsdashboard dus voor zowel de consument als de boer en de financiële sector.

Maar: als je de geleverde ecosysteemdiensten per kilo product uitrekent, is dat bij biologische mango’s bijvoorbeeld 36 cent. Bovenop de normale prijs van, zeg, 2 euro. Dan wil de consument 2,36 euro betalen, terwijl de retailer 4,70 euro rekent. De consument voelt zich vervolgens belazerd. Het verschil zit in de marge die de retailer rekent. Maar de consument zit niet te wachten op uiteenzettingen over true cost accounting of marges van retailers. Hoe krijgen we dit dan in het schap uitgelegd? ‘Kan niet, hou er maar mee op’, zei iedereen. Uiteindelijk zijn er de schapkaarten uit voortgekomen waarop je bijvoorbeeld een man in een zwembadje ziet staan met een trosje druiven: koop deze druiven en bespaar 26.000 liter per hectare. Visualisatie helpt. En uiteraard leggen we op de achterkant netjes uit hoe we dat berekend hebben.”

Eosta bespaart elk jaar tonnen plastic en miljoenen verpakkingen met natural branding. Met een laserapparaat wordt het merk in de groente of fruit afgedrukt zodat de verpakking overbodig wordt. In hoeverre speelt deze innovatie een rol bij verduurzaming?

“De volgorde is niet: laten we aan laser branding doen. Of laten we van het plastic afgaan, want dat schijnt trendy te zijn. Ook omzet of winst is geen doel op zich. Het doel is verduurzaming en daar horen automatisch veranderingen bij die leiden tot minder plastic, een hogere omzet en betere winst. Wil je je milieubelasting verlagen, dan is het logisch dat je bij laser branding uitkomt. Dat is de volgorde.

Innovatie gaat meestal uit van een trendsettende elite. Niet van een volgende meerderheid, die hoeft alleen maar te copypasten. Mijn oproep aan ondernemers die bewust kiezen voor innovatie en duurzaamheid: durf te dromen en bedwing de stemmetjes die zeggen ‘het kan niet, of had je daar niet eerder mee kunnen komen’. En houd er rekening mee dat een hoop deuren gesloten blijven. Je moet het sowieso alleen hebben van de deuren die opengaan. Daarmee geef je vol gas.”

Eosta bestaat inmiddels al 29 jaar. Zo lang pleit u dus ook al voor biologische landbouw en een eerlijke kostenverdeling. Denkt u nu, nu er een momentum is voor duurzaamheid, hè hè, eindelijk?

“Duurzaam is inmiddels het nieuwe normaal. Je valt uit de toon als je er niet aan doet. In 1990 was dat natuurlijk niet zo: bio bestond amper en was het domein van de idealisten. Dat was en ben ik ook. Als vrije scholier leer je om burger van beide werelden te zijn: van de idealistische én de praktische. Bij dat laatste hielpen mijn studie economie en bedrijfskunde en mijn loopbaan bij het Amerikaanse Cargill. In beide werelden voel ik mij thuis. Dat zie je terug in ons motto: where ecology meets economy. Waar maatschappelijk idealisme commercieel realisme ontmoet.

Maar we moeten ons realiseren dat het voor geen meter opschiet. Ik voel een sense of urgency: als we nu geen gas geven, gaan er een paar dingen grondig verkeerd. We zijn al 70 tot 80 procent van onze grutto’s kwijt. Dat is toch catastrofaal? Het is een alarmsignaal voor het dramatische verlies van biodiversiteit van insecten en vogels. En we verliezen landbouwgrond wereldwijd in een moordend tempo van dertig voetbalvelden per minuut, 12 miljoen hectare per jaar. Onder het motto dat we anders de wereld niet kunnen voeden. We hóeven de wereld van vandaag ook niet te voeden: er gaan twee miljard mensen dood door overgewicht en één miljard van de honger. Daar klopt iets niet. We moeten wel de wereld over een paar jaar nog steeds kunnen voeden. Dat gaat alleen lukken met een landbouwsysteem dat bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit stimuleert in plaats van vernietigt.”

Meer over Volkert Engelsman?

Bekijk het profiel 

Auteur: Freke Remmers


Deel deze pagina