21-06-2017 09:27 | Door: Erik Verheggen

30 procent van de warmte die de industrie nodig heeft, zou in de toekomst door Ultra Diepe Geothermie geleverd kunnen worden.

De ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, EBN, TNO en zeven consortia van bedrijven hebben maandag de Green Deal Ultra Diepe Geothermie (UDG) ondertekend. Het is volgens de betrokken partijen een belangrijke stap om de mogelijkheden voor UDG in Nederland in kaart te brengen en een basis te leggen voor verdere ontwikkeling van deze technologie.

Geothermie biedt goede mogelijkheden om de lagetemperatuurwarmtevraag duurzaam in te vullen. Voor de verduurzaming van de hogetemperatuurwarmtevraag in bijvoorbeeld de procesindustrie is het noodzakelijk om geothermie op grotere diepten toe te passen dan tot nu toe gebruikelijk is. UDG is gericht op het benutten van warmte op een diepte van meer dan 4.000 meter. In potentie zou mogelijk 30 procent van de industriële warmtevraag kunnen worden voorzien door UDG, meldt de Rijksoverheid.

CO2-uitstoot

Demissionair minister Henk Kamp van Economische Zaken: “Het kabinet streeft ernaar om in 2050 de CO2-uitstoot in Nederland naar bijna nul terug te brengen. Daartoe is het noodzakelijk om voor de warmtevoorzieningen alternatieven te ontwikkelen.”

Geothermie, waarbij warmte uit de diepe ondergrond naar het oppervlak wordt gehaald, is zo’n alternatief. Maar de geothermieprojecten die we al kennen zijn volgens Kamp nog niet geschikt voor hogetemperatuurwarmtevoorziening voor de industrie.

“Om de warmtevraag in deze sector te verduurzamen is het noodzakelijk geothermie op grotere diepten toe te passen. De Green Deal Ultradiepe Geothermie is een belangrijke stap om de potentie hiervoor in Nederland in kaart te brengen.”

Temperatuur

De consortia worden vertegenwoordigd door Vermilion Energy Netherlands, FrieslandCampina, GOUD, Parenco/QNQ, Geothermie Brabant, Huisman equipment en Havenbedrijf Rotterdam.

Uitgebreid geologisch onderzoek moet nu eerst meer duidelijkheid bieden of diepe-aardwarmte van de juiste temperatuur en onder de juiste omstandigheden kan opleveren. Ook moet er inzicht komen in de meest kansrijke aanpak voor het uitvoeren van succesvolle boringen. Op basis hiervan kan doorontwikkeling van de projecten plaatsvinden. Naar verwachting zullen in 2020 de eerste pilotprojecten starten.

Bron: Rijksoverheid | Foto: Kodda/Shutterstock