15-02-2018 15:49 | Door: Joyce de Thouars

De industrie kan binnenkort gedeeltelijk overstappen van gasgestookte naar elektrische technieken om warmte op te wekken. Duurzame energie uit zon en wind kan daarbij veel meer worden ingezet. Een oplossing die de naadloze schakeling tussen en gas en elektriciteit mogelijk moet maken, wordt door ECN, TNO en een groep bedrijven ontwikkeld. 

Zodra er veel elektriciteit beschikbaar komt uit zon en wind schakelt de gasinstallatie uit en wordt de proceswarmte uit de duurzaam opgewekte energie gemaakt. Daarvoor is een systeem nodig dat naadloos en slim kan schakelen zonder dat de productieprocessen daar last van hebben. De oplossing wordt ontwikkeld in project ‘Industrial Hybrid Energy System’, dat in januari van start is gegaan.

Power-2-Heat stap richting elektrificatie industrie

Warmte maken van elektriciteit, ofwel Power-2-Heat, is een eerste stap richting volledige elektrificatie van de industrie. Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt na de overstap overbodig, wat een behoorlijke CO2-reductie oplevert. Op dit moment gebruikt het bedrijfsleven jaarlijks nog 530 petajoule aan warmte voor productieprocessen. Dit wordt voornamelijk opgewekt door aardgas en olie.  

Het kiezen voor elektrificatie is niet alleen duurzaam maar ook strategisch, stelt ECN: “Nieuwe innovatieve technologieën, fluctuaties in de prijzen van elektriciteit en de groei van het aanbod van betaalbare duurzame elektriciteit maken elektrificatie tot een aantrekkelijke en strategische keuze.”

Lees ook:

Consortium test systeem voor slimme schakeling

Volledige elektrificatie uit duurzame bronnen is echter nog niet op korte termijn haalbaar. In de overgang naar volledige elektrificatie moet de hybride en flexible oplossing van het consortium uitkomst bieden. Het systeem is breed toepasbaar voor verschillende industriële processen maar wordt eerst getest en gedemonstreerd bij drie bedrijven: mengvoederbedrijf E.J. Bos, olie en vetten leverancier Sime Darby Unimills en utility provider Emmtec Services. 

Het project kijkt verder met netwerkbedrijf Alliander naar wat er gebeurt als er gerekend wordt met fictieve variabele transport- en capaciteittarieven. Ook worden voorspellingen van de toekomstige waarde en flexibiliteit, zoals sterke groei van wind op zee en het sluiten van kolencentrales, meegenomen.

Het project duurt drie jaar en kost € 1,5 mln. De resultaten worden de komende tijd gedeeld door ECN, TNO, MVO en de ketenorganisatie voor oliën en vetten.

Bron: ECN | Foto: Adobe Stock