06-09-2017 07:57 | Door: Erik Verheggen

Chemelot InSciTe opent volgend jaar 's werelds eerste lignineraffinaderij voor scheepsbrandstof. Lignine kan daarmee op commerciële schaal via een biobased proces kunnen worden verwerkt tot een olieachtig product.

InSciTe is een publiek-privaat partnerschap dat in 2015 is opgericht door DSM in samenwerking met Technische Universiteit Eindhoven, Universiteit Maastricht en Maastricht Universitair Medisch Centrum, met steun van de Provincie Limburg.

De onderzoekers werken aan een chemisch proces dat is ontwikkeld door de Technische Universiteit Eindhoven. De olie die wordt geproduceerd uit lignine is duurzamer en milieuvriendelijker dan de bunkerbrandstoffen die op dit moment worden gebruikt.

Waardevolle producten

Hoewel bunkerbrandstoffen een hoog zwavelgehalte hebben, zijn er op dit moment geen alternatieven voorhanden. Daar komt dus verandering in. Ook kan de olie uit lignine net als fossiele aardolie worden omgezet in andere waardevolle producten zoals additieven voor benzine, fenol en verschillende polymeerharsen.

De onderzoekers van InSciTe werken in hun zoektocht naar een biobased zware stookolie al een aantal jaar samen met onder andere een rederij en een bedrijf dat scheepsmotoren ontwerpt.

“Lignine is een bijproduct van de productie van tweede-generatie bio-ethanol”, vertelt Michael Boot van de Technische Universiteit Eindhoven, de leider van het zogenoemde Lignin Riches-project.

“Normaal gesproken wordt deze stof dan verbrand en in de bio-ethanol fabriek weer gebruikt als energiebron. Maar als lignine wordt omgezet in olie en wordt gebruikt als alternatief voor de duurdere en veel meer vervuilende bunkerolie, levert dat naar schatting een verviervoudiging van de economische waarde van lignine op.”

Op dit moment wordt nog hard gewerkt om het raffinageproces te finetunen om de efficiëntie verder te verbeteren en de kosten te verlagen.

Pilotproductie

Voordat de lignine-olie op de markt kan worden gebracht zal het product verder worden getest en op grotere schaal worden geproduceerd door InSciTe. Een multifunctionele proeffabriek zal volgens de organisatie naar verwachting in 2018 operationeel zal zijn. Deze proeffabriek zal een capaciteit hebben van 160 liter per dag, zodat de partners tests kunnen uitvoeren op hoeveelheden van enkele honderden kilo’s en de eerste brandstofmonsters geleverd kunnen worden.

“Om dit project te doen slagen, moeten we meer industriële partners bij het project betrekken, zodat we de volgende belangrijke stap kunnen zetten naar een duurzamer maritiem transport”, aldus Boot.

Het Lignin RICHES-project is onderdeel van een breed biobased programma van InSciTe dat gericht is op de productie van bouwstenen voor talloze producten op basis van ‘tweede-generatie’ omzettingstechnologie, waarbij niet-eetbare biomassa en landbouwafval worden gebruikt als grondstof.

De processen die worden gebruikt om biomassa om te zetten, zijn complex en kostbaar om te ontwikkelen. Daarom wordt er gewerkt met gezamenlijke projecten waarbij verschillende partijen hun technologieën bundelen om de risico's van de ontwikkeling te beperken en de investeringskosten te verlagen. Ook zijn er commerciële partijen bij betrokken om de ‘time-to-market’ te verkorten.

Infrastructuur

In tegenstelling tot veel andere publiek-private samenwerkingsinstituten beschikt InSciTe over een eigen infrastructuur met laboratoria, testfaciliteiten en kantoorruimtes op de Brightlands Chemelot Campus.

InSciTe heeft twee onderzoeksprogramma's: de ontwikkeling van biomedische materialen en de ontwikkeling van biobased bouwstenen. Het biobased programma is gericht op de productie van duurzame materialen en processen voor commerciële producten en diensten die bijdragen aan een kringloopeconomie.

Bron en in-tekstfoto: Inscite | Headerfoto: MAGNIFIER/Shutterstock